Waar de overheid rekent berekent de burger

Minister Hirsch Ballin zit op een zinkend schip. Over tien jaar is het justitie-apparaat zijn geloofwaardigheid kwijt. Wie er dan nog stopt bij het verkeerslicht, afrekent bij de kassa of weigert stalen rolluiken aan te brengen is een sukkel, naief of (te) netjes opgevoed. De toekomst is aan de berekenende burger die in de jaren tachtig de fiscus en de conducteur heeft leren ontwijken. Het mag niet, maar het kan wel, dus waarom ook niet? De officier van justitie is de volgende natuurlijke opponent in het spelletje pak- en strafkans.

De kansen in de jaren negentig stijgen. Het ophelderingspercentage van de politie daalt alarmerend: van 29 procent in 1980 naar 23 procent in 1988. In dit tempo is het over tien jaar nog maar 10 a 15 procent. Heeft Justitie eenmaal een zaak in handen dan duurt het steeds langer voordat er een vonnis is. In 1980 duurde het 181 dagen voordat de rechtbank uitspraak had gedaan. In 1988 meer dan negen maanden: 277 dagen. In dit tempo duurt het in 1999 meer dan een jaar. Dus: acht of negen van de tien daders van wie de politie in 1999 hoort, zal nooit met justitie te maken krijgen. De enkeling die wel wordt vervolgd moet zo lang op een vonnis wachten dat het verband tussen daad en straf nauwelijks voelbaar is. Op basis van de cijfers over de jaren tachtig spreekt de Nijmeegse hoogleraar strafrecht mr. G. J. M. Corstens in het blad Delikt en Delinkwent (nr. 20, april, 1990) van een 'sluipende crisis' in het strafrecht. Er zou bij deze en gene in de strafrechtpraktijk sprake zijn van moedeloosheid en cynisme. Hij wijst er ook op dat onder de 23 procent moeizaam bij elkaar gesprokkelde daders Justitie eerst nog flink opruiming houdt. Van de ruim 216.000 misdrijfzaken in 1988 wierp het parket ruim 20.000 in de prullenbak. De dader was bekend, het bewijs geleverd, maar de officier had er geen tijd voor of vond de zaak niet belangrijk genoeg. Ook worden er nog steeds gearresteerde verdachten naar huis gestuurd omdat er geen celruimte is - in 1988

bijna 1600. Conclusie van Corstens: de strafrechtspleging werkt vaak niet, als ze wel werkt langzaam, en voor de rest ongecoordineerd. Wellicht was 'voortdenderende crisis' beter geweest. In 1988 concludeerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid ook al dat de doelmatigheid van justitie 'voortdurend verslechtert en wel in hoog tempo'.

Het is interessant om te zien wat de nieuwe minister van justitie daar tegenover stelt. Hirsch Ballin heeft gezegd dit jaar het parket met 23 officieren te zullen uitbreiden. (Er zijn er nu 289.) Het politie-apparaat moet volgens hem op Europese sterkte komen - van de uitvoering van dat idee ontbreekt overigens nog elk spoor. Hij wil tevens een regionale politie instellen met een zwaardere rol voor de officier om zo meer greep te krijgen op de politie-inzet. Hij gaat ook de administratieve rechtspraak bij de rechtbanken onderbrengen en de kantonrechter opheffen. Het gehele politie- en justitie-apparaat wordt de komende tien jaar dus omgespit. Maar bovenal wil Hirsch Ballin de burger weer netjes opvoeden. Op 23 april zei hij op een CDA-congres in Den Bosch dat het 'normbesef van volwassenen in Nederland wel eens wat mag worden opgekrikt'.

Zo moeten er op alle lagere scholen systematisch 'elementaire lessen in burgerzin' gegeven worden. Jongens en meisjes die in kinderbeschermingsinrichtingen leven moeten 'cursussen ouderschap' krijgen. De minister heeft hoge verwachtingen van het gezin 'als bakermat van normbesef en burgerzin'. Is dit wel genoeg? Is het wel praktisch genoeg? Nog voor de zomer komt er een alomvattend beleidsplan voor Justitie in de jaren negentig uit. Nu is er in de politiek niets mooiers dan 'the vision-thing', dus hier past nog enige voorzichtigheid. Het valt echter wel op dat de reorganisaties veel wensen tegelijk moeten vervullen. Het moet overzichtelijker, beter bestuurbaar en toegankelijker worden. Dat is nuttig en mooi maar waarom is drastische capaciteitsuitbreiding niet het hoofddoel? In de plannen worden bestaande organisaties samengevoegd: en nu maar hopen dat schaalvergroting ook tot betere produktiviteit leidt. Wie de resultaten van de grote parketten met de kleinere vergelijkt constateert het omgekeerde. Waar blijven de praktische ingrepen die justitie en politie nu uit het slop kunnen trekken? Een uitbreiding van 23 officieren geeft enig houvast, maar is als enige praktische maatregel na een half jaar regeren schamel. Aan beide plannen ontbreekt een vijf-voor-twaalf-gevoel. Ze zijn riskant: bij elke grootscheepse reorganisatie wordt de energie eerst naar binnen gericht. Er zullen geschillen ontstaan over competenties, over rechtsposities. De Belastingdienst bewijst dezer dagen dat reorganisatie de produktiviteit fors omlaag kan brengen. Vooral de plannen voor de rechterlijke macht ademen de geest van de tekentafel. Niet voor niets suggereerde de scheidend voorzitter van de afdeling Rechtspraak mr. P. J. G. Kapteyn dat het eenvoudiger en goedkoper is om de Raad van State zelf te decentraliseren dan om het werk over te brengen naar de rechtbanken.

