Criminaliteit kost bedrijven 5 miljard

DEN HAAG, 21 mei - Het Nederlandse bedrijfsleven heeft als gevolg van zogeheten veel voorkomende criminaliteit in 1988 een totale schade geleden van ruim vijf miljard gulden. Dit blijkt uit een in opdracht van het ministerie van justitie uitgevoerde enquete naar de vraag in hoeverre bedrijven slachtoffer zijn van criminaliteit. Uit het onderzoek, waarvoor bij 1.250 bedrijven informatie is verzameld, blijkt dat 42 procent van alle bedrijven in 1988 een of meer keer slachtoffer is geworden van vernieling, diefstal, inbraak of bedreiging. Het totaal aantal delicten bedroeg in een jaar negen miljoen waarvan 7,4 miljoen gevallen van winkeldiefstal.

De onderzoekers noemen het opmerkelijk dat de criminaliteit in het hele land in gelijke mate voorkomt. Dit is opvallend omdat de criminaliteit waarvan individuen het slachtoffer worden vooral in het westen van het land en in de grote steden is geconcentreerd.

Van de totale veel voorkomende criminaliteit is 55 procent gericht tegen het bedrijfsleven. De meeste slachtoffers zijn te vinden in de auto- en detailhandel, de horeca en zakelijke dienstverlening. Vijf procent van de bedrijfswinst gaat verloren door de criminaliteit.

Uit het onderzoek, waarvan de resultaten vanmiddag werden aangeboden aan staatssecretaris A. Kosto (justitie) en de voorzitter van de Raad van centrale ondernemingsorganisaties, C. van Lede, blijkt dat bedrijven slechts in geringe mate aangifte doen van delicten. Alleen inbraken worden consequent bij de politie gemeld.

Het meest kwestbaar zijn de goederentransporten omdat drie op elke vier bedrijven deze niet beveiligt. Het percentage geslaagde inbraken in bedrijfswagens is dan ook hoog: 70 procent van de inbraken slaagt terwijl inbraken in opstallen maar in de helft van de gevallen lukt.

Getracht is in de enquete ook een beeld te krijgen van de criminaliteit gepleegd door eigen werknemers. Elf procent van de bedrijven zegt last te hebben gehad van zaken als het ontvreemden van bedrijfsgoederen, bedrijfsspionage en sabotage, waarmee in totaal een bedrag is gemoeid van 447 miljoen gulden. De onderzoekers vermoeden echter op dit gebied van 'interne criminaliteit' slechts 'het topje van de ijsberg' te hebben gemeten.

Kleine en middelgrote bedrijven blijken veelal niet de middelen en deskundigheid te hebben om goede beveiligingsmaatregelen te nemen. De overheid en branche-organisaties zouden hier te hulp moeten schieten. De overheid zou kwaliteitsnormen moeten opstellen voor bedrijfsbeveiliging die als richtlijnen kunnen dienen voor het opstellen van een beveiligingsplan.

Belangenorganisaties van bedrijven zouden deskundigen op het gebied van preventie moeten aantrekken die als adviseur en contactpersoon kunnen dienen voor aangesloten bedrijven. De onderzoekers waarschuwen dat 'men lokaal niet de fout moet maken overhaast aan het beveiligen te slaan'.

Bedrijven gemeenten en politie zouden een gezamenlijk plan moeten maken.