Tate doet Bruckner frase na frase recht

Jeffrey Tate, in 1991 de opvolger van James Conlon bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest, heeft na het aangrijpende Herdenkingsconcert afgelopen maandagavond geen twijfel laten bestaan over zijn bewondering voor het orkest, en over zijn vreugde dat hij met dit Nederlandse ensemble in de naaste toekomst een vaste verbintenis kan aangaan. Vooruitlopend op deze nauwe samenwerking maakt Tate dezer dagen opnamen met het RPhO van Bruckners monumentale Negende symfonie die, hoewel aanvankelijk de Achtste was gepland, derhalve ook op de Doelenprogramma's van deze week voorkomt. Tate's existentiele betrokkenheid op Bruckners verheven klankpracht heeft men hier twee jaar geleden al een keer kunnen ervaren. Zijn interpretatie doet frase na frase recht aan de bewogen geladenheid, zozeer zelfs, dat de weinige contrasten zoals het Trio uit het Scherzo en het tweede thema van het openingsdeel toch bieden, juist iets worden onderbelicht. Het is weliswaar vooral Gods almacht die de kinderlijk vrome Bruckner in zijn magistrale zwanezang schetst, maar het is ook het vertrouwen in God de Vader dat hij bezingt. Dat de kleine bescheiden Bruckner het grootste heeft laten overheersen is niettemin waar en het orkest volgde de enerverende directie van Tate op de voet. Terecht koos de dirigent voor de onvoltooide versie van drie delen met het adagio aan het slot want Bruckner heeft de finale waaraan hij nog werkte tot zijn stervensuur niet meer af kunnen maken. In dit muzikale bouwwerk van ruim een uur is trouwens desondanks niets wezenlijks ongezegd gebleven. Aan Bruckner vooraf ging ditmaal het veel te weinig gespeelde Eerste pianoconcert van Bartok met bruisende vitaliteit en onnavolgbaar temperament vertolkt door Mitsuko Uchida, Mozart-specialiste per excellence maar veel meer nog een veelzijdige musicienne met een in alle stijlen overrompelende pianistiek. In felheid deed ze denken aan Martha Argerich, zoals ze tot in elke vezel van haar lenige lichaam gespannen Bartoks martellato's gestalte gaf of zijn geheimzinnige klanken modelleerde. Prachtig was de samenwerking met de uitgebreide slagwerksectie en uiteraard met Jeffrey Tate met wie ze al menige fraaie opname maakte.