'Niets bijzonders aan de hand met asielzoekers'

AMSTERDAM, 19 mei - Atrushi glimlacht weemoedig terwijl hij bladert door een klein foto-album. Op een foto staat een Koerdische familie in kleurige kleding. 'Kijk, dat is mijn moeder, dat zijn mijn broers', zegt hij. De glooiende akker op de achtergrond behoorde aan zijn vader. Atrushi zucht. De wereld van de foto's is vernietigd door de Irakese overheid. Anderhalf jaar geleden is Atrushi gevlucht.

Hij woont, met twee andere Koerden, in een flatje in de Amsterdamse nieuwbouwwijk de Banne. Vanuit zijn raam heeft hij uitzicht op een bord dat aan de ingang van zijn straat hangt: 'Mooiste straat van Amsterdam-Noord.'

Mooi? Weer lacht Atrushi: niets is mooier dan de vruchtbare heuvels van Koerdistan.

Atrushi (een schuilnaam) is een van de ruim duizend asielzoekers die 'decentraal' gehuisvest worden door het Amsterdamse Asielzoekersopvangcentrum HVO-afdeling Jonker. 'Iedere vluchteling draagt een andere geschiedenis met zich mee', zegt J. den Hartogh, coordinotor van de Stichting Vluchtelingenwerk Amsterdam (SVA). Het zijn stuk voor stuk schrijnende verhalen. 'Daar zijn wij de hele dag mee bezig. De kritiek van Van den Klinkenberg staat in geen verhouding tot die persoonlijke drama's. Als ik haar kritiek op asielzoekers hoor, denk ik: waar gaat dat eigenlijk over?' Van den Klinkenberg, de onlangs ontslagen directeur van HVO-Jonker, stelt dat veel misbruik gemaakt wordt van de Regeling Opvang Asielzoekers. Aanleiding voor haar klacht zijn negatieve ervaringen van medewerkers met asielzoekers. Er zou sprake zijn van 'normoverschrijdend gedrag', varierend van diefstal van interieurs van opvangwoningen tot schietpartijen en handel in drugs. De ex-directeur pleit voor een humaan en duidelijk toelatingsbeleid, maar ook voor een snellere en betere asielprocedure.

Van den Klinkenberg wil het taboe op het spreken over asielzoekers en mogelijk 'normoverschrijdend gedrag' doorbreken. Den Hartogh gelooft niet in het taboe. 'Crimineel gedrag komt overal voor, ook onder asielzoekers.' De kwestie ligt onmiskenbaar gevoelig. In Amsterdam zijn bij de uitvoering van de regeling behalve het Jonkerhuis en Vluchtelingenwerk, ook de sociale dienst en de woningcorporaties betrokken.

Adjunct-directeur Schmidt van het Jonkerhuis zegt opdracht gekregen te hebben geen commentaar te geven. 'Maar volgende week houden we een open dag voor de pers.'

Directeur Van Dijk van de Gemeentelijke Sociale Dienst weet eerst niet 'of het wel zo handig is commentaar te geven', maar zegt dan: 'Een groot aantal maanden geleden heeft Van den Klinkenberg wel eens verteld dat er beheersproblemen waren. Maar bij mij is nooit de indruk ontstaan dat het die vormen had waarover nu gesproken wordt.' Enige weken geleden bevestigde een anonieme zegsman van de Federatie van Woningcorporaties Van den Klinkenberg's kritiek. Inmiddels inventariseert de Federatie de mogelijke problemen 'om greep te krijgen op de problematiek'. Beleidsmedewerker G. van den Berg weet niet of de resultaten ooit openbaar zullen worden. 'Het is de vraag of die voor het grote publiek geschikt zijn. Wij gaan het rustig onderzoeken. Geen paniek.' Een politiewoordvoerder zei eerder dat hij de beweringen van Van den Klinkenberg niet door de misdaadcijfers gesteund zag. Hij zei ook: 'We moeten altijd heel erg oppassen met onze uitlatingen over criminaliteit in bepaalde groepen. Die gevoeligheid speelt hier ook zeker een rol.' Ook een door de gemeenteraad vastgesteld rapport over de asielzoekersregeling concludeert dat de berichten van HVO over normoverschrijdend gedrag bij asielzoekers 'door overige betrokkenen niet bevestigd' worden. Van den Klinkenberg verwijt het gemeentebestuur dat het wegloopt voor het door haar gesignaleerde probleem.

