Danser Rick Kam imponeert ook als choreograaf

In Den Haag en Rotterdam vinden tegelijkertijd twee moderne dansfestivals plaats. Het Haagse Cadance geeft een overzicht van de huidige situatie in Nederland. Het toont bestaand werk van middelgrote dansgroepen, opkomende en beginnende choreografen. Rotterdam in Beweging concentreert zich vooral op nieuwe produkties van eigen bodem. Hierbij zijn dansvakstudenten, jonge theatermakers en de Rotterdamse gezelschappen betrokken.

Het Corso Theater in Den Haag presenteert iedere avond twee voorstellingen die samen een beeld geven van het bewegen dat de nieuwe generatie voor ogen staat. De openingsavond van Cadance werd echter verzorgd door twee oude bekenden. Zowel de danseres/choreografe Wies Bloemen als de mime/bewegingskunstenaar Frans Polestra draaien al heel wat jaartjes mee, zij het zonder echt te zijn doorgestoten.

In eerste aanzet intrigeert Ketter van Wies Bloemen. Drie danseressen staan als een groep watervogels aan een rotsige oever. Hun stemmen kwetteren door de ruimte. De man staat terzijde: een gondelier in een door rivieren omgeven stad. Water en rotsen zijn een belangrijk element in de choreografie. De dansers maken zwembewegingen met de armen, drijven over de toneelvloer en draaien alsof zij in een kolk worden meegezogen. Het verplaatsen van grote keien symboliseert het overwinnen van moeilijkheden. Ondanks het schrale bewegingsidioom werken de dansers zich nauwgezet door het expressionistische dansstuk. Zij winden zich op, tonen behoefte aan liefde of gedragen zich onderdanig als de choreografe dit verlangd. Maar zonder de gesproken teksten zijn hun handelingen niet te begrijpen. Nu heeft elke ketter wel zijn letter, maar dat Wies Bloemen eigenzinnig zoekt naar een eigen bewegingstaal is voor mij onzichtbaar gebleven.(Het valt, ja toch?) van Frans Poelstra en Gonny Heggen begint inderdaad met een klap. Het echtpaar Pierre-Marie en Marie-Pierre Dupont valt niet met de deur maar met een kast vol figuranten de voorstelling binnen, die is opgebouwd uit een serie gimmicks. In het begin knap geconstrueerd, maar in de loop van de avond gaat de steeds terugkerende act van 'sorry, maar waar zijn we nu eigenlijk mee bezig' vervelen. Beide spelers zijn toneelpersoonlijkheden, maar een strenge regisseur had Het valt, ja toch? steviger op poten kunnen zetten.

Het Workshopprogramma van de Rotterdamse Dansgroep levert een grote verrassing: de danser Rick Kam heeft ook choreografisch talent. Uit Drift - een duet voor twee mannen gedanst door Charles Lineham en Tim Persent - spreekt dezelfde gedrevenheid die kenmerkend is voor Kam als danser. In zeven minuten schetst hij een situatie van vriendschap en rivaliteit binnen de balletwereld. Kam is muzikaal, maakt uitstekend gebruik van de ruimte en heeft een gevarieerd bewegingsarsenaal tot zijn beschikking.

Ook Lineham en Persent maakten een eerste choreografie. In Puzzling Evidence gebruikt Charles Lineham vijf collega's in wisselende formaties. Tot de meest geslaagde delen behoren de gedetailleerde solo's van Caroline Harder. Witness van Tim Persent is te vlak uitgevallen. In sfeer is er nauwelijks onderscheid tussen de verschillende delen.

Anouk van Dijk ontwierp Met Bach/Eigenhout een choreografie voor drie dansers. Van Dijk maakt een goed gebruik van de ruimte, maar haar bewegingsidioom is eenzijdig.

Voorstellingen: Danstheater AYA met 'Ketter'. Choreografie: Wies Bloemen; muziek: o.a. Ron Ford; decor, kostuums: Clari de Waal; licht: Erik van Raalte. Gezien: 17/5 Den Haag. Daarna: Dronten 23/6; Landhorst 11/7.(Het valt, ja toch?), met Gonny Heggen en Frans Poelstra. Gezien: 17/5, Den Haag. De Rotterdamse Dansgroep met Workshopprogramma. Gezien: 18/5, Rotterdam. Daarna: Den Haag 21/5.