Diepinfiltratie in het duin

In het jaar 2000 zullen de Zuid-Hollandse consumenten, ressorterend onder NV Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DZH) en NV Energie- en Watervoorziening Rijnland, naar schatting 95,7 miljoen kubieke meter drinkwater per jaar gebruiken. Dat is 22,7 miljoen kubieke meter per jaar meer dan de huidige produktiecapaciteit. Om dit verschil te overbruggen zal de capaciteit het komend decennium drastisch omhoog moeten. De bedrijven overwegen om gebruik te maken van diepinfiltratie, een techniek waarbij voorgezuiverd water via putten in de bodem wordt gebracht. Na passage door het duin wordt het water dan opgepompt en nagezuiverd.

De techniek wijkt af van de tot nu toe meestal toegepaste open of oppervlakte-infiltratie, waarbij voorgezuiverd water in meertjes en kanalen wordt opgeslagen. Deze methode vormt echter een belasting voor het duinmilieu, door ruimtebeslag en door beinvloeding van de grondwaterstanden.

Diepinfiltratie kent deze nadelen niet, omdat putten veel minder oppervlakte beslaan dan meertjes of kanalen en omdat het water zo diep zit, dat de grondwaterstand onverlet blijft. Daardoor kunnen onder meer karakteristieke duinvegetaties in stand blijven. Andere voordelen van diepinfiltratie zijn, dat de ondergrondse bodempassage een bacteriologisch betrouwbaar water levert en een goede bescherming van de watervoorraad mogelijk maakt. Stagnaties in de aanvoer zijn bovendien beter op te vangen als er voldoende 'diep geinfiltreerd' water onder het duin beschikbaar is.

Een mogelijk probleem van diepinfiltratie is wel, dat de putten verstopt raken. Voorzuivering moet dit risico beperken. Een tweede complicerende factor is de eventuele aanwezigheid van brak en zout water in de ondergrond. Bijmenging van slechts enkele tienden van procenten aan zout water kan het infiltratiewater al ongeschikt maken voor de drinkwatervoorziening. De lokaties dienen dan ook zodanig te worden gekozen, dat brak en zoet water zich niet kunnen vermengen. In 1991 hoopt men met de gefaseerde uitvoering van de plannen een begin te maken.

Intussen heeft het Provinciaal Waterleidingbedrijf van Noord-Holland (PWN) onlangs al een eerste diepinfiltratieproject in gebruik genomen. Het bevindt zich in het Noord-Hollands Duinreservaat en telt 20 infiltratie-, 12 win- en 11 waarnemingsputten. Jaarlijks zal hiermee vijf miljoen kubieke meter water op een diepte van 50 tot 90 meter in de duinbodem worden geinfiltreerd en (naderhand) teruggewonnen. Voor het project is een voorlopige vergunning van vijf jaar afgegeven. Met de realisering is 12 miljoen gulden gemoeid.

Het voorgezuiverde water is afkomstig uit het IJsselmeer. Het wordt geinjecteerd in een diep gelegen zandlaag in de ondergrond. Het geinfiltreerde water wordt opgepomt met de winputten en voor de drinkwaterbereiding doorgepomt naar een pompstation in Heemskerk. Het proces wordt gecontroleerd via de waarnemingsputten en centraal vanuit een meet- en regelstation gestuurd. Van het hele project zijn slechts de 43 putdeksels in het duingebied te zien. (Informatiebulletin van de VEWIN nr 88, april 1990).