In welke taal heb je leren liegen? Ajax van Sophocles in deregie van Frank Castorf

De Oostduitse regisseur Frank Castorf (1951) maakt in Duitsland en Zwitserland omstreden voorstellingen. Hij verbindt filosofie met trivialiteit en een klassieke tragedie met The Doors. Zijn enscenering van 'Ajax' door Sophocles komt naar Nederland in het Holland Festival. Zwitserland is verbeeld als grafheuvel, Ajax is een generaal die een drinklied zingt. 'Een voorstelling moet extreme polen bevatten.' Een trap zo gekromd als de rug van een kat verbindt hemel en hel met elkaar. Rood licht speelt over de treden. De helden en heldinnen uit Ajax van Sophocles komen uit de hoogte op en gaan af in de diepte. Ze zijn gevangen in een roomwit, benauwend decor dat op een kijkdoos lijkt. Het plafond is laag. De kale wanden hebben geen deuren. Beckett of Heiner Muller zouden hun toneel graag in deze entourage uitgevoerd zien. Het theater teruggebracht tot essentie: een speelvloer, traptreden naar het leven en traptreden naar de dood, een handvol acteurs, geen opsmuk, een schouwspel net zo eenzaam als de actrice die halverwege de voorstelling voor het brandscherm gaat staan en fluisterend The End van The Doors zingt. 'It's the end, my friend, the end... ' De Oostduitse regisseur Frank Castorf (1951) springt oneerbiedig om met de ruim tweeduizend jaar oude tekst van Sophocles. Zijn voorstelling, geensceneerd voor het Theater Basel, is agressief en bitter, cabaretesk, intiem, droefgeestig en triviaal en ook filosofisch. Hij is een van de regisseurs die het jonge gezelschap van Basel, een keurig aangeharkt hoekje in de rotstuin van Zwitserland, aanzien en elan hebben gegeven. Het oude Basel is gebouwd rond de kathedraal Munster, hoog gelegen boven de Rijn. Alles voor het oog zo schoon. Eeuwenoude kastanjebomen filteren het zonlicht. Aan de rand van de oude binnenstad ligt het Stadttheater, waarvan de entree is opgesierd door een waterpartij met spetterende machines van Tinguely. Uit de ogen van een Grieks masker spuiten waterstralen. Niet ver daar vandaan, in een wijk van cafes en bioscopen, gaat achter een gevelwand de Komodie schuil. Zeshonderd roodfluwelen zitplaatsen, kroonluchters van schitterglas, een schouwburg waar de negentiende eeuw nog verwijlt. Hier ging Aias von und nach Sophokles in september vorig jaar in premiere.

Het roodstenen Rathaus van Basel aan de Markplatz heeft een muurschildering van mollige, zoete kinderen die een krans van lover vasthouden. Daarin staan twee spreuken die iets onthullen van de ziel van Basel: 'Wohl vorgehen macht wohl forgehen' en 'Wo Einigkeit ist da wohnet Gott'.

Volgzaam of eenheid stichtend is Castorfs enscenering van Sophocles allesbehalve; 's avonds is de zaal gevuld met goeddeels jongere toeschouwers die de uitstraling hebben van dwarsheid en haaks op de flank staand. Ze jubelen om het hardst en roepen 'Bravo!' bij het slotbeeld dat het lijk van Ajax voorstelt, door Odysseus bedekt met tientallen Zwitserse vlaggetjes. Het land als grafheuvel. Odysseus vraagt hardop: 'In welke taal heb je leren liegen?' Zijn vraag geldt meer de zaal dan de dode strijder aan zijn voeten. En, verder denkend, is die vraag ook van toepassing op de toneelspelers die in Castorfs visie heel wat leugens en verzinsels voor het voetlicht brengen terwille van de kunst. Castorf ontmantelt, ontmythologiseert en laat de acteurs zichzelf ironiseren. Dit alles in de traditie van de Oostduitse toneelschrijvers en regisseurs die filosofie verbinden met trivialiteiten, samengevoegd tot voorstellingen met razendsnelle overgangen en hevige contrasten. Terwijl een actrice op het voortoneel een syllogisme van Epicures uiteenrafelt, zingen de acteurs achter haar rug op smadelijke wijze een drinklied. Het absurde theater leeft weer op.

Raadsel

De goden beheersen in Ajax het lot van de mensen. Ajax is een tragische figuur, door Athene met waanzin geslagen. Inzet van het drama is de wapenrusting van Achilles die Odysseus tot woede van Ajax heeft geerfd. In zijn razernij slacht Ajax een kudde vee af, verkerend in de veronderstelling tegen het Griekse leger te vechten en Odysseus te doden. Athene schenkt Ajax het bewustzijn terug, waarna hij uit wroeging zelfmoord pleegt door zich in zijn zwaard te storten. Een uitgesponnen dialoog volgt: Agamemnon en Menelaos willen het lijk achterlaten voor de gieren, Odysseus eist een plechtige staatsbegrafenis. Dat lukt hem, de welbespraakte en listige tegenvoeter van Ajax.

