'Ethiopie kan problemen niet oplossen zolang Mengistu aan demacht is'; Addis Abeba in ban van Rode Terreur

ADDIS ABEBA/NAIROBI, 21 mei - Op een steil weggetje dalen we af in de vallei van Addis Abeba. Een van onze Ethiopische informanten loopt voorzichtig over de keien met gebakjes voor bij de koffie. Het is in deze woonwijk een rustig moment van de dag, de kinderen zijn op school en de ouderen werken.

De Ethiopische hoofdstad wemelt van de geheime agenten. De voormalige Oostduitse staatsveiligheidsdienst, Stasi, zette de efficiente Ethiopische geheime dienst op. 'Democratische' bestuursraden - de kebelles - controleren bovendien de dagelijks activiteit van iedere bewoner. 'We namen voldoende voorzorgsmaatregelen', verzekert de jongen met de taartjes nogmaals. De omgeving oogt uiterst vredig.

In het huisje van een van onze gesprekspartners vragen we opnieuw naar de risico's. 'Ik wil mijn verhaal vertellen, om bij te dragen aan een betere toekomst voor mijn land en mijn vier kinderen'.

Zijn vriend valt hem bij. 'Hij is als een brandende kaars in een afgesloten kamer. Jullie openen voor hem de deur en laten het licht naar buiten schijnen.' Tijdens een voorgesprek enkele dagen eerder waren er tranen in zijn ogen geschoten. 'Ik huilde, want ik kan nu de waarheid vertellen', legt hij uit. 'Als ik aan het verleden denk, moet ik huilen. Ik heb het allemaal gezien, jullie hebben het slechts gehoord. De beelden komen steeds weer bij mij terug.' VPRO-collega Ton van der Graaf drukt de knop van de bandrecorder in voor zijn radioprogramma 'Het Gebouw'. Onze informant begint zijn verhaal bij de officiele Rode Terreur, de gebeurtenissen die de Ethiopiers niet kunnen vergeten. In deze overheidscampagne tegen opposanten die zich uitspraken voor een burgerregering vielen tussen 1976 en 1979 duizenden slachtoffers, volgens oppositiebronnen zelfs 150.000 doden. 'Ik zat toen gevangen wegens lidmaatschap van de ondergrondse Ethiopische Revolutionaire Volkspartij (EPRP). Ze sloten me op in de gevangenis van de kebelle. We verbleven de hele dag in een overvolle, donkere cel. Omstreeks middernacht haalden soldaten regelmatig enkelen van ons weg. Die werden dan de volgende dag dood op straat aangetroffen. Om de drie dagen martelden ze ons.'

Hij laat zien hoe zijn polsen en enkels aan elkaar werden gebonden. Waarna ze hem aan een vleeshaak hingen en op zijn voetzolen en rug sloegen.

Martelingen

De Rode Terreur geschiedde openlijk en zonder onderscheid. 'Twee ouders wilden de begrafenis bijwonen van hun buurman. Op straat vonden ze hun vijf kinderen met opengesneden kelen. Sindsdien lopen ze geestelijk gestoord naakt over straat.' Na de Rode Terreur stopten de martelingen niet, zo zeggen vele Ethiopiers en internationale organisaties voor de rechten van de mens. 'Ja, het systematische martelen gaat nog steeds door', zegt onze informant. 'Het heeft alleen minder openlijk plaats. Daarom wil ik met jullie praten.' In 1987 werd hij opnieuw opgepakt, op beschuldiging een lift te hebben gegeven aan jongelui die zich zouden willen aansluiten bij een noordelijke guerrillabeweging. Hij toont de littekens. 'Volgens mijn cultuur mag ik mijn broek nu niet laten zakken', verontschuldigt hij zich als hij vertelt hoe elektrische bedrading op zijn geslachtsdeel werd aangebracht. Hij stopt even en vervolgt dan: 'Jullie zien me hier wel ontspannen zitten, maar van binnen sta ik in brand'. Opnieuw vragen we naar de gevaren van deze bijeenkomst voor hem, mede omdat dit gesprek op band wordt opgenomen. 'Als deze cassettes in handen vallen van de autoriteiten dan wordt niet alleen ik maar mijn hele gezin vermoord', antwoordt hij.

