Nederlands ontwikkelingsgeld voor guerilla's; De Filippijnseconnectie

Voordat het uitlekte, circuleerde het rapport dertien maanden in de top van het departement. De status was vertrouwelijk. Minister Bukman las het, zijn opvolger Pronk nam het tot zich - volgens woordvoerder R. Vermaas van Ontwikkelingssamenwerking kreeg het stuk ' serieus aandacht'.

De auteur - de Nijmeegse hoogleraar W. Wolters - geldt volgens Vermaas op het departement als ' een verstandig man'. De boodschap die Wolters in zijn 26 pagina's tellend stuk verwoordde was niet aangenaam voor het departement, laat staan voor de derde wereld-organisaties NOVIB (algemeen), ICCO (protestants-christelijk) en CEBEMO (katholiek). Wolters schreef het rapport nadat hij in augustus 1988 korte tijd deel uitmaakte van een missie die de voortgang van Filippijnse projecten moest onderzoeken die door Nederlands overheidsgeld werden gefinancierd. Het betrof projecten van ICCO, net als NOVIB en CEBEMO een medefinancieringsorganisatie. Die organisaties zijn organisatorisch onafhankelijk, maar leunen financieel sterk op de Nederlandse overheid. De missie bestond uit twee Filippino's, een vertegenwoordiger van het ministerie, een van ICCO, en een onafhankelijk deskundige, Wolters. Zijn lidmaatschap van de missie duurde twee dagen. Hij stapte eruit toen hij vaststelde dat de vertegenwoordiger van ICCO, Biem Lap, ' niet een objectief onderzoek' wilde instellen, zo stelt zijn rapport.

De geldkoerier

Aan een dergelijk onderzoek was grote behoefte. Sinds 1987 werd door de Filippijnse autoriteiten de - onbewezen - beschuldiging geuit dat ICCO, NOVIB en CEBEMO indirect financiele steun verleenden aan het Nieuwe Volksleger (New People's Army - NPA), een communistische guerrillabeweging, die al 21 jaar tegen het Filippijnse leger strijdt, eerst onder Ferdinand Marcos, nu onder Corazon Aquino.

De beschuldigingen tegen de Nederlandse organisaties, die samen jaarlijks zo'n vijftien miljoen gulden overheidsgeld in de Filippijnen spenderen, werden in verband gebracht met de aanwezigheid in Nederland van Luis Jalandoni, een in de jaren zeventig naar Nederland uitgeweken Filippijnse priester, die inmiddels de Nederlandse nationaliteit heeft; en Jose Maria Sison, mede-oprichter van de Communistische Partij van de Filippijnen (CPP) en het NPA die sinds 1988 in Nederland is in afwachting van een aanvraag voor politiek asiel. Jalandoni stond aan de basis van de vestiging in Utrecht van het internationale hoofdkantoor van het Nationaal Democratisch Front (NDF), een coalitie van linkse Filippijnse politieke groeperingen, waar ook de communistische partij en de guerrillabeweging NPA toe behoren.

Het Utrechtse pand waar het NDF kantoor houdt is een verzamelplaats van diverse groeperingen die een netwerk van vaderlands Filippijnen-activisme vormen. Naast het NDF bevinden zich in het gebouw de Stichting Filippijnengroep Nederland (FGN - die sinds 1988 van de overheid geen subsidie meer ontvangt omdat er nauwe banden bestonden met NDF/NPA), de Stichting International Network for Philippine Studies en de Stichting Internationaal Informatiebureau van het NDF. De groepen, die uitsluitend een ideeel oogmerk hebben, zeggen volledig onafhankelijk van elkaar te opereren, maar staan onmiskenbaar in verband met elkaar. Zo is het hoofd van het Utrechtse NDF-kantoor Jalandoni penningmeester van de Stichting Internationaal Informatiebureau van het NDF. De voorzitter van die stichting is Dolf Hautvast, wiens echtgenote, Hanneke Hautvast-Haaksma, oprichter en bestuurslid van de Filippijnengroep Nederland is.

