Dochter Vredestein wil hergebruik oude banden

MAASTRICHT, 21 mei - Het Nederlandse wagenpark scheidt dagelijks honderdduizenden kilo's rubber af in de vorm van versleten banden. Een enkel exemplaar begint nog een tweede leven, bijvoorbeeld als stootrubber. De meeste belanden op een bandenkerkhof.

Verbranding in de open lucht is een van de weinige mogelijkheden om er vanaf te komen, maar dat betekent een met roet vervuilde lucht en met olie doordrenkte grond. Banden bestaan hoofdzakelijk uit een mengsel van rubber, roet en olie.

Met een speciale verbrandingsinstallatie gaat het al een stuk schoner, maar dat is een uiterst kostbare zaak. Bij Maastricht, aan de oever van de Maas, staat een van de laatste installaties in Europa die een andere weg bewandelt: de banden worden verwerkt tot het zogeheten 'regeneraatrubber', rubber met lagere fysische eigenschappen maar goed bruikbaar in mengsels.

De argumenten voor het recyclen van banden zijn in de loop der tijden gewijzigd, zegt ir. J. J. M. Laumans, algemeen bedrijfsleider van de regeneraatfabriek die eigendom is van Vredestein, de enige bandenproducent in Nederland. 'Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte men regeneraat om onafhankelijk te zijn van de producenten van natuurrubber in Zuid-Amerika en Zuid-oost Azie. Na de oorlog was het kostenvoordeel ten opzichte van nieuw rubber een sterk punt, terwijl tegenwoordig de technische eigenschappen en milieuaspecten een steeds belangrijkere rol gaan spelen.' In de jaren vijftig schoten de fabrieken voor rubberregeneraat als paddestoelen uit de grond. Toen de prijs van het concurrerende nieuwe rubber eind jaren zestig ging dalen, moesten veel van de fabrieken de poorten weer sluiten. Vredestein kon daardoor het marktaandeel in Europa uitbreiden van vijf a tien procent tot tweederde tegenwoordig.

Laumans: 'In de jaren zeventig kregen we een duwtje in de rug door de hoge prijs van olie, een belangrijk bestanddeel van het concurrerende synthetische rubber. Dat voordeel is in de jaren tachtig weer verdwenen.'

Sterk punt tegenwoordig is dat toevoeging van een half tot twee procent regeneraatrubber het fabricageproces van autobanden vergemakkelijkt.

Laumans: 'De meeste bandenproducenten gebruiken regeneraat. De bandenfabriek van Vredestein neemt ongeveer vijf procent van onze produktie af. De rest gaat naar grote fabrieken als Goodyear, Continental, Kleber, Firestone en mogelijk binnenkort Dunlop. Michelin heeft nog een eigen regeneraatfabriek en Pirelli koopt het voorlopig nog in bij een paar kleine fabriekjes in Noord-Italie.' In het verleden bezorgde de regeneraatfabriek van Vredestein de omwonende bevolking een behoorlijke overlast met een sterke rubbergeur. Mede daarom werd midden jaren tachtig voor ongeveer 30 miljoen gulden een nieuwe fabriek neergezet, waarvan een derde van de financiering te danken was aan overheidssubsidies. Volgens Laumans zijn na enkele aanpassingen dit jaar de laatste onfrisse luchtjes verdwenen.

De nieuwe fabriek is ondergebracht in een grote witte hal. Ernaast ligt op een open terrein de voorraad grondstoffen voor drie maanden: grote stapels binnenbanden en de in repen gesneden loopvlakken van de banden van bedrijfswagens. Het materiaal wordt volgens Laumans geleverd door streng geselecteerde leveranciers.

In de fabriekshal staan twee volledig geautomatiseerde produktielijnen. In minder dan tien minuten worden de grondstoffen mechanisch omgezet in rechthoekige plakken regeneraat, per jaar 18 miljoen kilo. Een tweede regeneraatfabriek van Vredestein in Barcelona behandeld nog eens 6 miljoen kilo. De omzet bedraagt 'tientallen miljoenen guldens'. De regeneraatfabriek draait in verband met de lage grondstofprijzen gedeeltelijk met verlies. Laumans is optimistisch over een binnen Vredestein ontwikkeld nieuw procede waarmee 80 tot 90 procent van de oorspronkelijke eigenschappen bewaard blijft, tegen maximaal 50 procent met het huidige procede.

Het nieuwe rubberregeneraat dat volgend jaar op de markt kan komen, zou volgens Laumans vijf tot tien procent van een nieuwe band kunnen uitmaken tegen een half tot twee procent tegenwoordig. Laumans: 'Het wordt voor het eerst rendabel ook versleten autobanden te gaan hergebruiken in plaats van uitsluitend banden van bedrijfswagens die gemakkelijker te verwerken zijn omdat ze geen textiel bevatten. Op dit moment zit Nederland jaarlijks met 28.000 ton versleten personenwagenbanden in zijn maag'. Naar verwachting wordt de tweede helft van dit jaar de fabriek in Maastricht in het kader van de decentralisatie een zelfstandige 'bedrijfseenheid' met een eigen afdeling marketing en verkoop. Laumans: 'Hierdoor zullen we uitstekend in staat zijn het nieuwe produkt onder de aandacht te brengen van de wat conservatief ingestelde autobandenproducenten.'