Experiment biedt tijdelijk werk aan asielzoekers; Stageplaatsvervangt wachten

Asielzoekers hebben in Nederland nauwelijks kans op een baan. In Haarlem loopt een experiment met stageplaatsen om te voorkomen dat asielzoekers tot apathie vervallen. Ed, een 38-jarige bosneger uit Suriname, voelt zich 'een vrijgevangene' in Nederland. In de zomer van 1988 ontvluchtte hij zijn land - 'ik was een schietschijf voor de militairen, zoals alle negers' - om hier asiel te zoeken. Met zijn vrouw en twee kinderen woont hij in Haarlem, in een flat die hem is toegewezen krachtens de Rijks Opvangregeling Asielzoekers (ROA). Al snel werd hem duidelijk 'dat een asielzoeker alleen plichten heeft, geen rechten'. Ed mag hier niet veel meer dan afwachten of Nederland hem als vluchteling zal opnemen. 'Dat is om gek van te worden.'

De procedure neemt doorgaans al gauw twee jaar in beslag. Momenteel wachten achttienduizend asielzoekers op een uitspraak van Justitie. Gemiddeld wordt tachtig procent teruggestuurd.

Een asielzoeker kan in Nederland geen opleiding volgen: hij krijgt daarvoor geen beurs, en geld heeft hij meestal niet. Asielzoekers mogen hier wel werken. Maar het vinden van werk wordt ze praktisch onmogelijk gemaakt. Een werkgever mag zijn vacature pas door een asielzoeker laten vervullen als hij geen Nederlander, EG-onderdaan of werkloze buitenlander uit een niet-EG-land (in deze volgorde) kan vinden. Pas daarna komen asielzoekers aan de beurt, die zo worden gedwongen tot nietsdoen en afwachten. Dertig procent van de asielzoekers kampt, onder meer hierdoor, met psychische problemen.

Om het regeringsbeleid 'humaner' te maken wil minister d'Ancona asielzoekers de mogelijkheid van een stageplaats bieden. De Haarlemse afdeling van de Vereniging VluchtelingenWerk is gevraagd als experiment vijf asielzoekers te helpen bij het vinden van een stageplaats. Coordinator T. Belderok is opgetogen. Volgens hem krijg je asielzoekers nauwelijks nog aan de slag als je ze een paar jaar tot wachten veroordeelt. Ze komen terecht in een isolement en kunnen gemakkelijk vervallen tot apathie. 'Het enthousiasme om nog een bestaan op te bouwen is na een paar jaar nietsdoen wel verdwenen.' Het regeringsbeleid ten aanzien van asielzoekers was en is gestoeld op het 'non-integratie beginsel'. 'Het is de bedoeling ze in de wachtkamer te houden, zolang nog niet over de aanvraag is beslist', zegt een woordvoerster van het ministerie. Werken of studeren betekent volgens het ministerie 'integratie' en dat zou, aldus de woordvoerster, 'de teleurstelling alleen maar groter maken als ze alsnog worden uitgewezen'.

Een basiscursus Nederlands mag nog net worden gevolgd. Een asielzoeker moet tenslotte boodschappen kunnen doen.

Het uitgangspunt van non-integratie is officieel niet verlaten. Met de stageplaats wil minister d'Ancona asielzoekers de mogelijkheid van een 'zinvolle tijdsbesteding' bieden. De gedachte dat een opleiding, en dus ook een stageplaats, geldt als een 'voorschot op een eventuele positieve beslissing over de aanvraag' heeft wel afgedaan. De ervaring van een stage zou in geval van uitwijzing ook 'thuis' van pas kunnen komen. De stage dient niet onmiddellijk de integratie, zo is de redenering.

De 35-jarige Iraanse A., sinds twee jaar met haar twee kinderen in Nederland, zou graag terugwillen naar haar eigen land. Ze is het wachten hier zat. Om politieke redenen verliet ze Iran. 'Het werd daar gevaarlijk voor mij.'

Meer wil ze er niet over kwijt. A. hoopt dat de omstandigheden die haar tot vluchten dwongen, snel zullen veranderen. 'Dan kan ik tenminste terug.'

Het lange wachten, zonder zelf iets te kunnen doen - het is haar te veel. 'Waarom kan het allemaal niet wat sneller gaan?' Zolang ze nog niet de officiele status van vluchtelinge heeft gekregen, mag ook haar man zich niet bij haar voegen.

Bosneger Ed was onderwijzer in Suriname en zou graag als bedrijfsleider werken. Voor een cursus bedrijfsorganisatie bij het LOI is hij onlangs geslaagd. Het idee van een stage als bedrijfsleider verwelkomt hij, maar liever zou hij betaald werk doen. De 800 gulden die hij en zijn vrouw per maand krijgen in het kader van de ROA, plus kinderbijslag voor de twee kinderen, acht hij nauwelijks genoeg om van te leven.

A. werkte in Iran als kapster, en zou dat werk ook hier graag oppakken. Op basis van haar Iraanse diploma kan ze stage lopen bij een kappersschool, maar die school heeft op dit moment geen plaats. Sinds twee maanden zoekt ze naar andere scholen, maar: 'Er is nergens plaats'. Wel succesvol, en uiterst tevreden, is de Afghaan Yaar Khan (29) die in maart begon met een stage van een half jaar bij een garagebedrijf. In Afghanistan maakte hij deel uit van het Islamitisch verzet tegen de communistische regering. Twee jaar geleden vluchtte hij met zijn gezin naar Pakistan, en vandaar uit alleen naar Nederland. 'Ik keek de hele dag televisie.'

Vooral naar de BBC, dat veel nieuws bracht over de situatie zijn land. Khan, geinteresseerd in werk in een garage, raakte bevriend met een garagehouder die wel plek voor hem had. Hij leert nu 'het autovak' en Nederlands tegelijkertijd, en heeft niet meer de neiging, zoals hij zelf zegt, 'in de rivier te springen'.