Ook allochtonen willen meestrijden om Nederlandse titels

Een maand geleden stelde PvdA-Kamerlid Apostolou schriftelijke vragen aan minister d'Ancona van WVC over het uitsluiten van allochtone sportbeoefenaren van Nederlandse kampioenschappen. Dat is volgens de geboren Griek in strijd met het minderhedenbeleid. Hij wil de overheid bewegen de problemen aangaande integratie van etnische minderheden zo snel mogelijk op te lossen.

ROTTERDAM, 19 mei - Een grote, slanke, donkere jongen komt aangereden op een blinkende, sportieve herenfiets. 'Daar heb je Kemal', roepen een paar meisjes in de buurt van de Zwolse sportschool Boot-Mossel waarnaar de jongen op weg is voor een trainingsavond. 'Kemal, Kemal.'

Hij is een idool. Hij is vijfvoudig kampioen van Nederland karate, werd eenmaal tweede op de wereldkampioenschappen en driemaal derde. Kemal Aktepe is voor de Turkse gemeenschap in Nederland een symbool van het kaliber Ruud Gullit.

Veertien jaar geleden kwam Aktepe met zijn ouders naar Nederland. Als veel Turkse jongens nam hij karateles en ontwikkelde hij zich snel tot een groot talent. Op weg naar de top kwam hij plotseling voor een groot obstakel te staan. Aktepe was Turk, geen Nederlander en mocht daarom niet meedoen aan Nederlandse kampioenschappen. Zes jaar geleden, hij was toen achttien, besloot Aktepe een Nederlands paspoort aan te vragen. Anderhalf jaar later mocht hij zich Nederlander noemen en sindsdien is hij de vaandeldrager van het karate in Nederland.

Aktepe, een beheerste, intelligente jongen die op het punt staat zijn HTS-studie af te ronden, voelt zich niet echt Nederlander. De afgelopen tien maanden bracht hij in zijn geboorteland door voor een stage. Aangetrokken door de verhalen over beloftes van de Turkse regering van rijke beloningen (een compleet ingericht huis, een auto vol gouden munten) die succesvolle karateka's ten deel vallen, wilde hij bovendien de mogelijkheden onderzoeken of hij als bezitter van twee paspoorten niet alsnog voor Turkije kon uitkomen. Hij keerde teleurgesteld terug uit het land waar na voetbal karate en worstelen de populairste sporten zijn. 'De beloftes worden lang niet altijd nagekomen, heb ik begrepen. De manier waarop sportmensen worden behandeld viel tegen. Trainers eisen te veel aandacht op. De hierarchie is te sterk. Het is in Nederland veel amicaler. En als er geen sfeer is, is er ook geen prestatie. Ik had het snel gezien, ik ben niet eens meer naar de Turkse bond geweest. '

Meerderheid

Aktepe vormt in de Nederlandse kernploeg met Antillianen, Surinamers, Marokkanen, Turken, Indonesiers en Italianen met een Nederlands paspoort een grote meerderheid. Slechts een autochtoon is goed genoeg om Nederland op internationale toernooien te vertegenwoordigen. In de gemeenschap allochtonen gaan mogelijk meer potentiele kampioenen schuil, maar culturele principes weerhouden met name Turken en Marokkanen ervan Nederlander te worden.

Een maand geleden was de uitsluiting van allochtonen voor nationale kwampioenschappen aanleiding voor het Tweede-Kamerlid voor de PvdA Apostolou minister d'Ancona van WVC schriftelijke vragen te stellen over het minderhedenbeleid aangaande de sport. Bij individuele sporten als badminton, karate, judo, atletiek en boksen komen deze problemen veelvuldig voor, veronderstelt hij. Omdat het gebruikelijk is dat de kampioen of de hoogst geklasseerden deelnemen aan internationale wedstrijden worden sporters van buitenlandse afkomst al bij de kampioenschappen geweerd.

Apostolou vroeg de minister naar een overzicht van het aantal bonden waar dit probleem speelt. Verder wilde hij weten of ze zijn mening deelt dat de uitsluiting van allochtonen strijdig is met het minderhedenbeleid. Hij wil zelfs dat het ministerie stappen onderneemt om een eind te maken aan deze uitsluiting. 'Sport is een prima gelegenheid tot integratie', meent Apostolou. 'Wanneer allochtone sporters prestaties leveren is dat goed voor de beeldvorming. Sport is de meest ongedwongen manier om met elkaar om te gaan, ook op de non-verbale manier. Talent kan worden gebruikt, daar kunnen de bonden hun voordeel mee doen. Trek je buitenlanders over de streep, dan wek je wederzijds vertrouwen. Veel sportbonden en -verenigingen zeggen: ze moeten zelf de stap maken door Nederlander te worden. Dan beseffen die bonden niet hoe moeilijk dat voor die buitenlanders kan zijn.' Hidir Cumert (29) is een clubgenoot van Aktepe. Hij woont al veertien jaar in Nederland. Zes jaar geleden kocht hij de Turkse militaire dienstplicht af door de verplichte zestienduizend gulden te betalen. Sinds vorige week heeft Cumert na dertien maanden wachten een Nederlands paspoort. Cumert wordt nooit kampioen, maar hij wil graag met zijn club naar buitenlandse (Europa Cup-) wedstrijden. Maar om mee te kunnen gaan, diende hij steeds een visum aan te vragen. Hij is evenals Aktepe een sjiiet, een mohammedaan met vrije opvattingen die geen moskee bezoekt en aan de ramadan doet. Voor hem was het geen groot probleem Nederlander te worden. 'Maar ik blijf voor de helft Turk. Zeg maar fifty-fifty.'