Pathetiek is Frank Castorf vreemd. De zelfmoord van Ajax gebeurt eenvoudigweg doordat de toneelheld zijn mantel uittrekt en op de grond legt. De voorstelling is een persiflage op heldendom en oorlog. De Griekse krijgers zijn toonbeelden van het Zwitserse burgerdom; alleen de oorlogskostuums wekken de suggestie van vechtjasserij. De godin Athene is opgesplitst in drie vrouwen, slechts gekleed in legergroene jassen waaronder ze zwarte of rode naaldhakken dragen. In de openingsscene lijken ze op de heksen uit Macbeth, maar ze jagen niemand behalve zichzelf vrees aan. Het is theatraal van ongewone kracht wat de regisseur hier verricht: de vrouwen acteren in stil spel het verschijnsel angst. Rechts op het toneel staat een leeg wijnglas waarin vanuit het plafond druppels vallen, telkens een helder tikken veroorzakend. Het decor lijkt op een kelder waar een leiding lekt. Het glas is geen gewoon glas meer. Het bezit magie, het is een raadsel dat angst inboezemt. Als een van de vrouwen eruit wil drinken, krijsen de andere twee onheilspellend. Het gif van de wereld is uit de hemel in het glas getinkeld.

Odysseus verschijnt vermomd als anti-held. Een verdwaasde vliegenier met een walkman op zijn hoofd. De vrouwen temmen hem en hij geeft zich snel gewonnen. Gedwee gaat hij in een hoek van het decor zitten en slaat een van de kranten open die over de vloer verspreid liggen. Het is Die Zeit, met een dramatische foto van de Brandenburger Tor op de voorpagina. Is het toeval? Als ik de voorstelling voor de tweede keer zie, toont de krant een ander front. Toch heeft de Brandenburger Tor mijn associaties aangewakkerd. Wat betekent het voor een regisseur uit de DDR om in Basel te werken? En is de politieke omwenteling van eind vorig jaar van invloed geweest op de voorstelling, waarin immers sprake is van veranderde machtsverhoudingen? Na afloop spreek ik Frank Castorf in de foyer, een wat schichtige jongeman met een smal gezicht en dunne lippen, lang Duits-dichterlijk haar tot op zijn schouders, de ogen gevat in het goudkleurige montuur van een Schubert-brilletje. 'De voorstelling ging in premiere een paar maanden voor de doorbraak van de Muur en heeft er direct niets mee te maken. Elke dag is de krant anders, dus ook de krant die Odysseus leest. Ik ben in mijn enscenering op zoek gegaan naar beelden die ook nu betekenis voor ons hebben. Aan die Duitse legerjassen kan niemand voorbijgaan, evenmin aan de Stahlhelm die een van de Grieken draagt. Of aan Tecmessa die een oorlogskinderwagen voor zich uit de trappen afduwt. Daarin ligt een grote doos met servies dat helemaal aan scherven is. Zij is een Trojaanse die Ajax als gezellin mee mocht nemen; ze herinnert me aan de vrouwen die in '45 vluchtten van Oost-Pruisen naar Midden-Duitsland, een kinderwagen vol huisraad voortduwend. Mijn toneelmiddelen zijn soms objectief, soms tragisch, sadistisch of cynisch, maar ze zijn nooit een eenvoudige illustratie van de tekst. Ik creeer onafhankelijke, filmische beelden. Een voorstelling moet extreme polen bevatten. Daarom kan een tekst als van Epicurus over de goddelijke macht gerust staan naast een aria uit Carmen of een song van The Doors. Mijn thema's zijn de omringende werkelijkheid en het eigen innerlijk. Er bestaat geen enkele garantie dat die samenvallen of in harmonie zijn. Ajax gaat over 'Gotter die zur Erde herabsteigen'.

Een paradox die bewijst dat niets is zoals het is; vrienden blijken vijanden, een waterglas wekt angsten op. Ik geloof niet in de uitspraak 'een roos is een roos is een roos'.

Alles is altijd anders dan het zich voordoet. Iedereen heeft daardoor gelijk, in mijn visie. In de politiek overheerst de dubbele moraal. Ik ben niet zo juichend over de omwenteling die in Berlijn is begonnen, we gaan van de ene kist in de andere. Geluk en liefde liggen hier niet dichterbij dan vroeger aan de andere kant van het gordijn.'

