F. wilde 'leefklimaat' verbeteren

ARNHEM, 18 mei - 'Er waren botsingen over de aanpak, zeker, maar nooit is de kwestie van seksueel machtsmisbruik naar voren gebracht. Er werd wel geklaagd over macht, maar niet over de dingen die in de ten lastelegging zijn opgenomen'.

Aldus verdedigde zich gisteren voor de Arnhemse rechtbank de vroegere psychiater-directeur F. van het orthopedagogisch en jeugdpsychiatrisch centrum van de Heldring Stichtingen in Zetten, tegen de verdenking van veelvuldig seksueel misbruik van in de inrichting geplaatste kinderen.

Aan het slot van de tweede zittingsdag in de strafzaak zei de 56-jarige F. dat hij zich altijd had ingezet om het leefklimaat in het internaat te verbeteren. 'De moeite die ik heb gedaan om de dingen gewoon te krijgen, wordt nu terugvertaald in seksuele machtsuitoefening. Achteraf wordt dat zo gezien, terwijl daar toen helemaal geen sprake van was.'

Hij schreef de omslag toe aan veranderingen in het begin van de jaren tachtig in de publieke opinie over hulpverlening en seksueel gedrag. F., die een dag eerder zes jaar tegen zich had horen eisen, kwam met geen woord van berouw. In zijn slotwoord zei hij tegen de rechters: 'Ik verwacht eigenlijk dat u me vrijspreekt, maar ik weet werkelijk niet meer hoe ik mijn leven verder moet inrichten. Een stuk van de vergelding waar de officier voor pleit is mij al aangedaan.' Raadsman mr. E. P. R. Sutorius sprak van 'de sociale dood' van zijn client, wiens toestand hij vergeleek met de situatie waar Job zich in bevond. Voor alles weet hij dit aan 'een volksgericht dat via de media zo effectief met F. heeft afgerekend'.

De advocaat: 'De wijze waarop de publiciteit client heeft afgebrand zie ik als de primitieve steniging met moderne middelen, een publieke steniging die hem sociaal heeft geisoleerd, een oud-testamentische wraakactie die hem zeer angstig heeft gemaakt.'

Het was, zo meende de raadsman, allemaal het gevolg van 'een zaak die zo is opgeblazen dat gevreesd moet worden dat de reele contouren van de werkelijkheid daarachter nu niet meer kunnen worden waargenomen'.

Niettemin had hij kort daarvoor uitvoerig geprobeerd de juiste proporties te duiden. Zijn conclusie: zonder 'de hetze' was er helemaal geen zaak-F. geweest. Alle tien in de dagvaarding opgenomen strafbare feiten stoelden volgens mr. Sutorius op ongeloofwaardige verklaringen en/of anderszins gebrekkig bewijs. Hij bepleitte niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie danwel vrijspraak.

Daarmee stond F. met zijn raadsman lijnrecht tegenover officier van justitie mr. N. Leeman, die eerder tot de slotsom kwam: 'Verdachte heeft zich gedurende lange jaren stelselmatig vergrepen aan pupillen die van hem volstrekt afhankelijk waren, als waren het willoze en weerloze voorwerpen die naar believen konden worden gebruikt. Een van de slachtoffers zei: Alles pakte hij af: je gedachten, je gevoelens, je lichaam; zelfs je dromen mocht je niet hebben'.' De kritiek die prof. dr. W. A. Wagenaar (klinische funktieleer) had op de gang van zaken bij de verhoren in het opsporingsonderzoek vond officier Leeman academisch. De politie werkte zonder protocol waarin duidelijk stond hoe de vragen over eventueel seksueel misbruik aan de opgespoorde ex-pupillen zouden worden gesteld. Dat moest 'in dit speciale geval, waarin het probleem van suggestieve ondervraging zo belangrijk is, extra worden betreurd', aldus de hoogleraar.

De officier vond het jammer dat F. had geweigerd mee te werken aan psychiatrisch onderzoek. Daardoor bleef diens eventuele motief in nevelen gehuld. De rechtbank moest het doen met het psychiatrisch rapport dat door de Gemeenschappelijke Medische Dienst was opgesteld ten behoeve van een - afgewezen - aanvraag door F. voor een WAO-uitkering. Daarin luidde de diagnose: 'gewone persoonlijkheidsstructuur met narcistisch-libiduneuze tendenties'. Raadsman mr. Sutorius omschreef zijn client als 'een verlegen maar joviaal, intelligent maar gesloten mens, inspirerend en met hart voor zijn zaak, zonder aan conventies gebonden te zijn. Hij zag in hem het slachtoffer van 'een vete die is uitgevochten over de wijze van behandelen, over de wijze van hulp verlenen binnen de eindstations' van de kinderbescherming. Voor al te ambitieuze behandeling zal na deze strafzaak minder ruimte zijn, zo vreesde de raadsman. 'De noodzaak van ordehandhaving kiest zich ongetwijfeld een andere jas.' In deze optiek kwam de directeur-psychiater dicht bij de 'slachtofferrol' die mr. Sutorius eerder in zijn pleidooi had gereserveerd voor aangeefsters die hun agressie en onlust op 'de boeman F.'

projecteerden: 'De promotie van slachtoffer tot heldin kan immers uitzicht bieden op een glorieuze mogelijkheid tot wraak: wraak op het systeem, wraak op een symbool.' De rechtbank wijst woensdag 30 mei vonnis.