Zonder ringen en briljanten

Twee keer treedt Charlotte Margiono op tijdens het Holland Festival: in de Mozartopera La Clemenza di Tito en in een Diepenbrock-concert van het Residentie Orkest. Een gesprek met een operaster in opkomst: 'Zonder muziek zou ik niet kunnen leven.' Charlotte Margiono geniet nog maar kort echte faam in ons land. Afgelopen maandag zong zij tijdens het Rotterdamse herdenkingsconcert op fraaie wijze de sopraanpartij in de Tweede symfonie van Mahler. En in januari vertolkte ze bij de Nederlandse Opera heel opmerkelijk de rol van Fiordiligi in Mozarts Cosi fan tutte, haar serieuze doorbraak als operaster in eigen land.

Want hoe Italiaans haar naam mag klinken, Charlotte Margiono (35) is een geboren Amsterdamse. Ze is bovendien een echte Hollandse diva zonder fratsen: 'Ik ben geen stertype, ik vind dat stom gedoe. Ik heb in Zurich gezongen. Als je daar een grote partij zingt verwachten ze dat je veel ringen met briljanten draagt, in een bontjas loopt, een hondje hebt en elke morgen bij de kapper zit. Dat vind ik vreselijk. Ik ben een gezonde Hollandse meid. Recht door zee, geen franje.' Terwijl ze in Nederland nog nauwelijks naam had bouwde Charlotte Margiono de afgelopen vijf jaar een grote internationale carriere op. Ze gaat de komende jaren bij verschillende maatschappijen een aantal opera's op de plaat zetten, onder andere de Cosi met Nikolaus Harnoncourt en La Clemenza di Tito met Christopher Hogwood. En vooral in Frankrijk en Duitsland zingt ze veel, in opera's, oratoria en concerten, de afgelopen weken nog bij de Berliner Philharmoniker en bij de Hamburgische Staatsoper.

De komende weken zingt Margiono de rol van Vitellia in La Clemenza di Tito concertant tijdens een Europese tournee onder leiding van John Eliot Gardiner, onder andere ook op de openingsavond van het Holland Festival. In het volgende seizoen zal Margiono optreden bij Opera Forum, als Agathe in Der Freischutz van Von Weber. En onder leiding van de beroemde Carlo Maria Giulini zingt ze begin volgend jaar in het Requiem van Mozart bij de Berliner Philharmoniker.

Heel officieel heet Charlotte Margiono mevrouw Swart-Heidemann. Haar inmiddels overleden vader kon na de oorlog met zijn Duits-klinkende naam geen werk krijgen en noemde zich Margiono, naar een Argentijns familielid. 'Zijn artiestennaam was mijn meisjesnaam. En ik ben al heel vroeg getrouwd, dus ik voel mij prive mevrouw Swart en als zangeres Charlotte Margiono.' Haar opleiding ging al even snel en met verrassende wendingen gepaard als haar latere carriere. Aanvankelijk wilde ze, omdat haar moeder danseres en choreografe is, naar het ballet, maar zag daarvan af 'omdat ik te fors gebouwd ben en niet de rest van mijn leven op water en brood wilde teren.'

Op het Arnhemse conservatorium, waar ze blokfluit studeerde 'omdat het niet zo moeilijk is', werd bij toeval de stem van Margiono ontdekt en kreeg ze vervolgens les van Aafje Heynis. 'Van Gretchen am Spinnrade en Die Forelle had ik toen nog nooit gehoord, ik kende alleen renaissance-muziek en Het Zwanenmeer. Ik zong Feldeinsamkeit van Brahms, wat ik nu niet meer zou durven, en werd meteen in het derde jaar geplaatst. ' Later zong ze met al even weinig opera-repertoire voor Hans de Roo bij de Studio van de Nederlandse Opera en werd aangenomen. Vanwege vergaande eigenwijsheid ('Ik wilde geen Rosina zingen') werd Margiono ook weer uit de Studio verwijderd door De Roo, die haar tegelijk dwong auditie te doen bij Harry Kupfer in de Komische Oper in Oost-Berlijn. Enkele jaren was ze daaraan vast verbonden en zong in La Boheme en en Die Verkaufte Braut.