Jaloezie

Van de 250 karateka's die de Zwolse sportschool telt, zijn er naast een paar andere allochtonen vijftig Turks. Aktepe en Cumert zijn niet de enigen op hun club die de afgelopen jaren een Nederlands paspoort hebben gevraagd, in totaal lieten vijf jongens zich naturaliseren. Maar Cumert kent onder karateka's soennieten, orthodoxe mohammedanen die uit eigen principe of om hun ouders niet voor het hoofd te stoten Turk blijven. Zes jaar geleden, herinnert hij zich, werd op zijn club een sjiiet door een soenniet doodgestoken omdat hij zich niet aan de ramadan hield. 'Jaloezie', veronderstelt hij. 'Bij ons zijn twee soennieten, we hebben geen problemen, we praten er ook nooit over. Die jongens zouden kanshebber zijn voor een Nederlandse titel als ze mochten meedoen.' De verschillen tussen allochtonen van de eerste generatie en de tweede en derde zijn groot. De eerste zou wel terugwillen, maar beseft dat ze het in hun geboorteland nooit meer zo goed krijgen als hier. De tweede wil Nederlander worden, maar veroorzaakt daardoor spanningen in het gezin. Psycholoog drs. Michael von Bonninghausen kent de problemen met allochtonen uit het sociaal-culturele jongerenwerk en uit zijn werk als leraar karate. 'Het effect bij uitsluiting van nationale kampioenschappen is de bevestiging van het gevoel dat ze al hebben. Op locaal niveau wordt integratie gestimuleerd, maar de enige plek waar ze zich kunnen bewijzen is op schooltoernooien of op open Nederlandse kampioenschappen.' Van Von Bonninghausen kwam het idee het allochtonen-probleem op algemeen niveau aan te kaarten. Hij noemt zich promotor van de martiale kunsten en intermediair tussen het jongerenwerk en de georganiseerde sportwereld. Hij begon als onderdeel van de sportstimulering van allochtonen met twee projecten: een multi-culturele karateschool met subsidie van WVC die zich richt op 25.000 allochtonen in de stad Utrecht, en een cursus voor leider zelfverdediging van allochtonen met subsidie van de gemeente Utrecht. 'Turken en Marokkanen voelen zich aangetrokken tot vechtsporten', weet hij. 'Door de situatie waarin ze in Nederland moeten leven, wordt het leren van vechtsporten versterkt. Dan is het beter dat ze aan karate doen, dan aan bijvoorbeeld kick-boksen. Dat is veel harder en agressiever en kan op straat worden gebruikt. Dat ligt ook in de criminele sfeer. Er wordt vanuit die hoek hard getrokken aan Marokkanen en Turken en dat wil ik voorkomen door karate te promoten.'

Lijf

Hidir Cumert: 'Kickboksen is ongezond. Daar mag je contact maken. Als jongetje ging ik altijd met mijn vrienden naar karatefilms. Het trok me aan dat vechten. En als een jongen het goed doet, willen ze allemaal. Kemal geeft nu het voorbeeld.'

Kemal Aktepe: 'Karate geeft zelfvertrouwen. Je ontlaadt je in je sport. Je leert controleren en beheersen, de coordinatie tussen hersenen en spieren bevorderen. Misschien helpt het ons buitenlanders als je wordt uitgedaagd, maar dat is niet de reden. Turken zijn altijd bezig met hun lijf. Worstelen is in Turkije daarom ook populair. Of het door karate komt, weet ik niet, maar ik word nooit kwaad, ik kan rustig doorlopen. Maar misschien heb ik niet zoveel last van discriminatie als jongens in de grote steden.' Peter Frey is beleidsmedewerker van de Nederlandse Sport Federatie (NSF) belast met de sportstimulering voor allochtonen. Hij ging in op de vragen van Apostolou aan minister d'Ancona en inventariseerde de problemen bij individuele sportbonden als karate, judo, boksen, roeien, tafeltennis, tennis, squash, atletiek en badminton. Eigenlijk kwam Frey tot de conclusie dat de problemen minder groot zijn dan wordt verondersteld. Bij de boksbond (de allochtoon met een Turks paspoort Orhan Delebas is zelfs Nederlands kampioen), de judobond en de roeibond bestaat er geen enkel probleem: iedereen mag meedoen. Bij vijf sportbonden is er sprake van een ontsnappings-clausule, waardoor sporters als ze drie of vijf jaar in Nederland wonen aan nationale kampioenschappen mogen deelnemen. Slechts in de karate-do bond zijn er grote problemen.

