Vijanden in Cannes: de tsaar, Thatcher en de televisie

CANNES, 18 mei - 'Als er een beetje meer stilte was, dan zouden we misschien iets begrijpen', luidt het motto aan het slot van Federico Fellini's laatste film, La voch della luna. Het klinkt als een gotspe na een woordenstroom van twee uur, waarin zelfs de maan haar mond niet kan houden. De 70-jarige Fellini trekt alle registers open om het pandemonium van onze tijd op te roepen, waarbij vooral de 'cynische vulgariteit' van de televisie het moet ontgelden. Het is Fellini's stokpaardje geworden en hij ontpopt zich steeds meer tot een oude mopperkont. Sinds zijn vorige film, Intervista, is hij ook opgehouden een verhaal te vertellen. La voch della luna heeft de logica van een droom, waar hoofdrolspeler Roberto Benigni maanziek doorheen dwaalt. De film heeft in Italie meer succes dan welke andere Fellini-film van de laatste 25 jaar, maar de critici waren minder enthousiast. In tweede instantie kwamen sommigen van hen op dat oordeel terug, maar zover ben ik zo lang niet. Voor enig lawaai buiten de projectieruimte zorgde in Cannes de Engelse produktie Hidden Agenda van de marxistisch georienteerde regisseur Ken Loach. Op voorhand was de conservatieve pers in Groot-Brittannie al ontstemd over de selectie van wat een 'pro-IRA-film' genoemd werd. Tijdens de persconferentie waren de verbale schermutselingen ongemeen fel. Na verschillende keren op detailpunten onder vuur genomen te zijn door een journalist uit Belfast, noemde Loach zijn film het object van een propaganda-offensief. Alexander Walker van The Evening Standard, een bedaarde eminentie van de Britse filmkritiek, schreeuwde terug dat Loach zelf propaganda bedreef, waarop een onbekende Walker uitschold voor lakei van Thatcher.

De emoties zijn begrijpelijk, want Hidden Agenda is een effectief provocerend staaltje politieke cinema in de trant van Missing, dat expliciet nooit Ierland met Chili vergelijkt. Zoals dat hoort in een politicerende publieksfilm worden naieve buitenstaanders tegen hun zin betrokken bij het geweld en gedwongen positie te kiezen. Een Amerikaanse advocaat van een mensenrechten-organisatie wordt tijdens zijn missie in koelen bloede door agenten van de Royal Ulster Constabulary doodgeschoten - auf der Flucht erschossen, luidt de officiele lezing. Een uit Engeland overgevlogen hoge politieofficier kiest niet voor de doofpot en onthult dat de moord in opdracht van de Britse geheime dienst beraamd werd, omdat het slachtoffer in het bezit was van een bandopname met explosief bewijsmateriaal. De geheime diensten MI-15 en MI-16 zouden begin jaren '70 zowel de verlichte conservatief Heath als de socialist Wilson ten val hebben gebracht om de weg te bereiden voor de Iron Lady.

Het is een nogal boude beschuldiging, die in de film minder overtuigt dan de suggestie dat de democratische controle op het Britse optreden in Ulster te wensen overlaat. Loach' benadering van het dagelijks leven in Belfast maakte een authentieke en geloofwaardige indruk en wijst zeker niet op linkse retoriek. Het lijdt geen twijfel dat de geheime diensten een belangrijke rol spelen in Noord-Ierland en Hidden Agenda is zeker niet de eerste film die wil aantonen hoe gevaarlijk zo'n staat-in-de-staat kan zijn. De verbeten reactie van de Britse pers op Loach lijkt overtrokken. Of de film tot een Brits Watergate zal leiden, dient ondanks de medewerking van voormalige MI-15-agenten aan het scenario echter betwijfeld te worden.

De almacht van de geheime politie van de tsaar speelt een hoofdrol in de beste en langste (drie uur en twintig minuten) film van dit festival van Cannes. Het lijkt tegen elke trend in te gaan dat een vooraanstaand en kritisch Russisch filmer juist nu een film zou willen maken naar Maksim Gorki's roman De Moeder, eerder verfilmd in de jaren twintig door Poedovkin en Donskoi en een klassieker in de revolutionaire Sovjet-cultuur. Maar Gleb Panfilow is zo dwars dat hij juist na de perestroika de idealen van gelijkheid en rechtvaardigheid wil benadrukken. 'Omdat de rechteloosheid van de arbeidersklasse nu even actueel is als aan het begin van deze eeuw', meent Panfilow. En omdat de zuiverheid van het communistische streven een aantrekkelijk verloren paradijs is geworden, zo zou je kunnen toevoegen.

Panfilow noemde zijn film, net als Poedovkin Mat, maar voegde er de ondertitel Verboden mensen aan toe. Het is een schitterend en ontroerend epos, boordevol fantastische visuele associaties, religieuze referenties en doorwrochte beeldcomposities. De film is zo meeslepend als Novecento of Dr. Zhivago, maar ook de eerste film die een authentiek en eerlijk beeld geeft van het proletariaat in tsaristisch Rusland. Panfilows echtgenote Inna Tsjoerikova vertolkt mooi-pathetisch de door haar man geslagen en door de armoede geteisterde vrouw die intuitief kiest voor de niet-gewapende klassenstrijd, waarin haar zoon een held en martelaar wordt. De absolute macht van de tsaar, zijn gouverneur en geuniformeerde en geheime agenten roept onherroepelijk vergelijkingen op met het heden. De censuur die vroeger zo alert was op dergelijke parallellen in historische, formeel de juiste ideologie uitdragende, maar tussen de regels door naar het heden verwijzende films, legde Panfilow nu geen strobreed in de weg. En wie zich stoort aan Panfilows dwepen met de door velen nu gehate Gorki, kan toch moeilijk de ironie ontgaan van een scene in Londen, waar Lenin het graf van Marx aanharkt en zijn verbazing uitspreekt over het feit dat in Rusland arbeiders de voorhoede van de klassenstrijd hebben overgenomen van de intellectuelen. Vervolgens slaat Vladimir Iljitsj een vlieg dood, zodat op zijn kale voorhoofd een merkwaardig grote rode vlek ontstaat. Het is goed denkbaar dat Panfilows prijzenkast over enkele dagen behalve een Gouden Beer (voor Tema) ook een Gouden Palm bevat.