Verantwoordelijk wethouder P. Jonker ontkent dit. Er is volgens hem 'niets bijzonders aan de hand met asielzoekers'.

'De zaken die Van den Klinkenberg signaleert, zullen precies zo terugkeren in een demografisch vergelijkbare groep van duizend andere jonge alleenstaande mannen.'

Volgens de wethouder zijn de problemen 'van interne aard'.

'Die moeten intern opgelost worden. Misschien zat zij wel op de verkeerde plaats.' Burgemeester E. van Thijn laat weten dat de zaak al enige jaren zijn 'voortdurende zorg' heeft. Het is volgens hem niet zo dat gemeente de problemen ontkent. 'Dit blijkt uit het feit dat wij een overlegstructuur in het leven geroepen hebben tussen HVO, gemeente en politie.' De gevoeligheid van het onderwerp beperkt zich niet tot Amsterdam. In Den Haag zijn de ministeries van justitie en WVC verantwoordelijk voor de Regeling Opvang Asielzoekers. Justitie onderzoekt op dit moment de 'aard en omvang' van de problematiek. Omdat Tweede-Kamerlid Mateman (CDA) schriftelijke vragen gesteld heeft 'inzake ernstige toeneming van criminaliteit in opvangcentra voor asielzoekers', kan de pers hierover niet te woord worden gestaan. Het antwoord aan de volksvertegenwoordiger heeft voorrang.

WVC zegt eerst geen commentaar te geven omdat het Jonkerhuis 'decentrale opvang' biedt. Maar hoe zit het dan met het overleg dat Van den Klinkenberg regelmatig voerde met een ambtenaar van de afdeling Opvang Asielzoekers? 'Misschien hadden we er wel van gehoord, maar wij zijn er niet verantwoordelijk voor', aldus de woordvoerder, die verder stelt dat de problemen alleen uit Amsterdam worden gemeld. 'Het gaat nooit volkomen rimpelloos. Maar in de Amsterdamse geluiden herkennen wij ons niet.' PvdA-Tweede Kamerlid Van Traa snuift als hij dit hoort. 'Ik heb brieven uit verschillende plaatsen ontvangen, van mensen die op kleinere schaal hetzelfde aantreffen. Het is onaannemelijk dat dit een puur Amsterdamse aangelegenheid is.'

Van Traa noemt de oordelen van de ex-directeur 'nogal rauw', maar vindt dat ze de problemen terecht heeft aangekaart. 'Ik zou als laatste asielzoekers willen stigmatiseren. Integendeel. Maar tegen asielzoekers uit Oostbloklanden moet misschien inderdaad vaker gezegd worden: , Sorry, u bent geen vluchteling, dat kunnen we echt niet van u maken'.' Na enig tegenstribbelen erkent Van Traa dat centrumdemocraten en de angst om uitgemaakt te worden voor racist, de taboeisering van het onderwerp zeker in de hand gewerkt hebben. 'Racisme wordt bestreden door mensen gelijk te behandelen als het om strafbare feiten gaat. Het begrip moet een keer ophouden anders blijft er geen tolerantie meer over.' In de vier kamerflat in Amsterdam-Noord schenkt Atrushi nog eens thee bij. 'Ik ontmoet alleen maar aardige Nederlanders', zegt hij. 'Maar het gekke is dat de brieven die ik van de regering krijg zo onaardig zijn.'

Hij vreest dat zijn zaak komende zomer afgewezen zal worden. Van Van den Klinkenberg heeft hij nog nooit gehoord.