AIDS; Luxemburg tegen de rest van de wereld

'Elisabeth Kubler-Ross beschrijft vijf rouw- en sterffasen: ontkenning, woede, onderhandeling, depressie en acceptatie. Ik herken die fasen wel, zelopen echter langs of dwars door elkaar heen. En soms voelt het goed te ontkennen, even geen Aids.'Kees (39) schrijft dat zijn stemming binnen een paar minuten kan verspringen van de ene fase naar de andere, maar de wanhoop overheerst. ' Met alle respect voor mevrouw Kubler-Ross, het zal me mijn reet roesten in welke fase ik zit.' Diepzinnigheid, tragiek, naiviteit en de humor van iemand die door zijn tranen lacht, ze komen allemaal aan bod in Luxemburg tegen de rest van de wereld, een bundel opstellen van en over dragers van het Aids-virus (HIV) en patienten. Ze zijn bijeengebracht en geredigeerd door Klaas Hoeksema, die als verpleegkundig consulent van het Amsterdamse Academisch Medisch Centrum steeds in aanraking komt met Aids-patienten.

Met boeken over Aids is - nu negen jaar nadat de ziekte voor het eerst werd onderkend - inmiddels een bescheiden wandkast te vullen. Ze beschrijven de wetenschappelijke vooruitgang, de sociale consequenties, de psychologische benadering, de consequenties voor de ontwikkelingslanden en de juridische aspecten. Een beschrijving van de lijdensweg, de aftakeling en de reconstructie van hoe het heeft kunnen gebeuren door de patient zelf is moeilijk te vinden. De franse intellectueel Alain Emmanuel Dreuilhe, die in New York bij de VN werkte heeft het gedaan in Man tegen man, maar hij schetst zijn reusachtige metaforen met zoveel gevoel voor bellettrie dat het ziekte-proces bijna romanesk is geworden.

In dit boekje zijn de vijftien verhalen minder literair doordacht en stilistisch bijna aandoenlijk simpel waardoor het verstilde leed veel voelbaarder wordt. Het 'tableau' van auteurs is ook verantwoord samengesteld; niet alleen de stereotiepe homoseksuele dertiger met een wild verleden komt aan het woord, ook een hemofilie-patient, een meisje dat al zeven jaar van de heroine af was maar indertijd toch die fatale vuile naald gebruikte, een vrouw, die een niet gescreende bloedtransfusie heeft ondergaan en de zestig-jarige Jacob, die met zijn vriend Rudolf al sinds oktober 1985 weet geinfecteerd te zijn. Jacob en Rudolf leven sedertdien van 'kerstboom naar kerstboom'. De tragiek van Aids is dat ze bijvoorkeur jonge mensen te grazen neemt. Dat maakt het verhaal van Frans (31) bijvoorbeeld zo bitter. In het ziekenhuis nog raakt hij verliefd. Opgevrolijkt door dat wezenloze gevoel schreef hij in november vorig jaar: ' Ik hoop dat ik de tijd die mij nog rest zo aangenaam mogelijk kan maken.'

Maar dat heeft het virus hem niet gegund.