Nederland volgt harde lijn in affaire bank O-Europa

STRAATSBURG, 18 mei - Minister Van den Broek van buitenlandse zaken blijft in de kwestie van de ontwikkelingsbank voor Oost-Europa een harde lijn volgen tegenover de grote EG-landen. Het hele kabinet steunt hem op dit punt. 'Zonder bevredigende oplossing in de komende dagen heb ik niet de vrijheid onze reserves op te heffen', zei Van den Broek in Straatsburg. Als Nederland en zes andere landen voet bij stuk houden, kan de Europese Commissie het verdrag over de bank niet tekenen en verliest deze instelling een belangrijke aandeelhouder. Ook Nederland zelf zou dan niet meedoen.

Vandaag komen in Brussel de permanente vertegenwoordigers van de twaalf lidstaten weer bijeen om over de problemen te praten. Morgen vergaderen in Parijs de financiele specialisten van de 42 in de bank deelnemende landen. Het verdrag moet eind deze maand worden getekend.

Dinsdag jl., tijdens een overleg van de permanente vertegenwoordigers in Brussel, besloten zeven van de twaalf EG-landen de Europese Commissie geen mandaat te geven de statuten van de bank te ondertekenen. De Commissie zal in de bank een aandeel nemen van drie procent. De zeven landen (Benelux, Spanje, Portugal, Denemarken en Griekenland) zijn kwaad op Engeland, Frankrijk, Italie en de Bondsrepubliek, die zonder overleg met de andere EG-landen tijdens een bijeenkomst van de zeven grote Westerse industrielanden (G-7) besloten de bank in Londen te vestigen en president Mitterrands adviseur Jacques Attali als president aan te wijzen.

Minister Van den Broek wilde niet bevestigen of de zeven kleinere EG-landen eisen dat een andere vestigingsplaats of president voor de bank wordt aangewezen. 'Ik wil niet met gedetailleerde uitspraken de mogelijkheden van het verdere gesprek belemmeren.'

Hij zei dat het veel meer om het principe gaat dan om de kandidatuur van ex-minister Ruding als president van de bank of de potentiele vestigingsplaats Amsterdam. Maar ten aanzien van Amsterdam leek hij de hoop nog niet volledig te hebben opgegeven.

Pag.14: Vervolg Minister Van den Broek zei gistermiddag in Straatsburg dat de zeven delegaties, die deze dagen in voortdurend contact staan, bereid zijn om aan constructieve oplossingen voor het probleem mee te werken, maar dat men geen genoegen neemt met verbale toezeggingen. 'Deze moeten verbonden zijn met concrete maatregelen', aldus de minister.

Onder de zeven landen heerst een stemming van: alle vestigingsplaatsen zijn goed, als het maar niet Londen is. Het besluit van dinsdag om niet te tekenen, moet volgens Van den Broek worden gezien als 'een krachtig signaal van onbehagen en ongenoegen'.

De kleinere EG-landen hebben, aldus de Nederlandse minister, duidelijk de indruk gekregen dat de grote landen in het kader van het G7-overleg 'elkaar de bal hebben toegespeeld, met voorbijgaan aan de belangen van de kleinere landen'.

Van den Broek zal in het informeel overleg met zijn EG-collega's het komende weekeinde in Schotland de kwestie van de bank ook aan de orde stellen. Juist in een periode waarin afspraken moeten worden gemaakt over een verdieping van de politieke samenwerking 'kan door dit soort zaken een sfeer van wantrouwen ontstaan, die een constructieve discussie belemmert'.

Van den Broek wil met zijn collega's nieuwe afspraken maken over wat hij 'checks and balances' noemt in de besluitvorming, 'waardoor in Europa niet automatisch een systeem heerst van het recht van de sterkste. Dit punt behoeft dringend extra aandacht'. Bij delegaties van de andere kleine landen in Straatsburg was te horen dat dit voor hen niet zoveel betekenis heeft. Spanje is vooral verbolgen over het feit dat het als groot land simpelweg buiten de besluitvorming is gehouden over iets dat voor alle lidstaten van betekenis is. In EG-verband is nog geen gesprek gevoerd over de statuten van de bank, waaraan de Commissie zou moeten deelnemen en waarin de EG-staten gezamenlijk 51 procent van het geld inleggen.

Enig leedvermaak ten aanzien van Nederland valt inmiddels wel te bespeuren. 'Wat is er nog over van die mooie relatie van Den Haag met Margaret Thatcher', zei een minister van een van de andere kleine landen. 'Thatcher heeft Ruud Lubbers gewoon bedonderd. Met andere woorden kun je het niet zeggen', voegde hij eraan toe.

De Duitsers zitten wat met deze zaak in hun maag. Hoewel zij aanvankelijk tegenover Lubbers hadden gesuggereerd Ruding te zullen steunen, trokken zij deze toezegging in op het moment dat Londen en Parijs aan de regering in Bonn beloofden dat de toekomstige Europese centrale bank in Frankfurt zal worden gevestigd, een toezegging waaraan de Duitsers buitengewoon veel waarde hechten. Het probleem voor Kohl is dat hij als christen-democraat een regering van dezelfde signatuur (de Nederlandse) heeft laten zitten ten gunste van twee niet-christen-democratisch geregeerde landen. Binnen Kohls partij is men daar evenmin gelukkig mee.