Uitgangspunt van de reglementen bij de sportbonden is het beschermen van de Nederlandse spelers. In teamsporten kunnen clubs met een beperkt aantal buitenlanders aan een nationaal kampioenschap meedoen. Maar met indivduele sporten moeten restricties worden aangebracht. Er zijn immers Amerikanen die voor geld in Nederland komen tennissen en snel even Nederlander willen worden om voor hun club te kunnen uitkomen, uitgeweken Pakistani die komen squashen, gefrustreerde Denen die badminton komen spelen en Roemenen die om economische redenen liever hier tafeltennissen dan in eigen land. Frey: 'Anders zou iedereen ongeacht welke nationaliteit overal in de wereld aan nationale kampioenschappen kunnen meedoen.'

Paspoort

Alleen de karate-do bond laat op nationale kampioenschappen uitsluitend deelnemers toe die over een Nederlands paspoort beschikken. Interim-voorzitter Agerbeek: 'Van mij mogen ze meedoen. Ze hebben de gelegenheid aan alle toernooien in Nederland mee te doen, behalve aan de nationale. Langs democratische weg is in onze ledenvergadering door de meerderheid besloten buitenlanders zonder een Nederlands paspoort te weigeren. Ons criterium is dat nationale kampioenschappen een selectie zijn voor deelneming aan Europese- en wereldkampioenschappen. De karateka's hebben een Nederlands paspoort nodig om voor uitzendig naar het buitenland in aanmerking te komen. Dat is niet ons beleid maar het beleid van de Europese- en wereldfederatie.' Agerbeek acht het huishoudelijk reglement van zijn bond niet in strijd met het minderhedenbeleid. Waarom hebben leden die contributie betalen, wel plichten maar geen rechten? 'In de grondwet is sprake van vrijheid van organisatie. Wij voeren een democratisch beleid.'

Dat het gezicht van karate wordt bepaald door niet in Nederland geboren sporters, vindt hij allerminst een probleem. 'Het kan een motivatie voor Nederlanders zijn om beter te worden.' De karate-do bond staat allerminst onwelwillend tegenover integratiecampagnes. Agerbeek: 'Maar Apostolou kan nu wel roepen dat het een probleem is, maar roepen is niet hetzelfde als het probleem oplossen.'

Hij sluit niet uit dat het nieuwe bestuur, dat morgen wordt gekozen, bereid is te praten over het voorstel van NSF-functionaris Frey. Deze meent dat de bonden in het reglement van de kampioenschappen een bepaling zouden kunnen opnemen dat aan internationale wedstrijden alleen mensen met een Nederlandse nationaliteit kunnen deelnemen, waardoor voor iedereen de weg vrij is om aan een nationaal kampioenschap mee te doen zonder dat men de illusie heeft naar een internationaal toernooi uitgezonden te worden.

Maar hoe groot is het probleem onder de karateka's? Telt de karate-do bond wel zoveel leden uit etnische minderheden? Agerbeek: 'Van de 12.000 leden is misschien een procent allochtoon. Tweeduizend leden doen aan karate op wedstrijdniveau, daarvan zijn er misschien honderd buitenlander. We gaan nu met een enquete beginnen over ons beleid. We willen weten wie onze leden zijn. Maar u begrijpt dat het tegenwoordig moeilijk is vragen te stellen over afkomst en nog meer over geloof. Dat ben je gauw discriminerend bezig. Maar het geeft aan dat we serieus nadenken over het probleem.'

Uitgangspunt

Apostolou wijst er op dat de problemen in de toekomst groter worden als de integratiecampagnes te weinig gehoor krijgen. 'In Amsterdam is 47 procent van de kinderen tussen 1 en 9 jaar allochtoon, in Rotterdam 30 tot 35 procent.'

En Frey: 'Dat sportbonden en clubs de deuren open houden voor allochtonen is niet genoeg. Ze moeten ook faciliteiten bieden en hun accommodaties zo maken dat ze zich thuis voelen. Anders blijft er een waas van discriminatie hangen. Het uitgangspunt van het minderhedenbeleid is toch gelijkwaardige behandeling. Maar ik kan me het beleid van bijvoorbeeld de karate-do bond voorstellen. Ze hebben zich te houden aan internationale regels. De Europese federatie wil geen Turken of Marokkanen als vertegenwoordigers van Nederland.'

'Eigenlijk ligt het probleem bij de wereldfederaties en het Internationaal Olympisch Comite', zegt Agerbeek. 'In hun reglementen wordt uitgegaan van nationalisme. Dat is in strijd met de universele rechten van de mens. Het zou er niet om moeten gaan dat Rusland of Amerika de medailles behalen, maar de personen. Waarom een volkslied en niet steeds dezelfde hymne, bijvoorbeeld de Internationale?'