EG nog niet eens over definitie politieke unie

BRUSSEL, 21 mei - De EG-ministers van buitenlandse zaken zijn het afgelopen weekeinde in het Ierse Parknasilla nog niet veel verder gekomen met het vaststellen hoe de politieke unie, waarnaar de Twaalf streven, precies er uit moet zien.

Tijdens de extra Europese topconferentie van staatshoofden en regeringsleiders van eind april hadden de ministers de opdracht gekregen een analyse te maken van de vorm die een politieke unie moet krijgen. Die analyse zal bij de volgende top, eind juni in Dublin, worden voorgelegd aan de regeringsleiders van de Twaalf. Op grond daarvan moet een beslissing worden genomen over het houden van een tweede intergouvernementele conferentie (IGC), die parallel zou moeten worden gehouden aan de IGC die eind dit jaar begint over de Economische en Monetaire Unie (EMU). Bij de discussie over de politieke unie bleken de ministers zich vooral te concentreren op wat dat begrip niet moet inhouden, zoals de Britse premier Thatcher eerder had aanbevolen. Zo zei de Ierse voorzitter, minister van buitenlandse zaken Gerry Collins, dat een gemeenschappelijke Europese defensiepolitiek daarvan moest worden uitgesloten. Ook de Nederlandse minister Van den Broek is van mening dat militaire zaken in NAVO-verband moeten worden geregeld. Wel vindt Nederland dat bepaalde onderwerpen op het gebied van de buitenlandse politiek, zoals de rechten van de mens en de Verenigde Naties, zich lenen voor gemeenschappelijke besluitvorming.

De Franse minister van buitenlandse zaken, Roland Dumas, erkende dat de politieke unie op dit moment nog niet kan betekenen dat landen hun soevereiniteit opgeven op het gebied van veiligheid en buitenlandse zaken. 'Er is geen land dat bereid is om in 1990 zijn soevereiniteit op te geven in zaken van buitenlandse politiek en veiligheid', zo zei Dumas, 'maar we moeten er over denken.' Evenmin bleek op de bijeenkomst in Ierland veel enthousiasme voor het geven van meer macht aan het Europese Parlement. De voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, meende in dat verband dat het beter is om na te gaan hoe de tekortkomingen van de Europese instellingen kunnen worden opgelost voordat over een politieke unie wordt gepraat.