Het veen is al brandende

De premier regeert in welhaast angstaanjagende rust. Niemand die hem wat dan ook betwist. De leider-in-opleiding laat op gezette tijden vanuit de coulissen van de macht weten dat hij er ook nog is en geeft voor het overige de tijd de tijd. Diens concurrenten in het kabinet analyseren onhoorbaar maar licht paranoide zijn gedrag. De partijvoorzitter kent zijn plaats en houdt zich derhalve koest. Niks aan de hand dus. Maar dat is schijn. Het veen is al brandende. Er is een crisis in aantocht, een psychologische en een ideologische. Het wordt een gecompliceerde maar mooie crisis.

Het is slechts een hypothese, maar toch waag ik het erop. Over niet al te lange tijd zal de hypotheek van het decennium-Lubbers in haar ware omvang zichtbaar worden. Dan zou de man, onder wiens bewind de Nederlandse christen-democratie na vijftien jaar zelfkastijding weer openlijk werd wat het tot 1967 altijd was geweest (de trotse hoeksteen van onze samenleving), wel eens in een minder hagiografisch licht kunnen komen te staan.

De premier is namelijk veeleer produkt van de wederopstanding in de jaren tachtig dan de auctor intellectualis ervan. Een beetje debunking is natuurlijk helemaal niet bezwaarlijk. Ware het niet dat de partij daar meer last van krijgt dan Lubbers zelf. Het CDA heeft de laatste jaren immers bijna zijn hele identiteit aan hem opgehangen. De partij is daardoor lui geworden. De top en het middenkader stemmen hun politieke handelen niet meer af op de werkelijkheid om hen heen, maar op de regie-aanwijzingen die ze uit het 'torentje' denken waar te nemen.

De partij is zich meer en meer gaan definieren als functie van de premier en diens organisatie-adviesbureau op Algemene Zaken. Politieke conflicten kunnen binnen het CDA daarom alleen nog maar in die vierkants-vergelijking worden opgelost. Vele antagonistische verhoudingen, zowel de persoonlijke als de politieke, zijn aldus gefixeerd geraakt.

Straks, als het ondenkbare toch een feit wordt (Lubbers weg uit het 'torentje', hij lijkt nu reeds bezig met het opruimen van zijn dossiers, zo stil is het om hem heen), zal de eerste chaos los barsten. Dan zal blijken dat door deze cultuur tegelijkertijd een vacuum getrokken is waarin het sociale leven nagenoeg tot stilstand is gekomen. En vacua vragen erom opgevuld te worden. Het is een mechanisme dat zich volgens welhaast wetmatige lijnen voltrekt, of het nu om een school, een voetbalvereniging met een krachtige voorzitter, een multinationale bierbrouwer of elektronica-onderneming dan wel om een politieke partij gaat.

Gevolg: een leiderschapscrisis of wezelgedrag. De effecten daarvan kennen we. De lotgevallen van de VVD na Wiegel (nu al acht jaar in ontreddering) en de PvdA, die sinds Den Uyl ook niet meer de oude is, waren geen toevalligheden maar een straf voor het verleden.

Het probleem is niet zozeer dat dit perspectief langzaam maar zeker opdoemt, maar dat de christen-democraten het niet lijken te willen zien. Vraag een CDA-kamerlid hoe het verder moet en hij verwijst tien tegen een enthousiast naar de generatie-Brinkman/Hirsch Ballin.

Dat is fluiten in het donker. Want haaks op deze organisatorisch-psychologische dreiging staat een tweede crisis. Die heeft zich nu al gemanifesteerd, zij het bijna onopgemerkt. Het is niettemin onloochenbaar: het ideologische concept van de christen-democratie is over zijn hoogtepunt heen. Nee, niet omdat het een conservatief en onvrij gedachtengoed zou zijn. Het pannetje soep van Brinkman, dat de notoire tegenstanders van het CDA graag van stal halen omdat ze dan tenminste zijn verlost van nadenken, is een cliche. Het probleem is veel ingrijpender: zelfs de eigen kringen willen niet echt meedoen aan de realisering ervan. Het is een sluimerend conflict in de boezem van de christen-democratie.

