Stroombedrijven verontrust over forse groei afzet

ARNHEM, 18 mei - De onverwachts sterke stijging van het elektriciteitsverbruik baart de Nederlandse stroombedrijven 'bijzonder grote zorgen'.

Als de voorgenomen, ambitieuze besparingen op het stroomverbruik niet worden gehaald dan moeten extra nieuwe centrales worden gebouwd.

Dit is vanmorgen gezegd door directeur ir. N. G. Ketting van de Samenwerkende Elektriciteits-produktiebedrijven (SEP) in een toelichting op het jaarverslag. 'Het is vijf, of misschien maar een minuut voor twaalf. Als we niet binnen twee jaar hele duidelijke aanwijzingen krijgen dat de voorgenomen besparingen op het elektriciteitsverbruik van twintig procent tussen nu en het jaar 2000 worden gehaald, dan moeten we maatregelen treffen om de niet-gerealiseerde besparingen te compenseren', aldus Ketting.

Hij zei er een hard hoofd in te hebben dat de besparings-doelstelling wordt gehaald. 'We hopen het, want dat zou het allerbeste zijn, maar lukt het niet, dan moet er wat anders gebeuren, want we kunnen onszelf niet in het donker zetten.' De oplossing voor het dreigende capaciteitsprobleem in de stroomopwekking moet volgens de SEP in eigen land worden gezocht. Vergroting van de stroomimport, vorig jaar circa acht procent van het verbruik (overeenkomend met het vermogen van twee middelgrote centrales), acht de SEP onverantwoord. Het langer in gebruik houden van bestaande centrales wijst de SEP eveneens af, omdat daar de rek al uit zou zijn.

De groei van het verbruik, die vooral op het conto van de industrie komt, bedroeg vorig jaar 4,2 procent. Dat is beduidend meer dan de voorafgaande jaren. In 1986 steeg het stroomverbruik met 1,7 procent, het jaar daarop met 3 procent en in 1988 met 3,3 procent. In de plannen voor het produktiepark (alle centrales samen) is de SEP tot het jaar 0 uitgegaan van een jaarlijkse toename in het verbruik met 1,8 procent.

De inzet van brandstoffen in de centrales veranderde vorig jaar licht ten opzichte van 1988. Het kolenaandeel daalde van 40 naar 36 procent, het gasaandeel steeg van 52 naar 57 procent. Het restant kwam uit kernenergie. 'Uit deze cijfers blijkt opnieuw dat het reeds jaren geldende overheidsbeleid om te komen tot een brandstofmix van eenderde kolen, eenderde gas en eenderde kernenergie, nog steeds in een ver verschiet ligt', aldus Ketting. Vooral het 'ongehoord en onverantwoord lage bestanddeel kernenergie' maakt de Nederlandse stroomvoorziening volgens de SEP-directeur kwetsbaar voor fluctuaties in de olieprijs, waaraan de gasprijs is gekoppeld.

Ondanks dit door de SEP 'onevenwichtig' genoemde brandstoffenpakket hoorden de Nederlandse elektriciteitstarieven vorig jaar tot de laagste in Europa. Voor huishoudens was de stroom alleen in Griekenland en Denemarken goedkoper, groot-verbruikers waren in Nederland het goedkoopst uit. Deze positie kon, aldus Ketting, worden bereikt doordat vanaf 1984 'aggressief en snel' is geinvesteerd in kolencentrales.

De omzet van de SEP bedroeg vorig jaar fl.5,2 miljard, fl.278 miljoen meer dan het jaar ervoor. Het netto-resultaat steeg van fl.7 miljoen in 1988 naar fl.10,7 miljoen vorig jaar. Hiervan wordt fl.9,6 miljoen aan de algemene reserve worden toegevoegd. Aandeelhouders wordt een dividend van 7 procent (fl.1,1 miljoen) voorgesteld.