Minimuminkomen in derde van huishoudens Amsterdam

AMSTERDAM, 18 mei - Eenderde van de Amsterdamse huishoudens moet leven van een minimuminkomen, tegenover ongeveer eenvijfde in de rest van Nederland. Ook het gemiddelde netto maandinkomen per huishouden ligt in Amsterdam veel lager dan landelijk. Midden- en hogere inkomens zijn ondervertegenwoordigd in de hoofdstad.

Dit blijkt uit een onlangs gehouden onderzoek naar de inkomenspositie van Amsterdammers door het gemeentelijke bureau voor Onderzoek en Statistiek. Vooral bij alleenstaanden in Amsterdam komen relatief veel inkomens voor op of juist boven het bijstandsniveau.

In het rapport is gewerkt met het begrip 'subjectieve armoedegrens', waarbij de huishoudens zelf bepalen wat het inkomen is dat voor een bepaald type huishouden (alleenstaand, eenoudergezinnen, tweepersoonshuishoudens met en zonder kinderen) als net voldoende geldt.

Zo beschouwt eenderde van de huishoudens in Amsterdam zichzelf als arm, een aantal dat twee keer zo hoog ligt als landelijk. De belangrijkste reden daarvoor zou het veel hogere aantal alleenstaanden zijn. 'Daarnaast is denkbaar dat Amsterdammers de subjectieve armoedegrens hoger leggen dan andere Nederlanders', aldus het rapport.