Vacuum

Een diepzeevis schreef eens aan zijn correspondentievriendje, een konijn, hoe verschrikkelijk sterk hij wel moest zijn om niet te worden verplet door het gewicht van al dat zeewater. 'Dan heb jij het natuurlijk heel wat makkelijker daarboven!' Schreef het konijn terug: 'Dat kan wel zijn, maar je moet daar toch niet te licht over denken. Ik leef namelijk, net als jij, ook op de bodem van een oceaan! Jij hebt water boven je hoofd, ik lucht. En die lucht is wel een stuk lichter, maar toch nog zo zwaar dat hij op mijn arme lijf drukt met de ongelooflijke kracht van een kilo per vierkante centimeter!' Vandaag gaan we de kracht van de luchtdruk demonstreren met de beroemde proef van de Maagdenburger halve bollen. We laten de lucht een plastic beker optillen. We hebben nodig: twee plastic bekertjes (geen glazen - die zijn te zwaar en kunnen breken!), een paar stukjes vloeipapier, lucifers, aluminiumfolie en een kom water. Leg een klein stukje aluminiumfolie op de bodem van een van de bekertjes. Maak het vloeipapier nat met water. Steek twee lucifers aan en gooi ze al brandend op het stukje folie. Leg vlug het natte stuk vloeipapier op het bekertje en zet er dan het andere bekertje omgekeerd bovenop. Zorg dat de randen precies boven elkaar zitten en druk de bekertjes zachtjes tegen elkaar aan.

Til, als de lucifers zijn opgebrand, het bovenste bekertje op. Het benedenste bekertje zal nu meegaan, want door het opbranden van de lucifer is een gedeeltelijk vacuum ontstaan. De lucifer verhitte de lucht, die daardoor uitzette. Nadat je het tweede bekertje bovenop het eerste zette, koelde de lucht af en ging de druk dus weer naar beneden. Bovendien onttrokken de lucifers zuurstof bij het branden, waardoor de druk ook naar beneden ging.

De druk in de bekertjes is dus lager dan die buiten en daardoor worden ze op elkaar gedrukt.

Al meer dan drie eeuwen geleden, in 1654, deed de Duitser Otto von Guericke deze zelfde proef met twee grote, stevige metalen halve bollen - de zogeheten Maagdenburger halve bollen. Hij deed de bollen (die een diameter hadden van wel 75 centimeter) tegen elkaar en pompte met een luchtpomp die hij zelf had gemaakt alle lucht eruit. Daarna liet hij twaalf paarden - zes aan elke kant - proberen de bollen uit elkaar te trekken. Tevergeefs, de luchtdruk die de bollen tegen elkaar drukte was groter dan de de trekkracht van deze twaalf paarden! Pas met zestien paarden - acht aan elke kant - gingen de halve bollen met een daverende knal uit elkaar.

Je kunt de proef van Von Guericke ook nabootsen met twee gootsteenontstoppers, als je die ergens kunt lenen. Maak ze aan de onderkant even nat en druk ze dan stevig op elkaar. Probeer ze nu met zijn tweeen maar eens van elkaar af te krijgen! Trek niet aan de houten stelen, maar aan het rubber aan de voet ervan, want de bollen zouden wel eens plotseling los kunnen schieten waardoor je lelijk kan vallen.