Vorig jaar werden de eerste signalen daarvan al duidelijk. De partij weigerde een jaar geleden bijvoorbeeld in haar programma op te nemen dat het openbaar onderwijs zichzelf, los van de gemeenteraad, zou moeten kunnen besturen. Dat dit punt niet in het programma terecht kwam, was een cruciale overwinning van de klassieke verzuilde lobby der bijzondere scholen. Hun identiteit wordt uiteraard ondermijnd als ook het openbaar onderwijs zich kan gaan profileren. Het was tevens een fundamentele nederlaag voor de moderne ideologen van het CDA die het liefst de halve overheid zouden willen 'vermaatschappelijken', zoals het in hun jargon heet.

En nu dreigt zelfs de minst controversiele vorm van de christen-democratische ideologie op een fiasco uit te draaien: de tripartisering van de arbeidsvoorziening. Het plan de arbeidsbemiddeling in handen te leggen van de overheid en het 'maatschappelijke middenveld' (vakbeweging en ondernemers) werd zelfs buiten de eigen gelederen theoretisch nooit wezenlijk betwist. De Tweede Kamer ging er in brede kring mee akkoord. Maar er komt weinig van terecht omdat werknemers en werkgevers het idee in hun hart eigenlijk niet vertrouwen en dus zijn gaan sjaggeren met de uitvoering.

Bovendien: minister De Vries van sociale zaken heeft ook nog eens geen haast. Als de verwezenlijking van het 'concept' aan de orde is, lijkt elke urgentie hem vreemd. Dat laatste is niet zo verwonderlijk. De Vries is de afgelopen jaren de enige christen-democraat geweest die het aandurfde om de eigen ideologie aan te vallen. Wat Lubbers heimelijk dacht, zei hij.

Het eerste zou het CDA echter wel te denken moeten geven. Dat zoiets evidents als de tripartisering maar niet van de grond wil komen, illustreert hoe dan ook dat het geen wet van Meden en Perzen is dat het 'middenveld' zich verantwoordelijk wil gedragen. Het toont ook aan dat het CDA, ondanks zijn evangelische achtergrond, over te weinig adequate moraal beschikt. Als instrument voor interne psychotherapie is het concept nuttig geweest Maar buiten de eigen gelederen durven de christen-democraten er niet echt mee te werken.

Voormalig partij-ideoloog Oostlander (thans Euro-parlementarier) zag dat verdriet al drie jaar geleden aankomen. ' Niet overal in het CDA wordt deze typisch christen-democratische opvatting voldoende doorleefd en in de praktijk gebracht', schreef deze enthousiaste anti-revolutionaire theoreticus van de 'soevereiniteit in eigen kring' toen reeds. Dat deed hem verdriet, want 'zonder moraal houdt zelfs het recht het niet'. Het is er sindsdien niet beter op geworden. Sterker: de politieke top van het CDA lijkt zelfs enigszins opgelucht adem te willen halen. Over de dilemma's van de 'verantwoordelijke samenleving' is al weer enige tijd nauwelijk een serieus stuk in de partijpers verschenen. Het concept fungeert onder het derde kabinet-Lubbers slechts als schietgebedje. Voor het overige heerst in het CDA de intellectuele rust van het kerkhof.

Is er dan helemaal hoop meer? Als die er is, zou die onder andere moeten komen van Oostlanders opvolger Van Gennip. Zijn credo stond een jaar geleden in Christen-democratische verkenningen, in een column over de Franse revolutie. Zeker, ook Van Gennip heeft zijn hart verpand aan de fraternite en de egalite. Maar de liberte, die kwam in zijn beschouwing niet voor. Een interessant tijdbommetje, omdat het vraagstuk van de relatie tussen vrijheid en liefde (of, zo u wilt, naastenliefde of solidariteit) inderdaad ingewikkeld is. Maar dat ene onverhoedse zinnetje van Van Gennip was niet meer dan een parel voor de zwijnen. Juist in het CDA van Lubbers is politieke theorievorming niet meer zo populair.

Dat lijkt heel hedendaags. Maar daarvoor wordt wel een straf in petto gehouden. Want wat gebeurt er als de partij in haar post-moderne slaap wordt gewekt door het vertrek van haar personificatie en er achter komt dat psyche noch idee voldoende zijn onderhouden? Dan zouden het organisatorische vacuum en de inhoudelijke leegte wel eens kunnen imploderen. En dat is net zo min aangenaam als exploderen.