Oeso: minder groei Italiaanse economie bij ongewijzigdbeleid

ROTTERDAM/ROME 18 mei - Het blijft moeilijk om de Italiaanse economie in balans te houden. Het precaire economische spel, waarbij verscheidene kegels tegelijk in de lucht gehouden dienen te worden, valt de Italiaanse jongleurs niet mee. Als de act niet snel verbetert zal de economische groei afnemen van 3,5 procent vorig jaar tot 3 procent dit jaar. Dat voorspelt de OESO in een vandaag verschenen analyse van de Italiaanse economie.

Twee jaar geleden maakten de Italiaanse artiesten nog furore. De betalingsbalans was bijna in evenwicht en de inflatie matig. Daarbij groeide de economie gestaag en daalde de werkloosheid.

Uit het vandaag verschenen jury-rapport blijkt echter dat het Italiaanse optreden gedurende het afgelopen jaar aan glans heeft verloren. De economische groei was vorig jaar nog niet zorgwekkend: in 1989 groeide de Italiaanse economie met 3,75 procent, net zo snel als in andere Westerse landen. Daarentegen bleef de werkloosheid nagenoeg op hetzelfde niveau, stegen de prijzen van consumptiegoederen met 6,5 procent en verdubbelde het tekort op de lopende rekening. De kegels van de jongleurs kletterden bij herhaling op de grond.

Volgens de OESO is de Italiaanse vertoning onevenwichtig omdat twee structurele problemen maar niet worden opgelost: het begrotingstekort en de Noord-Zuid-tegenstelling. Terwijl de behoefte van de overheid om geld te lenen op de kapitaalmarkt relatief gezien, uitgedrukt in een percentage van het Bruto Nationaal Produkt (BNP), daalde van 12,5 procent in 1985 tot 10,5 procent in 1989, steeg de leenbehoefte nominaal. Het begrotingstekort is in het afgelopen jaar opgelopen van 117 biljoen lire naar 130 biljoen. Naar verwachting zal het tekort dit jaar weer met 11 biljoen worden overschreden. Verantwoordelijk voor die stijging zijn toegenomen loonkosten en veelvuldiger gebruik van steeds duurdere sociale voozieningen. Om verder onheil te voorkomen adviseert de OESO met klem om het gat op de begroting te dichten.

Daarnaast kampen beleidsmakers onverkort met de enorme discrepantie tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden. De arbeidsproduktiviteit in het Zuiden bedraagt slechts 56 procent van die per persoon in het Noorden. De werkloosheid is in het Zuiden met 21 procent ongeveer drie keer zo hoog als in het Noorden.

Italie moet, zo schrijven de OESO-onderzoekers in Parijs, geld onttrekken aan het Noorden en investeren in het Zuiden, bij voorkeur in verbetering van de infrastructuur. De consumptie in de Zuidelijke provincies subsidieren is voor de OESO uit den boze. Inkomensverbetering van keuterboeren en werklozen mag alleen in geval van absolute armoede. De Italiaanse regering zou vandaag een aantalmaatregelen nemen om de stijging van het begrotingstekort binnen de perken te houden, zo schrijft onze correspondent in Rome. Verwacht wordt dat het kabinet zal besluiten een aantal geplande uitgaven uit te stellen en een aantal belastingverhogingen door te voeren. Leidingwater, mineraalwater en gas worden vrijwel zeker duurder. Een voorstel om belasting te heffen op credit cards heeft onmiddellijk zoveel kritiek losgemaakt dat het is ingetrokken.