Raad van Discipline

Met geagiteerd klakkende sandaaltjes beent de Rotterdamse advocate mr. Van M. langs het juristencollege. Ze deelt 'producties' uit, kopieen van een circulaire van de Rotterdamse rechtbank waaruit blijkt dat voogdijvoorzieningen daar schriftelijk worden afgedaan. ' Het is verbazingwekkend', zegt ze, ' maar voogdijvoorzieningen in Rotterdam gebeuren in een onderonsje met de griffier.'

Van M. wil aantonen dat ze niet op de hoogte kon zijn van alle stadia van de echtscheidingszaak van haar voormalige client S. S. leunt achterover met de armen over elkaar. Voor de Raad van Discipline van de Orde van Advocaten in Den Haag vechten vandaag client en ex-raadsvrouwe hun conflict uit. S. heeft niets toe te voegen aan zijn schriftelijke klacht. Daarin heeft hij uiteengezet hoe hij onverhoeds bleek te zijn aangeslagen voor een ' abominabel hoge' alimentatie (250 gulden per maand), hoe loonbeslag werd gelegd, en hoe hij een kort geding hiertegen, aangespannen door Van M.

, verloor en ook de proceskosten moest betalen. De Raad, bijeen in zaal E van het Paleis van Justitie in Den Haag, bestaat uit vijf mannen in neutrale blauwe colberts. De voorzitter, mr. F. C. H. M. Robbers, is een van de vice-presidenten van de Haagse rechtbank. De leden zijn allen advocaat. Uit hun vragen blijkt dat zij niet overtuigd zijn door de redenering van de Rotterdamse advocate. Mr. Van M. is er klakkeloos van uitgegaan dat de rechtbank in de echtscheidingszaak van S. geen alimentatie zou opleggen: de voormalige partners hadden dat onderling zo afgesproken. Zij had hierbij echter geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de Raad voor de Kinderbescherming ten behoeve van kinderen kan intervenieren, zoals in dit geval gebeurd is. Hoe kan het dat zij de beschikking van de rechtbank over de echtscheiding nooit gezien heeft?' Daarvan zeg ik eerlijk: die is mij ontgaan.' Voorzitter Robbers, met suikerzoete stem: ' De rechtbank geeft een beschikking en u heeft er helemaal niet naar geinformeerd?' ' Nee, die heeft mij eenvoudig niet bereikt.'

Van M. zucht.' U zegt dat u die beschikking nooit gekregen heeft?' ' Ja, ik moet u zeggen dat kan mij aangewreven worden. Aan de andere kant was er destijds aan de rechtbank een zeer warrige situatie.' Robbers resumeert: ' De rechtbank geeft een beschikking: u weet er niets van en u informeert ook niet.' Van M., nijdig: ' Ik kan het nog wel honderd keer herhalen dat het zo is. Maar de zaak van meneer S. is gelukkig niet de enige die ik te behandelen heb.' Advocaten zijn onderworpen aan de tuchtrechtspraak van hun beroepsgroep, de Nederlandse Orde van Advocaten. Bij hun beediging verplichten zij zich onder meer op een behoorlijke manier zorg te dragen voor de belangen van hun clienten. Het gedrag van advocaten wordt getoetst aan in 1980 opgestelde 'Gedragsregels voor advocaten' - voorheen waren dit de zogeheten 'Ere-regelen voor de advocaten'. De meest vergaande disciplinaire maatregel in het advocaten-tuchtrecht is de schorsing van het tableau. Vorig jaar werden er vijf confraters geschrapt: twee in Amsterdam en drie in Den Haag. Verder werden negentien advocaten (al of niet voorwaardelijk) geschorst, en negen kregen een berisping. Daarnaast kan een klacht in lichtere gevallen uitmonden in een waarschuwing (23 in 1989), of in een gegrond verklaring zonder maatregel (dat kwam 27 keer voor). Landelijk werden er in 1989 in totaal 502 klachten tegen advocaten in behandeling genomen. In 162 gevallen werd de klacht niet ontvankelijk of ongegrond verklaard. Er waren vorig jaar 6.014 advocaten in Nederland geregistreerd. In dit tuchtrecht kan de vertrouwensrelatie die tussen client en raadsman heeft bestaan een dilemma opleveren. Later op de middag zegt de Haagse advocaat mr. G. daar problemen mee te hebben: ' Toen ik mij geestelijk op deze zitting voorbereidde vond ik het moeilijk een client als tegenpartij te beschouwen, daarom zal ik mij inhouden in mijn uitlatingen.' Zijn voormalige client Van D. is door het Haagse gerechtshof wegens moord op een vrouw in het Centraal Station tot zeven jaar gevangenisstraf veroordeeld. In zijn klacht bij de Raad van Discipline zegt de veroordeelde dat mr. G. zijn zaak nauwelijks heeft voorbereid (slechts drie korte gesprekken zouden aan het proces voorafgegaan zijn). De verdediging op het proces zelf zou ook te wensen hebben overgelaten. Volgens Van D. heeft zijn voormalig raadsman het gelaten bij de claus: ' Kijk hem daar zitten, vechtend voor zijn recht en voor zijn vrijheid. Ik heb al eens meer zoiets meegemaakt.'