Dolf Hautvast haalde onlangs de voorpagina's toen hij in Zwitserland werd gearresteerd bij het storten van geld op een bankrekening in Geneve. Van de anderhalf miljoen dollar die hij bij zich had was 150.000 dollar vals. Inmiddels doken ook valse dollars in de Filippijnen op. Hautvast werd vorige maand op borgtocht vrijgelaten omdat de Zwitserse justitie onvoldoende bewijzen tegen hem kon aandragen.

Wel bleef de vraag namens wie hij anderhalf miljoen dollar bij zich droeg, temeer daar het geld via de Joegoslavische hoofdstad Belgrado Zwitserland was binnengeloodst. Hautvast zei dat hij ' koeriersdiensten voor derde wereld-organisaties' verrichtte - hij deed dat al negen jaar. Welke organisaties dat waren wilde hij destijds niet zeggen, noch wat de herkomst en de bestemming van het geld was. Nu wil hij daarover in eerste instantie nog altijd geen duidelijkheid verschaffen: tegen hem loopt nog een onderzoek van de Zwitserse justitie die daarbij Interpol heeft ingeschakeld.

Inlichtingendienst

De Filippijnse militaire inlichtingendienst, onder leiding van kolonel Tanega, heeft vorige maand een rapport opgesteld waarin een verband is gelegd tussen NDF/NPA/CPP, buitenlandse hulporganisaties en koeriers zoals Hautvast. Het rapport stelt dat in Europa, Noord-Amerika en Azie netwerken bestaan die ' een goed georkestreerde propaganda- en desinformatiecampagne bedrijven gericht op niets vermoedende geldverstrekkers'.

De landen waar het meest actief wordt geopereerd zijn volgens het rapport West-Duitsland, Nederland en de Verenigde Staten. ' Het NDF is er in geslaagd grote sommen geld te toucheren zonder dat de donors het wisten', aldus het rapport.

Het rapport, dat door Nederlandse diplomatieke kringen in de Filippijnen 'authentiek' wordt genoemd, stelt dat Hautvast het geld wilde storten op een Zwitserse bankrekening van de CPP. Hautvast noemt die beschuldiging in een tweede reactie ' een pure leugen' en zegt dat het om zijn eigen bankrekening gaat die hij aanwendt ' voor meerdere doeleinden'.

Nadere informatie daarover kan hij niet geven, zegt hij. Het rapport van de Filippijnse inlichtingendienst acht hij onbetrouwbaar.

Het systeem van verholen financiele steun met Nederlands overheidsgeld aan het Filippijnse verzet zou volgens de Filippijnse beschuldigingen aldus hebben gewerkt: Filippijnse 'frontorganisaties' ontvingen Nederlandse gelden voor ontwikkelingsprojecten en sluisden een deel daarvan door naar de CPP of het NPA. De Nederlandse organisaties ontkenden tot nu toe de aanhoudende beschuldigingen ten stelligste.

Vergeldingsacties

Wolters, die als Filippijnen-deskundige naam heeft gemaakt, wijst erop dat de bewijzen veelal zijn gebaseerd op de verhalen van enkele personen. Voordat de missie waarvan hij twee dagen deel uitmaakte op pad ging, deed hij in 1988 zelf onderzoek naar de werkwijze van het NPA in Centraal Luzon. Hij zegt daarover: ' Als je onderzoek doet in bepaalde gebieden merk je dat NPA/CPP en linkse bovengrondse organisaties, inclusief de mensenrechtengroepen, netwerken van aanhangers hebben die elkaar overlappen. Er zijn sterke aanwijzingen dat ondergrondse en bovengrondse organisaties samenwerken. Dit is alleen te bewijzen indien het wordt nagetrokken in een bepaalde regio en dat is niet goed mogelijk omdat het personen blootstelt aan vergeldingsacties van zowel leger als NPA.' Wolters zegt dat hij ' met gebonden handen' uit de missie is gestapt. ' Ik wilde de vakbonden ook niet te hard aanpakken. In een land als de Filippijnen, waar zoveel sociale ongelijkheid heerst, is het van groot belang dat er vakbonden zijn die sociaal-economische veranderingen nastreven. Maar ik ben tegen organisaties die zeggen de belangen van boeren of arbeiders te behartigen, terwijl ze in feite opereren voor het communistisch verzet.' Hij heeft zijn bevindingen toen niet aan de grote klok gehangen nadat een daar werkzame Nederlandse hulpverlener hem confronteerde met de mogelijke represailles tegen Nederlandse belangen in de Filippijnen. ' Voorts vond ik het in een klimaat van repressie niet nodig het Filippijnse leger extra attent te maken op de activiteiten van linkse groeperingen'. In zijn rapport schetst hij het NPA als een autoritair opererende organisatie van ' de harde lijn', die Filippino's om het leven brengt als ze bijvoorbeeld weigeren de door de communisten opgelegde 'revolutionaire belasting' te betalen. Volgens Wolters betreft het hier een een vorm van ' gewapende afpersing'.

