'Sociale partners bewegen zich op terrein van parlement'

DEN HAAG, 18 mei - Volgens het SER-Kroonlid prof. dr. D. J. Wolfson zijn de sociale partners bezig het corporatisme naar voren te schuiven als alternatief voor de parlementaire democratie. Zij ondermijnen hiermee de geloofwaardigheid van de Sociaal Economische Raad als adviesorgaan van de overheid.

Wolfson greep vanmorgen het advies over de uitvoering van de sociale zekerheid aan voor een in ongebruikelijk harde bewoordingen gestelde aanval, die leidde tot een al even ongebruikelijk felle discussie.

Wolfson zei dat een gemengde economische orde vraagt om een gemengde legitimatie, waarin werknemers en werkgevers het primaat van de politiek erkennen. Hij vond het unanieme advies van vakbeweging en werkgevers over de uitvoering van de sociale zekerheid 'symptomatisch' voor de volgens hem bestaande neiging bij de sociale partners het corporatisme als alternatief 'naar voren te duwen'. Hij nam het hen kwalijk zich te hebben onthouden van advies over volledige integratie van de 23 bedrijfsverenigingen, ofschoon het kabinet hierom had gevraagd. 'De folklore van het bedrijfseigene lijkt het weer te gaan winnen van de realiteit van de jaren negentig.'

Die realiteit is volgens Wolfson een steeds grotere dynamiek op de arbeidsmarkt als geheel. Juist voor bestrijding van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid is het volgens hem nodig dat de schotten tussen bedrijfstakken worden weggenomen. Het gaat erom dat de sociale partners hun uitvoeringsorganisatie dienstbaar maken aan nationale doelstellingen van sociale rechtvaardigheid, sociale mobiliteit en arbeidsmarktbeleid, aldus het SER-Kroonlid.

Wolfson hekelde de honderden functionarissen in de toppen van de bedrijfsverenigingen die 'naar het gevleugelde woord van Arie Groenevelt meer stoelgericht dan doelgericht' zijn.

Wolfson sprak van 'vaandelvlucht' door de opstellers van het advies, nu de sociale partners gevraagd wordt in eigen kring iets op te lossen in het algemeen belang. Het advies bestempelde hij als 'miezemuizig gemijmer' en een 'verhulling van beleidsarmoede'.

Hij wees erop dat de kwestie in 1967 al aan de orde was en er derhalve sprake is van 'twintig jaar inertie'.

Volgens het Kroonlid zou de overheid zich opnieuw moeten beraden op de overdracht van bevoegdheden aan de sociale partners, als deze door een te grote nadruk op de eigen soevereiniteit de oplossing van werkloosheid en arbeidsongeschiktheid onmogelijk maken. 'En dat terwijl wij zoveel vertrouwen hebben geinvesteerd in de tripartisering van de arbeidsvoorziening.' Wolfson hekelde ook het feit dat de sociale partners zich verzetten tegen budgettering van de uitvoeringskosten om redenen van autonomie.

Het Kroonlid sprak van een 'drogreden'.

Volgens Wolfson zou staatssecretaris Ter Veld (sociale zaken) de onafhankelijke positie van de Sociale Verzekeringsraad (toezichthouder) ten opzichte van de bedrijfsverenigingen moeten versterken. In de SVR hebben de sociale partners nu nog de meerderheid. 'Als sociale partners zich aan een exogene toetsing onttrekken door de eigen kring waarover zij soevereiniteit eisen zo ruim te formuleren dat zij zich in de sociale zekerheid als hoeder van het algemeen belang opwerpen, eigent het corporatisme zich bevoegdheden toe die aan de parlementaire democratie toebehoren'. Vertegenwoordigers van met name FNV en VNO keerden zich fel tegen Wolfsons interventie. VNO-voorzitter Van Lede sprak van 'aantijgingen' vanwege de ondemocratische nevenklank die het corporatisme heeft. FNV'er H. Muller noemde de aanval 'volstrekte flauwekul'.

Het Kroonlid Den Hartog deelde de bezwaren van Wolfson.