Een opmerking die het Hof niet relevant vond. Vervolgens zou mr. G. boos de rechtszaal verlaten hebben. ' Hij is nog wel teruggekomen, maar een pleidooi heeft hij niet gehouden.' Mr. G. schudt zijn hoofd. ' Ik vind het pijnlijk mijn ex-client voor leugenaar te zetten, maar het is allemaal niet waar.' Het juristencollege zit een beetje met de kwestie in zijn maag, zo lijkt het. Mr. G. zegt dat hij zijn praktijk enige tijd geleden gestaakt heeft wegens ' disfunctioneren': over hem is bekend dat hij psychische problemen zou hebben. Zelf zegt mr. G.: ' Toen ik de zaak-Van D. deed, disfunctioneerde ik volstrekt nog niet zo dat ik de kwestie niet meer aankon.' Volgens de raadsman van Van D. zouden er signalen zijn dat mr. G. zijn praktijk weer heeft opgevat. Mr. G. ontkent dat en ook vanachter de tafel wordt door een lid van de Raad ontkennend het hoofd geschud.

Het valt de beklaagde advocaten niet makkelijk zich de behandeling door de beroepsgenoten te laten welgevallen. Hoewel mr. G met fluwelen handschoenen wordt aangepakt, raakt hij geirriteerd (' Als ik dit geweten had, had ik een raadsman meegenomen'). Mevrouw mr. Van M. roept op een zeker moment uit: ' Ik was hier naartoe gekomen met de bedoeling niet kwaad te worden. Maar ik word hier behandeld alsof ik maar wat aanrommel. Ik vindt dit uitermate onplezierig. Ik heb erg veel ervaring; ik doe al 18 jaar familiezaken.'

Ze heeft er ook geen moeite mee haar voormalige client als een tegenpartij te beschouwen: ' Meneer S. wil gewoon geld zien. Hij weet dat ik tegen dit soort eventualiteiten verzekerd ben.' Voorzitter Robbers zet die opmerking meteen recht: ' Meneer S. is niet uit op schadevergoeding. U kunt het onprettig vinden, maar we willen hier de details op tafel krijgen.'

Waarna het tuchtcollege het slachtoffer langzaam aan plakjes snijdt.

De Raad van Discipline twijfelt er bij voorbeeld aan of het wel zo handig was een kort geding aan te spannen. ' Ja, achteraf is het makkelijk een verloren zaak onverstandig te noemen. Ik ben beslist geen advocaat die voor zijn eigen genoegen kort gedingen voert.'

Hoe harder Van M. tegenspartelt, des te vaster wordt de strop aangetrokken. Waardoor is er zoveel vertraging ontstaan dat de Raad voor de Kinderbescherming uiteindelijk beslag legde op het salaris van meneer S.?' Er gaan natuurlijk weken heen met het krijgen van een toevoeging, ' probeert Van M.' U had natuurlijk een spoed-toevoeging kunnen vragen.' ' Had, had, had, ik had zoveel! Er is zoveel misgegaan rond de zaak van S. dat ik het niet eerlijk vind dat ik alleen de zwarte Piet krijg toegespeeld.' Uiteindelijk kondigt de voorzitter aan dat de Raad zich ' over de zaak zal beraden'.

Een beslissing volgt over twee maanden.