Lokaal of mondiaal

OP DE INTERNATIONALE milieuconferentie die afgelopen week in Bergen (Noorwegen) werd gehouden is nauwelijks enig resultaat geboekt. De geindustrialiseerde landen hebben geen overeenstemming kunnen bereiken over de vermindering van de uitstoot van kooldioxyde, het gas dat vrijkomt bij verbranding van kolen, olie en gas en dat bijdraagt tot het broeikaseffect.

Net als vorige maand in Washington handhaafden de Verenigde Staten hun mening dat wetenschappelijk gezien nog niet vaststaat dat een toename van kooldioxyde in de atmosfeer wetmatig moet leiden tot een verhoging van de gemiddelde temperatuur op aarde of een andere verstoring van het klimaat. Zij vinden praktische maatregelen ter voorkoming van het broeikaseffect voorbarig en economisch gezien onwenselijk. Wel zijn de VS bereid het onderzoek te intensiveren.

Hier tegenover staat het standpunt van de meeste Europese landen, in het bijzonder van Nederland en West-Duitsland. Zij vinden dat het wetenschappelijk bewijs niet voor honderd procent geleverd hoeft te zijn, voordat maatregelen gerechtvaardigd zijn. De geindustrialiseerde landen zouden een begin moeten maken met de beperking van de uitstoot van kooldioxyde - wachten op een waterdicht bewijs kan wel eens te laat zijn. Veel meteorologen nemen aan dat een warmere aarde kan leiden tot het stijgen van de zeespiegel en tot een Sahel-klimaat op gematigde breedten. Met de Verenigde Staten kan men van mening zijn dat het politici niet past een debat te voeren dat onder wetenschappers nog niet is afgerond. Tot dusverre heeft de kooldioxydeverhoging geen aantoonbare temperatuurstijging teweeg gebracht - aantoonbaar in wetenschappelijk zin: de warme zomer in de Verenigde Staten twee jaar terug en in Europa vorig jaar zijn statistisch gezien niet overtuigend.

Anderzijds is de voorzichtigheid die spreekt uit het Europese standpunt te loven, vooral wanneer de kooldioxyde-beperkende maatregelen gecombineerd kunnen worden met energiebesparing.

TOCH DOET HET meningsverschil van Europa en de Verenigde Staten enigszins academisch aan omdat we aan de vooravond staan van het grootschalig gebruik van steenkool in de Derde-wereldlanden, in het bijzonder in India en China. De verbranding van steenkool aldaar binnen afzienbare tijd zal de eventuele Westerse beperking verre overtreffen.

Er bestaan voorstellen voor een geleidelijke groei van Derde-wereldlanden bij een gelijkblijvende of zelfs verminderde mondiale uitstoot van kooldioxyde, maar die voorstellen waren in Bergen niet aan de orde. Daarom was de milieuconferentie op voorhand tot mislukken gedoemd. Wie een mondiale dreiging wil afwenden, zal ook mondiaal moeten denken.