ITALIE

Het zuiden is in de mode in Italie. Er is een wereld van verschil tussen het rijke noorden en het arme, gewelddadige zuiden, en bij de lokale verkiezingen begin deze maand bleek dat de politiek-culturele kloof eerder groter dan kleiner wordt. Misschien vergroot in het noorden de accentuering van die verschillen de behoefte om te lezen over dat gebied dat zowel eigen als anders is. Misschien herkennen mensen onderin de Italiaanse laars in sommige auteurs de stem die zij jarenlang niet hebben gehad. Feit is dat de boekwinkels vol liggen met romans, essays en reportages over het grootste probleem van Italie: het zuiden. Het best-verkochte pocketboek is al een paar maanden het verhaal dat een studente heeft geschreven over het leven van een jong meisje op Sicilie, met als titel de hartekreet: 'Ik wilde een broek'. De onlangs overleden schrijver Leonardo Sciascia, uit wiens werk Sicilie en de Mafia niet zijn weg te denken, is een van de best-verkopende auteurs. Op de non fictie toptien staan vier boeken die over een stukje werkelijkheid uit Zuid-Italie gaan, en daarnaast liggen in de boekwinkels alleen al over de Mafia zeker vier recent verschenen, goed-lopende boeken. Het dagblad La Stampa publiceerde vorig weekeinde de volgende ranglijst: 1. Marcello D'Orta: Io speriamoche me la cavo. Mondadori. 2. Leoluca Orlando: Palermo. Mondadori. 3. Mack Smith: I Savoia re d'Italia. Rizzoli. 4. Enzo Biagi: Noi c'eravamo.

Rizzoli. 5. Cesare Casella: 743 Giorni lontano da casa. Rizzoli6. Rosanna Lambertucci: La salute vien mangiando. Mondadori. 7. Nando Dalla Chiesa: Storie. Einaudi. 8. Bertoldi: Hitler: la sua battaglia. Rizzoli. 9. Enzo Aprea: Dall'amore con rabbia. Tracce. 10. Beppe Severgnini: Inglesi. Rizzoli. tk VIJANDENKoploper is al een paar weken een boekje dat eigenlijk is geschreven door kinderen van een lagere school in Arzano, een dorpje in de buurt van Napels. Hun opstelletjes zijn onder de titel Laten we hopen dat ik het red verzameld en gebundeld door hun onderwijzer, Marcello D'Orta. In al hun eenvoud geven zij een onthutsend beeld van de wereld waarin deze scholieren leven: smerige leslokalen, misdadigers die de dienst uitmaken, geen water om je te wassen, bouwvallige huizen, geen toekomst. Veel beter dan de rituele symposia en de studies vol cijfers laat dit boekje zien wat het betekent om in Zuid-Italie te leven. Een heel ander stukje 'dagelijks leven' is het instant-boek van Cesare Casella, een jongen van twintig jaar die ruim twee jaar lang gevangen is gehouden in het ontoegankelijke berggebied in het uiterste zuiden van het Italiaanse vasteland. Een collega-ex-ontvoerde die begin deze maand is vrijgelaten, Carlo Celadon, bleek na ruim twee jaar een lichamelijk en geestelijk wrak. Maar Cesare Casella is beter behandeld door zijn ontvoerders en heeft zijn gevangenschap beter doorstaan. In 743 Dagen ver van huis beschrijft hij met behulp van een journalist zijn ontvoering, zijn leven in de bergen en de schaarse berichten die hij opving over de campagne die zijn moeder heeft gevoerd om hem vrij te krijgen. Hoe is het mogelijk dat de minister van binnenlandse zaken nog kan slapen? vraagt Nando Dalla Chiesa zich af in zijn bundel Verhalen. Hoe kan iemand een oog dicht doen als hij weet dat honderdduizenden mensen, onderdanen van een democratie, moeten leven in een gebied waar de wet in feite niet bestaat? Voor wie eraan mocht twijfelen of het wel zo erg is in het zuiden, heeft Dalla Chiesa, die in Milaan sociologie doceert, een aantal verhalen en observaties uit de marge bijeengebracht, niet allemaal even belangrijk, niet allemaal met even verstrekkende gevolgen, maar typerend voor het leven in het zuiden.

Nando Dalla Chiesa is de zoon van Carlo Alberto Dalla Chiesa, de prefect van Palermo die in 1982 samen met zijn vrouw werd doodgeschoten door de Mafia, omdat hij zijn taak te serieus nam. Waarschijnlijk heeft hij de verbetenheid van zijn vader geerfd, want ook hij weigert te geloven dat het altijd zo moet blijven omdat het altijd zo is geweest. Dat het anders kan in het zuiden bewijst Leoluca Orlando, de burgemeester van Palermo. Hij probeert al vijf jaar lang een soort culturele revolutie te veroorzaken in zijn geboortestad, en werd daarvoor bij de lokale verkiezingen van deze maand beloond met het ongekende aantal van zeventigduizend recordstemmen. In zijn boek, ook weer geschreven met hulp van twee journalisten, beschrijft hij zijn strijd in Palermo: de samenwerking met de jezuieten, de pogingen van zijn eigen christen-democratische partij om hem beentje te lichten, de Mafiamoorden op zijn politieke leermeesters. Behalve een beknopte geschiedenis van de afgelopen tien jaar in Palermo is het ook een analyse van de sterkte en zwakte, vooral de zwakte, van de Italiaanse politieke cultuur, van de hand van de meest oorspronkelijke politicus die het land kent. Het voorjaar is ook in Italie de tijd van oorlogsherdenkingen, en daarom staan er twee boeken over de Tweede Wereldoorlog op de bestsellerlijst. De gevierde journalist Enzo Biagi heeft een aantal interviews die hij in de loop der jaren met betrokkenen heeft gehouden, gebundeld onder de titel Wij waren erbij. Het zijn er vooral veel, en grote diepgang kan je niet verwachten op de paar pagina's die per gesprek worden uitgetrokken. De these van Biagi's collega Bertoldi over Hitler is samengevat in de ondertitel van het boek: een groot politicus, een groot strateeg, een grote misdadiger. Het interessante boek van de Britse historicus Denis Mack Smith over het Italiaanse koningshuis, met als centrale stelling dat de koningen zich onderscheidden door incompetentie en desinteresse, zal binnenkort in deze boekenbijlage worden besproken. De journalist Enzo Aprea probeert in zijn boekje Over de liefde met woede middels poezie en proza uit te leggen waarom hij blij is dat eerdere zelfmoordpogingen niet zijn gelukt. Zijn jonge collega Beppe Severgini vertelt wat hij in zijn vier Londense jaren heeft begrepen van de Engelsen. En de enige vrouw temidden van al deze mannelijke journalisten en docenten heeft de toptien gehaald met het dieetboek De gezondheid komt al etend.