Onderwijs op de helling

DE SUPERTANKER in Zoetermeer gaat op de helling. Minister Ritzen (onderwijs) heeft samen met staatssecretaris Wallage een ingrijpende reorganisatie van zijn ministerie aangekondigd. Hij is daartoe aangezet door de afspraken die in de kabinetsformatie zijn gemaakt. Het dereguleringsbeleid, door zijn voorganger Deetman op de rails gezet, moet gevolgen hebben voor omvang en werkwijze van het departement, aldus het regeerakkoord.

Over de omvang van het ambtenarenkorps wil Ritzen zich niet uitspreken. Hij gaat er terecht van uit dat dit wel zal blijken als de reorganisatie achter de rug is. Een nu genoemd getal zou anders de leidraad kunnen worden voor de toekomstige organisatiestructuur en niet, wat de bedoeling is, de taak die het centraal apparaat heeft.

Maar ook zonder de nieuwe besturingsfilosofie, die de scholen meer vrijheid en eigen verantwoordelijkheid moet bieden, is een aanpassing van de departementale organisatie dringend nodig. De bevindingen van de werkgroep die het departement in de afgelopen maanden doorlichttegeven daarvoor voldoende aanleiding. De gesignaleerde onvolkomenheden, zoals verkokering van de verschillende onderdelen, vragen om een krachtig ingrijpen.

Dat geldt ook voor de constatering dat in de leiding van het departement de belangstelling voor de uitvoering van het beleid maar matig is. Het grootste deel van het ambtenarenkorps is nu eenmaal gespitst op het sturen van de ontwikkelingen in het onderwijs en op het - op papier - oplossen van (voorziene) problemen. Het overhevelen van de uitvoerende taken naar een organisatie waarin de zorg daarvoor centraal staat, ligt dan voor de hand. In de Informatiseringsbank, waarin onder meer de uitvoering van de studiefinanciering is geconcentreerd, heeft Ritzen een voorbeeld voor die aanpak.

MUITERIJ WORDT in Zoetermeer niet verwacht na de aankondiging van de forse reorganisatie. Wel zal het er lange tijd erg onrustig zijn. Dat is het gevolg van de gekozen aanpak. Pas over twee, drie jaar wordt immers pas duidelijk hoeveel en welke arbeidsplaatsen overbodig zijn.

Het werkklimaat zal er zeker onder lijden en dat moet voor de bewindslieden reden tot zorg zijn. Op korte termijn wil bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs weten waar het aan toe is. De invoering van debasisvorming en de herstructurering van de bovenbouw zijn operaties die veel tijd en energie vergen. Tijd en energie die wel eens voor een groot deel in het reorganisatieproces verloren zouden kunnen gaan.

Maar ook ten aanzien van de deregulering zelf is er voor de bewindslieden nog veel te doen en ook daarbij zullen ze een maximale inzet van hun ambtenarenapparaat nodig hebben. Dat proces lijkt de laatste maanden te stagneren. Dat is zorgelijk omdat er nog een lange weg is te gaan voordat de scholen inderdaad kunnen beschikken over de hun beloofde grotere autonomie.

HET OPTIMISME waarmee Ritzen en Wallage verwachten de reorganisatie te realiseren en tegelijkertijd belangrijke veranderingen in het onderwijs te kunnen aanbrengen is typerend voor deze bewindslieden. Met name de minister heeft uit zijn vorige baan een aantal theorieen over het ideale overheidsbestuur meegebracht en verwacht kennelijk dat de werkelijkheid zich daar naar zal richten. Misschien ook daardoor heeft zijn verblijf in Zoetermeer tot dusver slechts geleid tot het aankondigen van een indrukwekkend aantal beleidsnota's, notities en adviezen. De reorganisatie van het departement zou daardoor wel eens de eerste - en voorlopig ook de enige - belangrijke beleidsdaad van deze bewindslieden kunnen zijn.