De minister spreekt intussen graag over de rol van het gezin 'als voedingsbodem voor een moreel bewustzijn'.

Gezien de enorme problemen van Justitie irriteert dat. Het blijft onduidelijk welk gezin hij eigenlijk bedoelt, en welk moreel bewustzijn. Het gezin in een volkswijk dat in een enquete onlangs opgeeft tegen heling te zijn, maar een aanbod van een goedkope videorecorder aan de deur niet afslaat? Of het middle-class-gezin met twee kinderen, twee banen, twee auto's en twee zwart betaalde hulpen: een in de tuin en een in de huishouding? Aan normbesef pleegt het in Nederland niet te ontbreken maar wel aan de bereidheid zich norm-conform te gedragen, zo is uit Justitie-onderzoek gebleken. 'Het gezin' staat niet borg voor een bepaalde inhoud, maar is een structuur die in vele variaties voorkomt en met de samenleving mee verandert. Wie het slagveld nu overziet weet dat het tijd is voor drastische keuzen. Er zijn al een aantal trends waarneembaar waaraan Justitie in de jaren negentig niet kan ontkomen. Verkeersovertredingen worden binnenkort administratief afgehandeld. Deze aanpak zal gemakkelijk overgenomen kunnen worden voor andere massaal voorkomende wetsovertredingen.

Een 'radicale scheidslijn' zal in de jaren negentig ontstaan tussen massale overtredingen en andere strafbare feiten, verwacht prof. mr. S. Stolwijk (Delikt en Delinkwent nr. 19, 1989). De berekenende burger ontmoet een rekenende overheid: verdachten van vandalisme, zwart rijden of kleinere diefstallen zullen niet meer automatisch kunnen rekenen op een strafproces. De deur naar de rechter gaat alleen open als er eerst een boete betaald wordt. Veel meer strafprocessen dan nu zullen geheel vervangen worden door schikkingen. Mr. D. W. Steenhuis, directeur van de directie Wetenschapsbeleid van Justitie, verwacht dat niet meer dan 1 op de 4 zaken in de toekomst door het parket nog bij de rechter worden aangebracht. Nu is dat 55 procent.

Hij bepleit strafprocessen naar soortelijk gewicht: afhankelijk van de ernst van de overtreding zijn er voor de verdachte meer of minder waarborgen beschikbaar. De positie van de verdachte behoort niet sacrosanct te zijn, aldus Steenhuis (in Justitiele Verkenningen, nr 1, 1990). Het mag niet zo zijn dat iemand die onverzekerd heeft auto gereden appel op appel kan stapelen. Als daar al een strafzaak van moet komen - het wordt weer tijd voor een 'decriminaliseringsoefening', meent hij. Er zijn ook drastische ideeen op de markt die het strafrecht een impuls kunnen geven. Prof. mr. J. C. M. Leijten, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, bepleit een radicale toepassing van de geldboete (JV, idem) als poena privata. Hij meent dat bij een flink aantal misdrijven de vrijheidsstraf best vervangen kan worden door een geldboete. Het slachtoffer mag dan kiezen of de dader moet betalen of moet zitten. De staat moet de boete ten goede laat komen aan het slachtoffer. Vooral het aantal korte gevangenisstraffen zal er sterk door verminderen, vermoedt Leijten. Ook de WRR heeft voor Hirsch Ballin nog praktische suggesties in voorraad: meer justitiele dwang op criminele verslaafden in de vorm van speciale afkick-gevangenissen. Verslaafden nemen in Nederland volgens de WRR een derde van de totale waarde van alle gestolen goederen voor hun rekening. Het welzijnswerk zou alleen gesubsidieerd moeten worden als er duidelijk inzicht is in de effectiviteit van de aangeboden hulp. Om in de jaren negentig doelmatigheid en geloofwaardigheid te kunnen bereiken moet de overheid het strafrecht zo veel mogelijk ontzien. Een doelmatig strafproces is meestal juist geen geloofwaardig strafproces. Geloofwaardigheid is niet synoniem met snelheid, maar heeft ook met gezag en rechtvaardigheid te maken. Het strafrecht biedt waarborgen voor rechtsgelijkheid, rechtsbescherming en controle op machtsuitoefening. Dat kost tijd. Die moet besteed worden aan de zaken die het verdienen. Wie rechter en officier met afnemend succes blijft inzetten tegen massaal voorkomende misdrijven ondergraaft zelf het justitie-apparaat. Wie 'doelmatige' varianten van het strafproces invoert, zaait bij de burger onwillekeurig twijfel aan het rechtsgehalte van het hele strafrecht. Het wordt tijd voor een 'grensnut-index' van het strafrecht - als normen door zoveel mensen tegelijk worden overschreden is die norm dan nog wel een strafproces waard? Justitie moet beslissen wat het nog wel in procedure wil nemen en wat niet. Voor de bevordering van 'het gezin als voedingsbodem voor burgerzin' is tijd genoeg. Voor het bergen van een zinkend schip niet.

Cijfers over 1989 zijn pas dit najaar beschikbaar. De Amsterdamse Kalverstraat anno 1987: de toekomst waarin 'alleen een sukkel weigert stalen rolluiken aan te brengen' is al begonnen. (Foto Anefo)