Maatstaf

Castorf noemt de speelruimte in de Komodie een Weltraumstation of ook wel een Kunstraum. De spelers vechten er de strijd tussen macht en machteloosheid uit, zij zijn geworpen op die plek en moeten zich zien te redden. Daartoe gebruiken ze alle mogelijke middelen, van inleving tot ironie. Ajax preludeert in het begin van de uitvoering op zijn zelfmoord door een zwaard in zijn borst te stoten. Even laaien de emoties op. Dit is een klassieke tragedie, zo stellen we ons die voor, zo sterft iemand. Vervolgens komen twee actrices zingend de trap af, Stille Nacht, heilige Nacht zingend, zo hoog en schril dat het waterglas zowat knapt en mijn trommelvliezen het begeven. Ajax houdt het niet uit: hij staat op, klopt het stof van zijn jas en acteert weer mee. De actrices die Pallas Athene vertolken, tekenen ook voor het koor. Door deze ingreep zijn ze zowel toeschouwer als betrokkene. Zij sturen het lot van Ajax en geven hun oordeel.

In de Kunstraum van Castorf is elke associatie geoorloofd. De beelden staan ogenschijnlijk los van de tragedie. Daar schuilt een gevaar in: een regisseur kan een stuk zo openbreken en uitmergelen en daarna volstouwen met zijn eigen fantasie, dat elke ingreep uiteindelijk wel te duiden is door het ontbreken van een maatstaf. In de Kunstraum van het toneel is alles geoorloofd, Epicurus naast Jim Morrison. De eerste redeneert dat de goden zich niet met de mens en wereld inlaten, de tweede zingt over de dood. De klassieken wegen zwaar in het Duitstalige theater, zoals blijkt uit een scene vlak voor het tweede bedrijf waarin de gipsen buste van Zeus of Sophocles door het brandscherm in tweeen wordt gebroken. Een doeltreffende vadermoord. Ajax komt op en eet knisperende rijstkoeken uit de opengebarsten schedel.

Castorfs beelden zijn scherp omlijnd. Aan het slot zit Tecmessa verlaten op de trap in het licht van een naakte gloeilamp die heen en weer zwaait. Grillige schaduwen glijden heen en weer. Weer een beeld, net als de kinderwagen, uit de oorlog. Ze verhaalt over haar zoon die het lijk van zijn vader heeft gezien: 'Ach, mijn zoon. Mijn kleine jongen. Wat zal er met ons gebeuren? Ik vervloek God, en ik vervloek Athena hierom! Zijn dood koos hij zoals hij zijn leven koos. Hij stierf in handen van God. Hij wenste ergens anders te zijn. Hij ging heen, doldriest van een nieuw begin, dat weet ik zeker.'

(Vertaling Ben Schouten, naar de bewerking door Robert Auletta.)Voor een Nederlandse uitvoering van Ajax moeten we terug naar 1939. Abraham van der Vies bracht een gezongen tragedie voor het voetlicht waarin het ging over de zielestrijd van Ajax voor zijn dood en de strijd om zijn ziel na de dood van de titelheld. In 1987 bracht Peter Sellars met zijn American National Theater in de Amsterdamse Schouwburg een indrukwekkende versie van het drama, verplaatst naar de achterkant van het Pentagon in Washington en zich afspelend in een onbepaald heden. Die voorstelling was een aanklacht tegen de waanzin van de oorlog. Als in een rechtszaak analyseerde Sellars de individuele en collectieve beweegredenen van het Amerikaanse militarisme in Midden-Amerika. Morele dilemma's, ondoorgrondelijke politiek en ethiek: Sophocles kon deze ingrepen met gemak dragen.

Frank Castorf vraagt openheid en ontvankelijkheid van de toeschouwer. Zijn Ajax is een labyrint van associaties, fantasieen, verwijzingen naar het culturele erfgoed van alle tijden. Hij verbindt oorlog en kunst met elkaar. Niet de helse machinerie van de oorlog zoals Sellars die liet zien, maar het wezen van de oorlog zoals die misschien in ieders herinnering leeft: een helm, een soldatenjas, een vrouw met een kinderwagen, een donkere ruimte waarin een gloeilamp brandt. De voor de geschiedenis onzichtbare oorlog. De Griekse helden zijn geen vechtlustige krijgers; ze zijn klein en herkenbaar gemaakt. Mannen die niet op weg gaan naar de oorlog maar er berooid en teleurgesteld uit terugkeren.

Aias von und nach Sophocles door Theater Basel. Regie: Frank Castorf. In: Koninklijke Schouwburg, Den Haag, 25 en 26 juni