Weinig verandering op justitie in Polen

WARSCHAU, 19 mei - De naam van Aleksander Bentkowski, minister van justitie van Polen en lid van de Boerenpartij - een van de twee partijen die tot de revolutie van vorig jaar vier decennia lang met de communisten samenwerkte - valt tijdens het gesprek met prof. Adam Strzembosz niet een keer: Adam Strzembosz is een voorzichtig en loyaal man. Niettemin is duidelijk dat het vooral wegens het beleid van Bentkowski is dat Strzembosz aftreedt als onderminister van justitie. Uit teleurstelling. Want er gebeurt veel, aan hervormingen en aan personele veranderingen, binnen de structuren van de Poolse justitie, maar dat het snel genoeg gaat, en ver genoeg, dat zal niemand prof. Adam Strzembosz horen zeggen. Strzembosz behoort samen met mensen als premier Mazowiecki tot die kleine categorie van mensen die in Polen een enorm prestige genieten wegens hun integriteit, hun schone handen, hun zuivere geweten. Hij werd na de staat van beleg in december 1981 ontslagen als rechter. Tijdens de Ronde Tafel leidde hij het overleg over de juridische hervormingen. In Solidariteit is Strzembosz voorzitter van de belangrijke revisiecommissie, die het gedrag van het bestuur toetst aan de statuten en die toezicht houdt op de financien van de vrije vakbond. Strzembosz liet vorige week weten als onderminister af te treden, officieel omdat hij op de nominatie staat voor het lidmaatschap (en het voorzitterschap) van het Hooggerechtshof. Maar iedereen weet dat hij in werkelijkheid vertrekt uit ongenoegen over het lage tempo van de personele wijzigingen binnen het justitiele apparaat. Bij justitie lopen nog honderden, of zelfs duizenden, mensen rond met zeer vuile handen: procureurs en rechters die politieke vonnissen eisten en uitspraken, ministeriele medewerkers die hen opdroegen mensen om politieke redenen te veroordelen. Strzembosz wil over zijn ongenoegen over het ministerie eigenlijk niet graag spreken, zegt hij in zijn werkkamer in het ministerie. 'Laten we het hierop houden: ik ga weg omdat ik mijn naam niet wil verbinden aan het gebrek aan verandering binnen het ministerie. We hoeven het niet te overdramatiseren, er wordt al genoeg geschreven.'

Hij is ook eigenlijk niet ontevreden voor zover het de wijzigingen betreft op het niveau van rechters en aanklagers. De meerderheid van de arrondissements- en kantonrechters heeft de afgelopen maanden een andere functie gekregen. Een 'bijltjesdag' is dat niet geworden, zegt Strzembosz. Liever, zegt hij, schept de regering 'een sfeer van zelfkritiek waardoor rechterlijke kringen zichzelf schoonvegen'.

Dat gebeurt ook wel, omdat rechters alles van elkaar afweten. Daarnaast wordt er gerouleerd: 'besmette rechters krijgen andere functies. Het proces van zuivering duurt op deze wijze langer, maar, zegt Strzembosz, 'dat is de prijs die je betaalt voor principes'.

Disciplinaire mogelijkheden om op te treden tegen besmette rechters zijn er niet meer, omdat disciplinaire acties slechts binnen een jaar na de gelaakte actie kan worden ondernomen. Strzembosz: 'Er zijn wel stemmen opgegaan om die wet terugwerkende kracht te verlenen, maar ook dat hebben we niet willen doen.'

Een verificatie is wel op gang gekomen tegen de Poolse aanklagers. Binnen twee maanden worden overal in Polen nieuwe procureurs benoemd. 'Het hele kader wordt zorgvuldig doorgelicht. In vrijwel alle provincies zijn de provinciale aanklagers al vervangen en in geen enkel geval is de oude herbenoemd.'

Een aantal nieuwe procureurs heeft zelf in het recente verleden om politieke redenen gevangen gezeten. Verder is een tweede beroepsinstantie geschapen, tussen de arrondissementsrechtbank en het hooggerechtshof in, waardoor dat Hooggerechtshof zich in de toekomst niet meer met grote aantallen relatief onbelangrijke zaken hoeft bezig te houden. Op die manier, zegt Strzembosz, 'is het juridische systeem de derde bron van de macht geworden, na parlement en regering.'

Polen, zegt Strzembosz, heeft tot dusverre getoond beter in betrouwbaar nieuw kader te zitten dan de andere Oosteuropese landen. 'In Polen is jarenlang voor mensenrechten gevochten en in het kader van die strijd zijn onafhankelijke elites gevormd. De sovjetisering is minder straf doorgevoerd dan elders.'

Er bestaat echter, zegt Strzembosz - en nu praat hij over zijn werkelijke bron van ontevredenheid en de reden van zijn vertrek als onderminister - 'een opmerkelijk verschil tussen de veranderingen in het land en die binnen het ministerie.'

En binnen dat ministerie wordt nog altijd de dienst uitgemaakt door de lieden die vroeger het land introkken om rechters en procureurs de zwaarte van straffen voor te schrijven en die de auteurs zijn geweest van de dramatische vrijheidsbeperkende wetten van na de staat van beleg. Zij zitten er nog steeds en zij zijn niet van plan weg te gaan. Het betekent niet dat iedereen binnen het ministerie van de oude stempel is: 'Tijdens de periode van de staat van beleg waren er hier ook die hun contributie betaalden aan de verboden Solidariteit, en illegale bladen van de vakbond werden binnen het ministerie verspreid. Toen ik hier kwam voor het Ronde-Tafelgesprek werd voor mijn neus een grote bos rode rozen neergezet. De co-voorzitter, lid van de partij, moest het met een flesje mineraalwater stellen. Op dat moment moest ik denken aan Lenins adagium: het is niet duidelijk wie hier de underdog is.' Niet iedereen moet dus weg, vindt Strzembosz, maar de belangrijkste ambtenaren, degenen met de vuile handen, zouden wel weg moeten. En dat gebeurt niet. 'Op het hoogste niveau, dat van de hoofden van departementen, zijn er welgeteld twee vervangen. De eerste werd na disciplinaire actie ontslagen, de tweede werd weggepromoveerd naar een prominente functie met minder verantwoordelijkheid maar een betere betaling. Maar het is onmogelijk te beweren dat er binnen het ministerie - afgezien van de komst van een nieuwe minister en een nieuwe onderminister - iets is veranderd: er is niemand weggegaan, er is niemand bijgekomen, en dat laatste is waarlijk niet verwonderlijk.'

Over de vraag of dat een zaak van kwade wil is dan wel van een gebrek aan wettelijke mogelijkheden hoeft Strzembosz niet lang na te denken: het is een kwestie van politieke wil die ontbreekt. En over het waarom bestaat geen twijfel: 'Omdat de bestaande coalitie in regering en parlement nog altijd resulteert in compromissen.'

En op die verhulde wijze zegt Adam Strzembosz, nog even onderminister van justitie en de eerste binnen het hoogste kader van Solidariteit die de regering teleurgesteld de rug toekeert, waar de schoen werkelijk wringt: bij Aleksander Bentkowski, minister van justitie.