Uit zijn rapport: ' Ik ken veel mensen in Centraal Luzon die keurig hun revolutionaire belasting afdragen uit vrees anders geliquideerd te worden.'

Daarnaast vernam hij dat NPA het opzetten van projecten die zijn gericht op de verbetering van de inkomenspositie van Filippino's, bewust afhoudt omdat ' daarmee aan de stabilisering van het Aquino-bewind wordt bijgedragen'. Toen Wolters deel uitmaakte van de missie merkte hij tot zijn ontzetting dat ICCO op de Filippijnen werkt met organisaties die ' niet bereid bleken in het openbaar afstand te nemen van de toepassingen van geweld en schendingen van de mensenrechten door de NPA/CPP'.

Zijn ergernis was op dat moment al gewekt door het optreden van ICCO-medewerker Lap. Die was volgens Wolters uitsluitend uit op ' een complete schoonwassing en rehabilitatie' van de organisaties waarmee ICCO samenwerkte op de Filippijnen, zonder dat de missie naar Wolters' stellige overtuiging mogelijkheden had zulks grondig te onderzoeken. Lap trok uit het werk van de missie de conclusie dat geen ICCO-geld bij het communistisch verzet terechtkwam. Wolters acht de stelling van Lap onbewezen: ' Het is niet eens onderzocht. Dit was geen evaluatie maar mystificatie.'

Om de tuin geleid

Biem Lap, hoofd van de afdeling Azie en Oceanie van ICCO, reageert allerminst aangedaan op de beschuldigingen van Wolters. Hij bestrijdt dat hij moedwillig heeft toegewerkt naar conclusies. Wel geeft hij nu toe dat zijn conclusies zoniet verkeerd dan toch voorbarig waren: ' Achteraf heeft Wolters meer gelijk dan ik destijds dacht. Op basis van dit onderzoek hadden we niet mogen stellen dat geen geld in verkeerde handen terechtkwam. Dat konden we niet weten.' Toch ging Lap in september 1988 - samen met een vertegenwoordiger van de Nederlandse ambassade in Manila en een NOVIB-medewerker in de Filippijnen - aan tafel zitten met de Filippijnse minister van buitenlandse zaken, Raul Manglapus. Blijkens de notulen van die vergadering - door Lap zelf opgetekend - werd daarin op basis van het zojuist uitgevoerde en nog niet goedgekeurde onderzoek van de missie, ontkend dat er enige financiele steun van ICCO naar het communistische verzet ging. De Filippijnse minister werd derhalve om de tuin geleid. Lap: ' Dat kun je me verwijten. Ik had daar niet heen moeten gaan. Ik heb te stellig gezegd dat er niets aan de hand was.' Maar waarom deed hij het dan toch? ' Ik heb bepaalde mensen met wie ICCO op de Filippijnen zaken deed vertrouwd, en ik ben niet meer zeker of dat terecht was. Mensen wier sympathieen voor het verzet ik kende, maar van wie ik dacht: die besteden het geld zoals we dat hebben afgesproken. Mensen die dagelijks in de vuurlinie lagen, mensen die door rechts voortdurend als communist werden gebrandmerkt, maar waarvan ik met eigen ogen zag dat ze alleen maar keihard werkten voor een rechtvaardiger samenleving. Op de missie kwamen we die mensen opnieuw tegen, ik had geen enkele argwaan. De conclusies die ik destijds als missielid trok, waren op het vertrouwen in die mensen gebaseerd.'

