De Januskop van de bank

Rabo en Robeco. Het is even wennen, maar voor beleggers wordt het wel steeds duidelijker wat zij kunnen verwachten van een bank die zij vragen om advies. Het gesprek van iemand die wat te beleggen heeft en een adviseur van een bank draait steeds meer uit op het intoetsen van een paar gegevens in de computer, omkleed door een deftig verhaal. 'Wij kunnen natuurlijk ook niet alles voorspellen, maar u kunt een goed rendement behalen met een veel lager risico wanneer u een goed gespreide portefeuille heeft. Beleggen is vooral een kwestie van risico's spreiden. Dus niet alles ophangen aan het wel en wee in een catagorie. Bent u het daar mee eens?' De klant knikt diep onder de indruk, want inmiddels staat op het beeldscherm van de adviseur een veelkleurige cirkel, verdeeld in partjes en aangevuld met kreten als ricico en rendement.

De Nederlandse taal kent al de uitdrukking: 'Liegen alsof het gedrukt staat', maar die schiet te kort voor de moderne tijd. 'Liegen als een beeldscherm', lijkt een zinvolle aanvulling. De adviseur voelt de vis al trekken aan z'n dobber en gaat door. 'Waar ik het nu met u over ga hebben, is op welke wijze de beleggingsdeskundigen van onze bank, die de ontwikkelingen op de voet volgen, u helpen om bij een zo groot mogelijke risicospreiding een zo hoog mogelijke opbrengst te behalen. Zij gaan natuurlijk niet over een nacht ijs en vertrouwen niet op hun eigen gevoel, maar gebruiken een theorie die zijn waarde in de praktijk heeft bewezen. Zij verdelen uw geld over aandelen, edele metalen, obligaties, deposito's en onroerend goed.'

Het beeldscherm toont nieuwe kleurprenten en rechts in de bovenhoek verschijnt de naam van de aspirant belegger. Die voelt zich daardoor bijzonder op z'n gemak. 'Kopen jullie ook DAF en Philips', vraagt de klant gretig, 'want die staan lekker laag.' De adviseur/beeldschermer reageert geschokt: 'Dat zijn in ons beleid details. De grote lijnen, zoals de verdeling over catagorien, landen en bedrijfstakken bepalen voor tachtig procent het succes'.

'Waarom kan ik niet alles op een deposito zetten, tegen meer dan acht procent rente, ' spartelt de belegger tegen, iets te brutaal voor de adviseur. De bankman zucht en denkt aan een van de trainingsgesprekken op de cursus: 'U praat als een typische zelfdoener, zo'n thuisbelegger, die tijd en genoeg kennis denkt te hebben

Korte termijn werk. Soms gaat het goed, vaak niet. Daar zit geen beleid achter. Denkt u eens aan al die macro-economische, monetaire en rendementsfactoren. Dan praat ik nog niet eens over de politiek en de rol van de institutionele beleggers. Kunt u dat allemaal in de gaten houden? Kan ik dat? Wie kan dat? Dat is toch teamwork meneer, dat is voer voor deskundigen, gestudeerde mensen. En dan al dat spreiden.'

De adviseur buigt zich voorover, zet zijn bril af en verbergt zijn hoofd in zijn handen. Ook dat is hem geleerd: als beeldscherm en verhaal de klant niet kunnen overhalen, schakel je over op lichaamstaal. De bankbezoeker zoekt naar woorden: 'Ik wil alleen maar weten hoe ik mijn geld moet beleggen. Jullie zijn toch adviseurs voor mensen zoals ik die geen tijd hebben en niet weten hoe het moet.'

De verkoper klaart weer wat op: 'Natuurlijk adviseren wij, helpen wij, maar we bedenken niet voor iedereen wat anders. Onze mensen werken volgens een bepaalde formule. U stort het geld en wij beleggen dat via onze fondsen. Een soort openbaar vervoer dat op den duur wel ergens uitkomt. Niet al die kleine beleggers die op eigen houtje op de beurs opereren en voor zoveel oponthoud zorgen.'

De klant denkt diep na voor hij reageert: 'Als iedereen dat doet, wordt het toch heel stil op de beurs en bij de banken?' 'Ja, ' zegt de adviseur weer helemaal rolvast, 'maar voor ons wordt het natuurlijk heel eenvoudig en winstgevend en daar profiteert u op den duur weer van: U stort en wij beleggen in een door u aangegeven fonds, binnen uw risico en rendementsprofiel en uw fiscale plaatje natuurlijk. Een kind kan de was doen.'

'Het lijkt wel een belegbatterij, ' laat de klant zich ontvallen, 'd'r komt wel wat uit maar niemand weet wanneer. Ik blijf voorlopig maar een scharrelbelegger. Dank U.'