..of te vroeg?

DE POLITIEKE LEIDING van Financien heeft de Tweede Kamer te lang in het ongewisse gelaten over de problemen bij de Belastingdienst. Staatssecretaris Van Amelsvoort erkende gisteren in een vraaggesprek met NRC Handelsblad dat hij al op de hoogte was van de omvang en de mogelijke gevolgen van de problemen op het moment dat hij tijdens het beleidsdebat begin dit jaar alle verzoeken om informatie van een verontruste Tweede Kamer wegwuifde. De gegevens waren nog niet rijp voor openbaarmaking, is zijn verweer nu. Aangezien hij echter tevens toegeeft dat hij zelf op basis van die gegevens al uitgangspunten voor zijn beleid had geformuleerd, is dat verweer niet zo sterk.

Informatie die aanleiding is voor grote verontrusting bij de politieke leiding van een departement zou niet aan de Tweede Kamer moeten worden onthouden. Misschien was het geven van inlichtingen in een openbaar beleidsdebat op dat moment niet de meest wenselijke weg, maar dan had de staatssecretaris nog altijd de Kamer kunnen waarschuwen in een besloten overleg met de vaste Tweede-Kamercommissie. Temeer daar hij ook reeds op de hoogte was van een extra complicatie: de omvang van de door de Belastingdienst noodzakelijk geachte investeringen in de komende jaren. Juist van een staatssecretaris die zo veel jaren ervaring als Kamerlid achter de rug heeft, zou begrip mogen worden verwacht voor de behoefte van het parlement aan bondige informatie. Dat dat begrip er niet was getuigt van of nonchalance of naiviteit.

OVERIGENS IS het niet eerlijk om Van Amelsvoort alle verwijten te maken. Zijn voorganger was verantwoordelijk voor de gebrekkige informatievoorziening die ertoe leidde dat de top van de Belastingdienst aanvankelijk de signalen uit de eigen dienst verwaarloosde en vervolgens - toen duidelijk werd dat er echt wat mis was - wachtte met het doorgeven van die informatie aan de politieke leiding. Dat betekende dat de politiek de Belastingdienst te lang heeft laten zwemmen.

Wat nu? De Tweede Kamer is overvallen. Voor voldongen feiten worden geplaatst heeft een gevaarlijke kant omdat het dwingt in de richting van een bepaalde oplossing. Het lijkt nu vooral te gaan om meer geld voor de Belastingdienst. Dan zouden alle problemen kunnen worden opgelost. Is dat zo? De Tweede Kamer - en trouwens ook het kabinet - zal eerst alle mogelijke informatie moeten hebben alvorens te kunnen oordelen over claims van een dienst met geheel eigen belangen. Over een maand moet er een rapport liggen over het onderzoek van een extern bureau naar het verloop van de reorganisatie van de Belastingdienst. Het is nuttig dat rapport af te wachten en geen overhaaste beslissingen te nemen.

EERDER DEZE week speelde in de Kamer een andere interessante variant op de vraag wat behoorlijke informatie is tijdens de zoveelste aflevering van het Schengen-feuilleton. Ook hier bleek dat het lot van de tot staatssecretaris bevorderde (Euro)parlementarier, in dit geval Dankert (buitenlandse zaken), niet eenvoudig is. Ook hij erfde een lastige kwestie: ten aanzien van de aanvullende overeenkomst voor het slechten van de grenzen tussen Benelux, Frankrijk en de Bondsrepubliek is van meet af aan geklaagd over een 'democratisch gat'.

Formeel bestaat dit natuurlijk niet: het onderhandelen over verdragen is volgens het handboek staatsrecht een zaak van de regering en haar ambtenaren, de Kamer oordeelt pas over het resultaat.

Gezien de verstrekkende gevolgen van Schengen voor het asielbeleid en de strafrechtspleging werd echter al gauw de noodzaak erkend de Kamer te laten meepraten over de beleidsuitgangspunten. Dat bleef, zoals een Kamerlid mopperde, vooral een kwestie van 'geannoteerde agenda's en besluitenlijstjes'. De nieuwe staatssecretaris Dankert erkende eind vorig jaar dat Schengen leert dat er nieuwe overlegvormen dienen te worden gevonden voor dit soort aangelegenheden. Maar in de Kamer bleek ook deze man van het parlement als bewindsman niet voor een doorbraak te kunnen zorgen: de les is bedoeld voor toekomstige Europese afspraken over eenwording, al is het overleg over een Europese asiel-overeenkomst daarvoor waarschijnlijk reeds te ver gevorderd, en in elk geval geldt zij niet voor Schengen.

INTUSSEN IS een weinig verheffende toestand ontstaan. Want ook het staatsrechtelijk dualisme, waarop met name de VVD in het Schengendebat terugviel, komt geforceerd over. Er is inmiddels toch wel zoveel afgepraat dat de Kamer straks niet volstrekt onbevangen het onderhandelingsresultaat kan wegen - en verwerpen. De VVD heeft zelf ook wel enigszins bijgedragen aan rolverwarring door bij vorige geledenheden juist te klagen over gebrekkige informatie. Wat was het nu: meedoen of de handen vrij houden? Dit dilemma blijft niet beperkt tot Schengen en de Europese eenwording maar steekt ook de kop op bij grote technologische projecten zoals het fraudebestendig paspoort en het geautomatiseerde netwerk voor de bevolkingsboekhouding GBA. De ervaringen met staatsrechtelijke noviteiten als het voorwaardelijke groene licht voor het nieuwe paspoort hebben de Kamer wel wat voorzichtiger gemaakt. Ten aanzien van het niet minder complexe gemeentelijke bevolkingsnetwerk heeft de Kamer met zo veel woorden uitgesproken dat zij niet 'onbedoeld medeverantwoordelijk' wil worden gesteld. Eerst moet de GBA-wet met alle spelregels voor het netwerk zijn behandeld. Intussen is er al een complete praktijkproef afgerond. Hoe vrij laat dat de Kamer nog? UIT DE automatiseringshoek wordt betoogd dat dergelijke projecten vragen om nieuwe vormen van regelgeving en controle. Aan de Kamer zou in een vroeg stadium een soort marsplan moeten worden voorgelegd, dat zij al dan niet kan autoriseren. Doet zij dat wel, dan ook verder geen gezeur tot het project is afgerond en wettelijk kan worden geregeld. Dat klinkt aardig maar vormt geen antwoord op het feit des levens dat projecten in handen van uitvoerders/ambtenaren een eigen leven kunnen leiden.