Op 6 maart kondigde president Mengistu Haile Mariam een programma van economische liberaliseringen aan. Ook boeren zullen eigendomsrechten krijgen op een stukje grond, hun produkten mogen ze op de vrije markt verkopen en ook in de handel krijgt het prive-initiatief de ruimte. De gigantische portretten van Marx, Lenin en Engels verdwenen uit het straatbeeld. Op het centrale Plein van de Revolutie in Addis Abeba prijkt nog slechts de afbeelding van Mengistu, die wordt omgeven door opgewekte boeren en arbeiders. De talrijke communistische leuzen in de stad zijn zichtbaar weggeschilderd. Hoe reageert het volk van deze grote communistische natie op de perestrojka? 'Mengistu kondigde onder druk deze hervormingen af', meent onze informant. 'Hij moest wel wegens de verhevigde oorlog in het noorden. De economische situatie in de steden is erbarmelijk. Mengistu liberaliseert de economie om zijn eigen positie te redden. Maar Ethiopie kan zijn problemen niet oplossen zolang Mengistu aan de macht blijft. Er moet eerst een militaire overwinning komen. Als de guerrillastrijders Addis Abeba bereiken, zullen we ons bij hen aansluiten. We hebben deze oorlog nodig, de spanning zal worden opgevoerd.'

Beschietingen

Rebellen van het Tigrese Volksbevrijdingsfront (TPLF) controleren sinds vorig jaar de gehele noordelijke provincie Tigray en naderen sindsdien Addis Abeba. Strijders van het Eritrese Volksbevrijdingsfront (EPLF) veroverden in februari de havenstad Masawa aan de Rode Zee en begonnen vorige week beschietingen op de luchthaven van de Eritrese provinciehoofdplaats Asmara. In het zuidwesten voert het Oromo Bevrijdingsfront (OLF) zijn acties op. Hoge officieren in het moegestreden regeringsleger pleegden precies een jaar geleden een staatsgreep, die echter mislukte. In zijn 1-mei-rede liet de doorgaans koele en zeer vastberaden Mengistu voor het eerst doorschemeren dat mogelijk het regeringsleger zal worden verslagen door de opstandelingen. In de Ethiopische hoofdstad is daarom sinds kort sprake van extra veiligheidsmaatregelen. Het Ethiopische regime vertoont kenmerken van zijn aanstaande ondergang, vertellen diplomaten en andere waarnemers.

Van gecoordineerd verzet in Addis Abeba is echter weinig bekend. 'We zijn nog slecht georganiseerd, zegt onze informant, 'maar er heerst een algemeen gevoel dat Mengistu moet verdwijnen.'

Hij ontkent lid te zijn van een oppositie-organisatie.

Na het twee uur durende gesprek maken we ons op voor ons vertrek. Terwijl we nog een gebakje nemen, verkent een van de drie Ethiopiers de kust. Hijgend door de ijle lucht klimmen we met de drie Ethiopiers vervolgens weer uit de vallei. Plotseling springen van achter muren en bomen acht gewapende mannen in burgerkleding op ons af. Ze drukken het koude metaal van hun pistolen in onze nekken. Er vallen klappen wanneer we onze handen niet snel genoeg omhoog steken.

Bovenaan de heuvel leunt tegen de politiewagen de taxichauffeur die ons eerder in deze omgeving had afgezet. Hoewel onze informanten hem speciaal hadden uitgezocht omdat ze in hem een vriend dachten te hebben, heeft hij ons kennelijk verraden. Op weg naar het hoofdbureau van politie verbergt de man met wie wij het vraaggesprek voerden zijn gezicht in een zakdoek. De ander trilt als een rietje, zijn vriend staart stoicijns. Na enkele uren op het politiebureau worden de twee buitenlanders overgedragen aan de staatsveiligheidsdienst, we laten de drie Ethiopiers achter.

Twee dagen later heeft de veiligheidsdienst het gesprek van de geconfisqueerde bandjes op 40 A4-velletjes uitgetypt. Een ooggetuige slaagt erin ons mee te delen dat hij de met bloed doordrenkte kleren van de hoofdverdachte heeft gezien op het politiebureau. Ook vernemen we de naam van de geinterviewde, die we aanvankelijk uit veiligheidsredenen niet hadden willen weten: Tilahun Fardesse, 38 jaar, gehuwd, vader van vier kinderen en werkzaam bij het ministerie van transport. Op het bureau van staatsveiligheid zegt een ambtenaar laconiek over het lot van de drie Ethiopiers: 'Die zien jullie nooit meer terug'.

    • Koert Lindijer