Lubbers pakt uit over strijd Bank Oost-Europa

DEN HAAG, 19 mei - Een van de vele ironische momenten in de strijd rond de Europese bank voor herstructurering en ontwikkeling van Oost-Europa, is dat premier Ruud Lubbers in een telefoongesprek met het presidentiele paleis Elysee in Parijs op 14 december vorig jaar de kandidatuur van oud-minister Ruding voor het presidentschap van de bank bekend maakte... aan Jacques Attali. 'Dat leek hem wel een mooie mogelijkheid, hij vond dat wel van belang', zo beschreef Lubbers gisteravond Attali's reactie. Een week later, op 20 december, legde Lubbers de zaak vast: hij stelde formeel tegenover Mitterrand Onno Ruding kandidaat.

Inmiddels is de benoeming van Attali zelf tot president van de bank, die begint met een kapitaal van 12 miljard dollar, niet meer te vermijden. De vertegenwoordigers van de 42 deelnemende landen die vandaag en morgen in Parijs bijeen zijn, zullen Attali vrijwel zeker voor die functie aanwijzen. Zijn kandidatuur was weliswaar drie maanden, op 6 maart, later gesteld dan die van Ruding, maar het Franse staatshoofd droeg Attali persoonlijk voor. Volgens de Franse media gebeurde dat niet in de laatste plaats omdat hij eindelijk wel eens van deze adviseur af wilde.

Dat laatste vertelde premier Lubbers gisteravond niet. Zijn toon was koel en hoogstens af en toe wat sarcastisch toen hij sprak over de bank, Ruding en de vestigingsplaats. Bij een bezoek van Lubbers en Van den Broek aan Parijs begin vorige maand had Mitterrand wel toegegeven dat het wat vreemd was gelopen. 'Ze zaten er daar ook wel wat mee. Maar toch wilden ze dan maar zien wie de beste kandidaat was.'

De beide Nederlandse bewindslieden staken in Parijs nog een betoog af, dat voorkomen moest worden dat de leiding van alle grote instituties naar Frankrijk ging. 'Dat zou op den duur met de Europese partners fricties opleveren', aldus Lubbers.

In de eerste maanden van dit jaar leken de kansen voor Ruding gunstig. Er kwamen in Den Haag berichten binnen van de partnerlanden dat iedereen 'heel gelukkig' was met Ruding als kandidaat voor het presidentschap. In de Bondsrepubliek oordeelde men ook positief over de Nederlandse kandidaat, zonder dat er concrete toezeggingen van Duitse zijde werden gedaan. Dat deed de Britse premier Thatcher in een brief aan Lubbers wel. Zij beloofde haar steun aan Ruding, met de beperkende toevoeging 'totdat hij definitief verloren heeft'.

Als Ruding geen kans zou maken, wilde Londen de mogelijkheid hebben zijn steun in te trekken ten behoeve van de eensgezindheid.

Lubbers wilde in zijn uiteenzetting gisteravond in het Haagse perscentrum Nieuwspoort dan ook niets negatiefs zeggen over mevrouw Thatcher. Toen het moment voor een ommezwaai in Londen gekomen was, stelde Thatcher hem daarvan op de hoogte. Vervolgens maakte ze zelfs een deal met de Fransen en de Duitsers.

De Britten zijn daar trouwens nogal openhartig over. In een brief van de Britse minister van financien, die deze week Den Haag bereikte, wordt met nadruk gewezen op het feit dat over leider en vestigingsplaats een afspraak is gemaakt tijdens het overleg in Washington van de zogeheten G-7, de zeven grootste westerse industrielanden: vier EG-landen plus Japan, de Verenigde Staten en Canada.

De Franse minister van buitenlandse zaken daarentegen ontkende gisteren in Straatsburg nog tegenover Van den Broek het hele verhaal over een afspraak in Washington. 'Dat lijkt me wat sterk', zei Lubbers vol sarcasme. Frankrijk probeert, zo suggereerde hij, een mistige toestand te doen ontstaan.

In Parijs wordt gezegd dat er binnen de EG (die 51 procent van het kapitaal van de bank levert en dus de feitelijke zeggenschap heeft) geen overeenstemming kon worden bereikt en dat de knoop dus wel elders moest worden doorgehakt. De 'kleinere' EG-landen Spanje, Portugal, Griekenland, Benelux en Denemarken, die deze week weigerden de Europese Commissie een mandaat te geven om tot de bank toe te treden, hebben het in deze Franse enscenering als het ware aan zichzelf te wijten dat de groteren wel een beslissing namen. 'Het kan natuurlijk niet dat Europa geregeld wordt in Washington in de G-7. Algemeen is dat toch ook geen Franse gewoonte, maar nood schijnt wet te breken', zei premier Lubbers. Hij waarschuwde voor duidelijke 'elementen van een directorium' van de grote landen dat zich binnen de EG dreigt te vormen. 'Ik betreur het dat de Franse president zijn hele prestige aan de benoeming van Attali heeft verbonden. Toen hij dat gedaan had, waren er nog maar twee slechte uitkomsten mogelijk: of een deuk in dat prestige, een feit dat de andere landen ook zullen meewegen, dan wel een beschadiging van het Europa van de partners. Dat laatste gebeurt nu. Ik vrees dat het slecht doorwerkt, omdat het conflicteert met de verbale idealen van de politieke unie.' Het Franse dagblad Le Monde schrijft vandaag in een hoofdartikel dat Nederland eigenlijk wel gelijk heeft en dat het derhalve maar beloond moet worden, bijvoorbeeld met het volgend voorzitterschap van de Europese Commissie. Een sluw plan, want ook in Parijs kent men de hardnekkige geruchten uit Nederland over Lubbers' ambities voor die functie. De Franse media, die zich nu ook met volle aandacht op de affaire hebben gestort, voorspellen over de huidige kwestie dat dit weekeinde 'na een verschrikkelijke procedurestrijd' en een 'uiterst moeizame' discussie uiteindelijk voor Attali en Londen zal worden gekozen.

Premier Lubbers liet er gisteren geen twijfel over bestaan dat Nederland uiteindelijk niet de oprichting van de bank op 29 mei zal blokkeren. 'Wij zijn democratisch en leggen ons bij meerderheidsbesluiten neer. Maar we zullen ons standpunt koppig verdedigen.'

    • Rob Meines