De vakcentrale

Wolters haalde uiteindelijk zijn gelijk. Het bovengenoemde officiele evaluatierapport van de missie werd nimmer gepubliceerd - een schoffering voor zowel de betrokken ambtenaar van Ontwikkelingssamenwerking, J. Paulus, als voor Lap. Minister Bukman weigerde het rapport te bekrachtigen wegens de terugtrekking van de onafhankelijke deskundige, Wolters. Op het departement werd voortaan ' attenter gekeken' naar aanvragen voor (aanvullende) financiering van projecten voor de Filippijnen, aldus woordvoerder Vermaas. En als sluitstuk van een jarenlang hoogoplopend debat binnen ICCO, werd de samenwerking met een Filippijnse 'counterpart' opgeschort, de vakcentrale KMU (Kilusang Mayo Uno; 1 mei Beweging), waaraan sinds 1982 steun werd gegeven. De KMU, een vakcentrale met een groot aantal aangesloten vakbonden, heeft naar eigen zeggen meer dan 700.000 leden. In totaal kreeg KMU van ICCO een bedrag van circa 3,5 miljoen gulden.

Het feit dat ICCO met KMU samenwerkte, was al sinds 1982 een doorn in het oog van het Nederlandse Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV), dat als bevriende christelijke organisatie zitting heeft in het ICCO-bestuur.

Ook de gang van zaken tijdens de missie wekte bevreemding bij het CNV. CNV-medewerker G. Pruim: ' Er is binnen ICCO veel over gepraat. Het enige wat ik ervan zeg is dit: Wolters heeft een prima rapport geschreven. En het aardige ervan is dat hij, geheel onafhankelijk van ons, tot exact dezelfde conclusies kwam. In 1987 zijn we zelf op onderzoek uitgegaan op de Filippijnen. Het is ons toen gebleken dat KMU een maoistisch georienteerde bond is, die door vele Filippino's wordt aangeduid als frontorganisatie van NPA. In gesprekken met ons werd dat door KMU ontkend. Maar tegelijk bleek men op geen enkele wijze bereid het geweld van NPA te veroordelen.'

De samenwerking tussen ICCO en het KMU werd pas opgeschort nadat KMU de gebeurtenissen op het Plein voor de Hemelse Vrede toejuichte. Ook de FNV zegde KMU op dat moment de wacht aan. Pruim: ' We zijn blij dat ICCO ermee is gestopt, maar je vraagt je wel af waarom men dat niet al veel eerder deed. De feiten lagen er.' Wolters zegt ambivalent te staan ten opzichte van de KMU. ' De top deugt niet, die heeft een geheime agenda samen met de CPP/NPA en sluist vermoedelijk geld door naar het verzet. Maar bij de KMU zijn ook bonden aangesloten die wel bona fide zijn.'

De hoogleraar wijst in dit verband op het belang van de recente Filippijnse geschiedenis, de overgang van de Marcos-dictatuur naar de regering van Corazon Aquino. ' Communistische organisaties konden zich ten tijde van Marcos verheugen in binnenlandse en buitenlandse sympathie. De onderhandelingen tussen de regering Aquino en het verzet tijdens een wapenstilstand liepen eind 1986 mis. Begin 1987 moet de CPP-top hebben besloten tot een totale oorlog en dat heeft geleid tot een verharding van standpunten, ook in de KMU.'

Het kan

Lap: ' ICCO heeft eerder waarschuwingen gekregen over de KMU. In 1987 meldde de Nederlandse ambassadeur in de Filippijnen ons dat de Filippijnse overheid wilde dat we onze steun aan KMU stopten. Toen lagen de bezwaren van het CNV er al. Maar wij beschouwden KMU als een belangrijke organisatie, als een club die werkelijk verbeteringen voor de armen wist te bewerkstelligen. Achteraf moet ik toegeven dat de KMU zich op dat moment verkeerd ontwikkelde: in de top van de organisatie zijn hard-liners terechtgekomen die ervoor zorgden dat het 'China-statement' werd afgegeven. Toch is daarmee niet gezegd dat de hele organisatie aan de leiband van de CPP loopt. Ik zeg niet dat al het geld dat we aan KMU gaven fout is besteed, maar ik kan evenmin beweren dat al het geld op de goede plaats is terechtgekomen. Niemand heeft het aangetoond, maar ik sluit niet uit dat het bij het communistisch verzet is beland. Het kan. Achteraf, met de kennis die ik nu heb, houd ik het voor mogelijk.'

