Rentebeeld blijft onduidelijk bij steeds sterkere gulden

UTRECHT, 19 mei - Op de obligatiemarkt is nog steeds geen sprake van een eenduidig rentebeeld. Begin van de week leidden de verkiezingsuitslag in de Bondsrepubliek, en het gerucht dat West-Duitsland speciale obligaties zou (moeten) uitgeven ter financiering van de hereniging, tot enige druk op de koersen.

Woensdag daarentegen werd gespeculeerd over een discontoverlaging door De Nederlandsche Bank met een kwart procentpunt. Reden hiertoe vormde de verdere verzwakking van de mark ten opzichte van de gulden. Afgelopen week werd een niveau van fl.1,1233 bereikt. Ook speelde de ruime toewijzing door de centrale bank op de jongste speciale belening.

Bovendien lag de beleningsrente (waarmee De Nederlandsche Bank richting geeft aan de korte rente en de guldenskoers) met 7,9% vlak boven het niveau van de officiele voorschotrente (7,75%). Een dergelijke maatregel werd evenwel al snel minder aannemelijk geacht. In het huidige onzekere sentiment zal de centrale bank geen overhaaste stappen willen nemen. Voorts zal bij de ruime toewijzing een rol hebben gespeeld dat de banken aldus de gelegenheid werd geboden enige ruimte te creeren in hun contingentsberoep, dit vanwege de ontsparingen die de laatste tijd haddenplaatsgevonden.

De iets optimistischer stemming van de laatste tijd kon deze week dan ook niet doorzetten. Per saldo lieten de rentetarieven slechts een geringe wijzigingzien. De laatste staatslening noteerde gistermiddag weer 8,9%. Ook voor de langere termijn geven recent bekend geworden cijfers geen eenduidig rentebeeld.

De conjunctuurindicator van De Nederlandsche Bank voor juli duidde opnieuw op een voortgezette en licht afzwakkende conjunctuurontwikkeling. Daarentegenhoudt de OESO rekening met een oplopend inflatietempo in de drie belangrijkste industrielanden. In dit verband zij overigens vermeld de publicatie van het laatste CBS prijsindexcijfer: de inflatie in Nederland bedroeg in april op jaarbasis 2,1%, en blijft daarmee tot de laagste ter wereld behoren.

Eurokapitaalmarkt

Was er een week geleden sprake van een rally op de Amerikaanse obligatiemarkt, afgelopen week was Engeland aan de beurt. Uit een donderdag gepubliceerd interview met de Britse minister van Financien, John Major, trok de markt de conclusie dat de kans op toetreding van het pond sterling tot het EMS sterk is vergroot. Op dezelfde dag werd bovendien bekendgemaakt dat het aantal werklozen in het Verenigd Koninkrijk in april voor het eerst sinds 1986 steeg. Het gevolg hiervan was een sterker pond en een rente die in het langere looptijdsegment een daling onderging met ongeveer half procentpunt, de sterkste daling sinds tweeen een half jaar. Vooral belangstelling van Japanse en Duitse kant droeg bij tot de positieve stemming die de markt voor gilts lang heeft moeten ontberen.

De binnenlandse Amerikaanse vastrentende markt gebruikte de week om bij te komen van de begin deze maand ingezette rally, zonder dat er sprake was van een correctie. In het dollarsegment van de Eurokapitaalmarkt werd daarentegen een inhaalrace gestart. De bijna opgedroogde emissiebedding werd met name afgelopen maandag overspoeld door een golf van dollar-emissies. Naast het gebrek aan emissies in de afgelopen paar weken droeg ook de stabiele binnenlandse markt bij tot de goede ontvangst van de leningen, in totaal meer dan 1,5 miljard dollar groot. De plaatsing ging nog niet ten koste van de spread tussen euro- en binnenlandse leningen.

Bron: Rabobank Nederland Beleggingsonderzoek