Zuidlaardermeer dreigt leeg te stromen

ASSEN, 19 mei - Dr. M. W. van der Sluis uit Assen roept het al enkele jaren: het Zuidlaardermeer op de grens van Groningen en Drenthe dreigt leeg te stromen door de bodemdaling in Noord-Nederland, die weer het gevolg is van de aardgaswinning. 'Vroeger werd daar hartelijk om gelachen, maar nu lacht niemand meer', zegt de 46-jarige geograaf, docent aan het Prof. H. C. van Hallinstituut voor milieukundig onderzoek te Groningen, tevens lid van Provinciale Staten in Drenthe voor de PvdA. Volgens de jongste prognoses, die in april openbaar werden, zal de maximale verzakking van de bodem boven het centrale deel van het gasveld bij Slochteren geringer zijn dan eerder, in 1985, werd voorspeld. Maar de daling bestrijkt wel een groter gebied. De kaarten van de Nederlandse Aardolie Maatschappij, die het gasveld exploiteert, laten het duidelijk zien. De grillige cirkels die om Slochteren heengetrokken zijn en de verzakking in centimeters aangeven, hielden vroeger voor de provinciegrens op. Nu valt ook een deel van Noord-Drenthe en het hele Zuidlaardermeer binnen de lijnen.'Bliksemschichten'Dat betekent dat deze 660 hectare grote plas schuin afloopt richting Slochteren, met als gevolg dat er water uit het meer via het Drentse Diep naar het noorden wegstroomt. Dat Drentse Diep staat weer in open verbinding met het Winschoterdiep, dat bij de stad Groningen in het Eemskanaal uitmondt. Zo komt het water ten slotte via het gemaal bij Delfzijl in het Eems-Dollard-estuarium terecht.

Het proces voltrekt zich uiterst langzaam, maar wordt versterkt door wat Van der Sluis 'bliksemschichten' noemt. Dat zijn plaatselijke verzakkingen die aanzienlijk dieper gaan dan gemiddeld en grafisch de vorm van een bliksemschicht vertonen. 'Dat verschijnsel heeft zich aan de noordoostkant van het Zuidlaardermeer al voorgedaan', vertelt de geograaf-politicus. 'Daar is de veenbodem sinds het begin van de aardgaswinning in 1963 zeven centimeter extra gezakt.' Als gevolg van dit alles vreest hij dat het meer op den duur aan de ondiepe zuidkant, dus in Drenthe, zal droog vallen, speciaal in de zomermaanden, met alle ecologische schade vandien. De droogte zou allereerst ten koste gaan van het zeldzame trilveen ter plaatse: laagveen dat op water rust. 'Dat trilveen wordt trouwens nu al ernstig bedreigd door de watervervuiling uit het IJsselmeer', aldus Van der Sluis.

Een ander thema dat hem voortdurend bezighoudt, is dat van de (lichte) aardbevingen die zich recentelijk in Noord-Nederland hebben voorgedaan en die hij in verband brengt met dezelfde bodemdaling. In december 1986 werd Assen opgeschrikt door een schok van kracht 3 op de Schaal van Richter. Naar aanleiding daarvan schreef Van der Sluis op 22 januari 1987 een artikel in NRC Handelsblad, dat deze zin bevatte: 'Ook kan de parallelle breuk Hooghalen-Schoonloo-Drouwen-Gasselte (richting zoutkoepels) geactiveerd raken'.

Nog datzelfde jaar, december '87, gebeurde het: ook in Hooghalen werd een aardschok geregistreerd.

Van der Sluis had hem dus zien aankomen, woorden die hij liever gebruikt dan 'voorspellen': 'Die term heeft iets mediamieks, alsof er een helderziende bezig is, maar daarvan is geen sprake. Ik heb het zien aankomen op grond van mijn kennis van breukenstructuren in de ondergrond. Het was een kwestie van logisch deduceren en combineren van feiten'. En daarmee trad hij ook nog in herhaling. Medio 1989 attendeerde Van der Sluis in een brief aan de Alkmaarse Courant en als spreker voor Radio Noord-Holland op de mogelijkheid van een aardbeving in die provincie, waar ook gas wordt gewonnen. Op 1 december dat jaar werd een schok gevoeld in Purmerend.

Theorie betwist

Van der Sluis verzamelde zijn ervaringen, compleet met talrijke meldingen van burgers over vreemde trillingen, knallen en verzakkingen, in een rapport onder de titel Aardbevingen in Noord-Nederland, dat vorig jaar uitkwam. Maar daarmee vermocht hij niet iedereen te overtuigen. Zowel de NAM als de Rijks Geologische Dienst betwist zijn theorie over 'bevingen als begeleidend verschijnsel van bodemdaling' en ook vanuit de universitaire wereld, in het bijzonder de Technische Universiteit Delft, werd hij hierop scherp aangevallen.

Zijn rapportage leidde wel tot vragen van het Tweede-Kamerlid Zijlstra (PvdA) aan minister Andriessen (economische zaken). Daar is kort geleden ook antwoord op gekomen: Andriessen heeft mede namens zijn collega Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) een diepgaand, multidisciplinair onderzoek toegezegd naar de oorzaken van de aardbevingen van Assen, Hooghalen en Purmerend.