Particuliere fondsen

ICCO, NOVIB en CEBEMO moeten vanwege hun financiele afhankelijkheid van de overheid in lijn blijven met de Nederlandse buitenlandse politiek: ons land steunt de regering Aquino. Daarnaast zijn er diverse Nederlandse organisaties die over particuliere fondsen beschikken en derhalve wel actief steun kunnen verlenen aan het gewapend verzet op de Filippijnen.

Zo is XminY in Amsterdam een ideele fondswerver die er voor uitkomt het gewapende Filippijnse verzet te steunen. Coordinator C. Huinder vertelt dat veel verzetsgroeperingen op de Filippijnen proberen geld van medefinancieringsorganisaties als NOVIB, CEBEMO en ICCO los te krijgen. ' Er wordt steeds naar gevraagd. En ik ben ervan overtuigd dat er geld van medefinancieringsorganisaties bij groeperingen die bij het NDF en gelieerde verboden organisaties terechtkomt. Alle Nederlandse medefinancieringsorganisaties doen daaraan mee. Men heeft contact met zo'n bij NDF aangesloten club en via-via komt het geld bij het gewapend verzet terecht. Verscheidene medewerkers van medefinancieringsorganisaties hebben me dat verteld. Ik kan niet bewijzen dat het gebeurt. Maar voor mezelf weet ik het er.' XminY beschikt over weinig geld. Huinder verwijst voor 'de grootste geldstroom' naar de 'de katholieke mafia'.

Zo is er de AMA - de Adviescommissie Missionaire Activiteiten. Dat is een voor 125 katholieke ordes en congregaties geraadpleegd orgaan voor adviezen bij het aangaan van projecten in de Derde wereld. ' De ordes en congregaties hebben geld en vragen ons: waar kunnen we dat het beste besteden, waar is de nood het hoogst?', vertelt A. van Boxtel, die bij AMA samen met een collega Azie in zijn pakket heeft. ' Wij vervullen daarbij een bemiddelende rol, wij zijn de instantie die het contact legt tussen de geld vragende en geld gevende partij.'

Hij zegt dat de AMA jaarlijks de bemiddeling verzorgt voor projecten ten bedrage van zeven a acht miljoen gulden. Dat is doorgaans ' spaargeld van jezuieten of karmelieten die hun pensioen niet opkrijgen - in die sfeer moet je het zoeken'. Hij kan niet zeggen hoeveel geld er exact via AMA jaarlijks op de Filippijnen terechtkomt. Tot een nadere aanduiding dan 'enige tonnen' gaat hij niet. ' AMA wil steun verlenen aan mensen die vanuit hun kerkelijk werk in de problemen komen. Wij kijken daarbij vooral naar kerkvernieuwende activiteiten. Naar mensen die de bevrijdingstheologie aanhangen. Als mensen vanuit die invalshoek tot de conclusie komen dat gewapend verzet de enige mogelijkheid is om aan bestaand onrecht een einde te maken, zijn wij niet degenen die zeggen: dat mag niet en dus trekken we onze steun in - welnee. Anderzijds steunen we die mensen niet expliciet. We steunen pastorale projecten.' Vaak wordt gesproken van een internationaal netwerk van (kerkelijke) organisaties die steun verlenen aan het verzet op de Filippijnen. Herkent hij dat? ' Zeker. We hebben contacten met bevriende organisaties in West-Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Dat is een netwerk: we werken samen, wisselen contacten uit en gaan er van tijd tot tijd toe over bepaalde organisaties gezamenlijk te steunen.' Van Boxtel heeft liever dat geen groepen in de krant komen met wie AMA op de Filippijnen in contact staat. ' Wij zijn geen openbare instelling. Bovendien wil ik graag voorkomen dat ik op een goeie dag een bom van de regering Aquino in de bus krijg.'

    • Tom-Jan Meeus
    • Lolke van der Heide