Bij alle opwinding behoudt Koechlin toch zijn grandeur

Indiase raga's zijn bestemd voor bepaalde delen van de dag. 's Avonds klinkt een raga met veel tonen, maar wanneer het 's nachts huiveringwekkend koel wordt, speelt men een kale vijftonige, eindeloze reeks. Wellicht de enige westerse pendant van dit idee vormt de groots opgezette zestiendelige pianocyclus Les Heures Persanes - donderdagavond weergaloos verklankt door Herbert Henck in De IJsbreker, nota bene een Nederlandse premiere. Elke scene weet Charles Koechlin te verbinden met respectievelijk ochtend, middag en avond of nacht. Les Heures Persanes omspant een gedroomde reis van drie opeenvolgende dagen, te beginnen op de middag van vertrek: 'Sieste avant le depart'. In de drie nachten wordt de overwegend dromerige sfeer doorbroken en in deel VIII ('Clair de lune sur les terrasses') klinkt zelfs een tragische klacht, uitmondend in Charles Yves-achtige dramatische klankballingen.

Adembenemend van schoonheid is het begin van deel IV ('Matin frais, dans la haute vallee') met mengklanken in de stijl van Messiaen: grote akkoorden heel laag en heel hoog, want de componist excelleert in wijde liggingen. De jammergenoeg pas in 1987 uitgegeven partituur vermeldt voor de cyclus de jaartallen 1916-1919, maar Koechlin begon al in 1913 aan wat hij noemde 'un voyage imaginaire' geinspireerd op Pierre Loti's Vers Ispahan - waarin de marineofficier Julien Viaud verslag doet van een reis door Iran - de Verhalen uit 1001 Nacht en Koeclins eigen reisindrukken.

Les Heures Persanes valt te typeren als een wat kwijnende litanie op de exotische schoonheden uit het verre verleden, vaak verklankt op basis van ostinate figuren als in Ravels Le Gibet, soms als een lyrisch Duparc-lied, teder, maar te fragiel om steeds te boeien,

Gelukkig zijn er ook enkele spannender en snellere delen. Boeiend is 'L'escalade obscure' (deel III), dat de gevaarlijke beklimming van de steile rots verbeeldt en waarin de snelle figuraties bij alle opwinding toch hun grandeur behouden. Dat lijkt dan ook een typisch Koechlin-kenmerk: zelfs in een snelle beweging blijft deze componist nobel, slaagt Koechlin erin om een toccata als het ware een adagio-sfeer mee te geven.

Hoogtepunt is zonder meer de voor Milhaud gecomponeerde 'Derviches dans la nuit' (deel XVI) - wild als een atonale jazzimprovisatie mij herinnerde de Nederlander Bernard van Dieren, jarenlang corrspondent voor de NRC in Londen en geheel door het Engelse muziekleven geannexeerd.

In de sterkste delen zoals deze derwisjen-dans, treden orkestrale aspecten naar voren, getuige onder meer de onpianistische tremoli. In 1921 heeft Koechlin dan ook de cyclus georkestreerd, maar in die versie wist het werk evenmin een plaats op het podium te veroveren, hoe onterecht!

Concert door Herbert Henck (piano). Charles Koechlin: Cyclus 'Les Heures Persanes'. Gehoord: 17/5 De IJsbreker, Amsterdam.