Knoepende kaken

Een verschrikkelijke tegenslag kende Charlotte Margiono. Op een ochtend werd ze wakker en kon met geen mogelijkheid haar mond verder open krijgen dan tot op een kier. 'Ik had al langer last van knoepende kaken, waarbij het kraakbeen van de gewrichten verschuift omdat de onder- en bovenkaak niet goed op elkaar aansluiten. Nu zat het volkomen vast, ik kon weken lang alleen nog maar soep eten met een rietje. 'Een operatie had maar een kans van dertig procent. Uiteindelijk heeft een tandarts toen mijn gebit gecorrigeerd en door die spleet tanden en kiezen getrokken en beugels erin gezet. Daarna moest ik oefeningen doen en ben ik weer gaan zingen, met een halfdichte mond, waardoor ik wel veel techniek heb ontwikkeld. Pas na anderhalf jaar kon ik hem weer helemaal openen, al zal ik hem nooit zover kunnen uitrekken als Schwarzkopf van me eiste. Ik zing dus met een handicap, maar er zijn meer wegen die naar Rome leiden.'

Door haar opleiding bij Harry Kupfer heeft Charlotte Margiono veel minder dan vele andere zangers problemen met 'moderne', 'veeleisende' of 'eigenzinnige' regisseurs. 'Bij opera moet je je erop instellen dat de regisseur en de dirigent het uitmaken. Dat is ook niet echt fout. Ik probeer me in te leven in hun ideeen en door mijn dansverleden weet ik hoe ik met mijn lijf moet omgaan. En het heeft ook totaal geen zin om daar tegenin te gaan. Als je meewerkt luisteren ze beter naar je bezwaren. En zo'n rol als Amelia in die verschrikkelijke produktie van Simone Boccanegra bij de Nederlandse Opera, daar was ook helemaal niets meer aan te doen. Moet ik om andere decors gaan vragen of een ander kostuum? Bij Jurgen Flimm had ik hier in Cosi veel ruimte om mezelf te zijn, dat was voor mij de leukste produktie tot nu toe, samen met Die Verkaufte Braut van Kupfer. La Clemenza di Tito, twee jaar geleden in Aix, was leuk omdat ik ineens iets bleek te kunnen: een twee sterren-voorstelling. Maar Cosi was drie sterren.' De top-vijf van Charlotte Margiono's favoriete zangers is weinig voor de hand liggend. 'Jussi Bjorling staat voor mij een: hoewel hij niet stijlvast is, ontroert zijn tenorgeluid mij het meest. Twee staat Renata Tebaldi, niet altijd technisch perfect, soms wat kort in de hoogte maar ik voel mezelf als ik haar hoor.

Julius Patzak komt op de derde plaats, vanwege zijn eigen inbreng in wat hij deed. Mirella Freni is vier, voor haar heb ik grenzeloos respect. Vijf staat Kiri te Kanawa. Ik houd wel van haar, ik vind haar niet koud en berekenend of rationeel. Zes staan de hoogtepunten van Jessye Norman, sommige dingen van haar vind ik afschuwelijk en andere fantastisch. Schwarzkopf staat buiten die lijst, die is niet te plaatsen. 'Zonder muziek zou ik niet kunnen leven. Je bent dienares van de muziek. Als je niet bereid bent uiterlijke dingen van het vak van je af te stoten, geld en roem, ben je niet waard het innerlijke te mogen ervaren. Je moet het zelf beleven, zonder sentiment, met het volle verstand erbij en berekenend - hier moet ik ademen, want anders gaat het niet. De moeilijkheid van het vak is dat je niet zelf in snikken en tranen kan zitten en toch die emotie moet overbrengen. Dat is de magie van het zingen.'