Ex-directeur: Philips waande zich beter dan het is

EINDHOVEN, 18 mei - Drs. L. E. Groosman, tot drie jaar geleden directeur Externe betrekkingen van Philips, vindt dat de onderneming de laatste jaren steeds meer is tekortgeschoten in het 'rekening en verantwoording afleggen' aan de buitenwereld en de eigen werknemers. 'Als je dat niet doet, loop je op alle fronten stuk. Dat is in feite wat er de afgelopen weken is gebeurd.'

'Ik denk dat Philips zich al een aantal jaren beter gewaand heeft dan het feitelijk is', zegt Groosman. 'Men heeft zich verkeken op al die fabrieken die ondanks alles toch maar door bleven draaien. Daardoor heeft men de ernst van de situatie niet onder ogen kunnen zien.' De ondernemingsleiding heeft zich te vaak beroepen op externe factoren als moest worden uitgelegd waarom niet alles volgens plan verliep, terwijl dat volgens Groosman maar de helft van de waarheid was. 'Tegelijkertijd heeft men de eigen machtspositie binnen de onderneming onvoldoende gebruikt. Men was niet in staat om alle neuzen dezelfde kant op te laten wijzen. Er was veel te veel interne strijd.' Als de leiding steeds een realistisch beeld had geschetst van hoe de onderneming ervoor stond, als de leiding steeds openhartig had gesproken over de problemen waarmee werd geworsteld, was er nooit een vertrouwenscrisis rond Philips ontstaan, is de vaste overtuiging van Groosman. 'Verklaar wat er aan de hand. Maar verdoezel het niet. Fok het niet op. Dat soort eerlijkheid heb ik gemist in de contacten naar buiten.'

'Je hoeft je toch niet te schamen, als je je vergist hebt', zegt Groosman. 'Je kunt toch best erkennen dat er fouten zijn gemaakt of dat je niet zo sterk bent als je had gedacht. Maar je moet het wel melden, je moet het wel verklaren. Anders ontstaat er een kloof tussen schijn en werkelijkheid. Dan voelen de mensen zich bij de neus genomen.' Dat Philips de persconferentie over het aftreden van president C. J. Van der Klugt afgelopen maandag niet heeft benut om alsnog 'volledige opening van zaken' te geven, heeft Groosman 'ten zeerste verwonderd'.

Want dat was volgens hem 'een unieke gelegenheid' geweest. Wel snapt hij best dat de onderneming zich in 'een patstelling' bevond. Van der Klugt was tenslotte niet meer in de positie om nog eens uitgebreid uit de doeken te doen hoe de verschillende bedrijfsonderdelen er nu eigenlijk voorstaan. En zijn opvolger J. D. Timmer stond nog achter de coulissen. Dr. W. Dekker, concern-woordvoerder tijdens de persconferentie, zou met zo'n verklaring zijn bevoegdheden als voorzitter van de Raad van Toezicht verre te buiten zijn gegaan.

Maar het resultaat is wel, zegt Groosman, dat de onderneming het geven van duidelijkheid opnieuw ten minste anderhalve maand 'voor zich uit heeft geschoven', namelijk tot na 1 juli, de dag waarop Van der Klugt zijn functie formeel aan zijn opvolger overdraagt. Daardoor houdt de verwarring rond de onderneming voorlopig aan, vreest Groosman.

De enige manier om het vertrouwen in de onderneming weer enigszins te herstellen is volgens hem om alsnog 'op een hele grote personferentie' opening van zaken te geven, voorafgaand aan de buitengewone aandeelhoudersvergadering die voor 1 juli moet worden gehouden om de voortijdige promotie van Timmer te sanctioneren. Bij die gelegenheid zou de onderneming ook berouwvol haar verontschuldigingen moeten aanbieden aan die mensen die zich door eerdere berichtgeving misleid hebben gevoeld.

Groosman herinnert eraan dat mr. F. Otten, een van de Groepsraadleden die dit jaar voortijdig moet vertrekken, in 1975 de basis heeft gelegd voor een opener, eerlijker manier van omgaan met de buitenwereld, een externe betrekkingenbeleid dat was gebaseerd op de 'zware verplichting' rekening en verantwoording af te leggen tegenover de buitenwacht. Deze behoorlijke omgangsvormen, die voor een moderne onderneming absoluut noodzakelijk zijn om te overleven, zijn volgens Groosman bij Philips 'langzaam maar zeker' in onbruik geraakt. Dat verval begon volgens hem al in de nadagen van Van der Klugts voorganger, dr. W. Dekker, die weliswaar de personificatie was van een perfect externe betrekkingenbeleid, maar uiteindelijk toch niet aan de verleiding kon weerstaan 'om meer te beloven dan hij in staat was te geven'. Onder Van der Klugt, die eerst intern orde op zaken wilde stellen, is de relatie tussen Philips en de omgeving nog verder verslechterd, zegt Groosman. Hij legde geen verantwoording af, gaf geen opening van zaken, 'niet uit onwil, maar uit fysiek onvermogen'.

'Hij had een houding van: ze snappen me toch niet. Hij kon zich niet voorstellen dat de buitenwacht met steeds meer argwaan naar Philips begon te kijken.' In een interview bij zijn afscheid verklaarde Groosman drie jaar geleden dat het ontbreken van een behoorlijk externe betrekkingenbeleid zich pas wreekt als het mis gaat. 'Kijk maar naar Fokker', zei Groosman. 'Als dat bedrijf hetzelfde had gedaan als wij, namelijk had uitgelegd wat de karakteristieken zijn van de bedrijfstak en had verteld welke problemen er dreigden, had de vergelijking met de RSV-affaire kunnen worden vermeden. Verklaringen achteraf vergen altijd extra inspanning en zijn per definitie minder geloofwaardig. En als consequentie krijg je dan misverstanden en conflicten aan de top.' Dat is het ergste, zegt Groosman. 'Iedereen bij Philips heeft dit zien gebeuren, maar niemand heeft iets durven zeggen.'

Volgens Groosman is het voor Philips nog niet te laat om weer op een eerlijker, opener manier met de buitenwereld om te gaan.