Europarlement voorstander van Senaat met ministers

STRAATSBURG, 18 mei - Naast het Europese Parlement zou een Europese Senaat moeten worden ingesteld, bestaande uit tien nationale ministers uit elk van de twaalf lidstaten. Dit idee voor een 'Europees Congres' is de afgelopen dagen opgekomen bij belangrijke groepen binnen het Europese parlement.

Een zeer grote meerderheid van dit parlement ondersteunt het idee krachtig, omdat het de bevoegdheden van het parlement vergroot, zonder die van de nationale ministers aan te tasten. Bovendien wordt daarmee het idee geblokkeerd, dat in Straatsburg krachtig wordt verworpen, om naast het parlement een Senaat te zetten, bestaande uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen.

Deze bijna per uur in het parlement aan steun winnende gedachte aan een Senaat van ministers wordt gezien als een 'psycholgisch hoogstandje', omdat de ministers volledig in hun waarde worden gelaten. 'Je kunt natuurlijk wel met veel bombarie uitroepen dat het volk, en dus het parlement beslist. Maar de realiteit is dat we nog niet zo ver zijn in Europa dat de nationale regeringen opzij gezet kunnen worden', zei het PvdA-parlementslid Alman Metten gisteren in Straatsburg. Als lid van de Institutionele Commissie van het parlement heeft hij mede aan de wieg van het nieuwe plan gestaan. Metten verwacht dat er in september, oktober dit jaar definitieve voorstellen over worden opgesteld, die dan aan de al geplande Intergouvernementele Conferentie eind dit jaar kunnen worden voorgelegd.

De huidige volgorde van besluitvorming in de Europese Gemeenschap is als volgt: de Commissie in Brussel doet een voorstel, waarover vervolgens het Europese parlement een advies uitbrengt. Dan gaat het voorstel naar de ministerraad en komt dan voor tweede lezing in het parlement terug. Wordt de zaak geaccepteerd dan voert de Commissie het besluit uit.

In het nieuwe plan doet de Commissie, die dan veel meer een soort Europese regering is geworden, een voorstel dat door het Europese parlement wordt verworpen of, al dan niet geamendeerd, wordt goedgekeurd. Vervolgens gaat het naar de Senaat van honderdtwintig ministers, die eveneens een recht tot amendering hebben. Verschillen parlement en Senaat van mening over het voorstel, dan treedt een verzoeningscommissie op, samengesteld uit de op het betreffende terrein deskundige leden van beide Huizen van het Europese Congres. Dit gebeurt naar analogie van de regeling die in het Amerikaanse Congres geldt.

Het compromis dat in de verzoeningscommissie wordt gesloten kan vervolgens door zowel het parlement als de Senaat nog slechts worden aangenomen of verworpen, zonder de mogelijkheid nog amendementen in te dienen.

Binnen het parlement heerst een tamelijk grote zekerheid dat het plan in ongeveer deze vorm uiteindelijk werkelijkheid zal worden, omdat het zo 'geniaal' is. De nationale regeringen houden samen een vetorecht in het besluitvormingsproces, terwijl tegelijkertijd een lang vervulde wens van het parlement in vervulling gaat om een rechtstreekse en formele band te krijgen met de ministerraad. Bovendien gaat de Europese Commissie eindelijk als een Europese regering functioneren.

Het plan is zo vers, dat er van buiten het parlement nog geen reacties zijn. Minister Van den Broek, die gisteren met al zijn EG-collega's in Straatsburg met het parlement en de Commissie overlegde over de toekomst van de Europese instituties, zag in een eventuele Senaat met een gelijk aantal leden uit alle lidstaten, ongeacht hun grootte, 'een mogelijkheid' om de tegenwoordig weer dreigende overheersing van de grotere staten over de kleinere te blokkeren. Hij leek in elk gevoel zeer weinig te voelen voor een ander plan, afkomstig uit Frankrijk, om van de president van de Commissie een president naar Frans voorbeeld te maken. Het vice-presidentschap zou dan worden vervuld door de minister-president van het land dat op dat moment het voorzitterschap in de EG vervult. Die voorzittersperiode zou dan van de huidige zes maanden moeten worden uitgebreid tot een jaar of zelfs twee jaar.

Het model voor een Europees Congres, zoals dat binnen de Institutionele Commissie is bedacht, wordt gepresenteerd als 'Amerikaans'. In werkelijkheid is het eerder Duits. De Europese Senaat doet sterk denken aan de Westduitse Bondsraad, het vertegenwoordigend parlementair orgaan van de deelstaten in Bonn. Ook daar worden de leden door de regeringen van de deelstaten en niet door de parlementen aangewezen, terwijl de minister-presidenten en de ministers er zelf in zitten.

Een van de belangrijkste redenen om de Europese instituties te versterken, is dat bij het een politieke, economische en monetaire unie een 'democratisch gat' ontstaat. Onder de huidige regeling van bevoegdheden is volgens schattingen van commissie-voorzitter Delors al ongeveer vijftien procent van de besluiten aan geen enkele parlementaire controle meer onderworpen. Na 1992 kan dit tot zestig procent oplopen als de regelingen niet worden veranderd. Vooral daarom is dringend een versterking van het parlement nodig, waarbij men zich in het Europese parlement realiseert dat de nationale parlementen op dit terrein wellicht nog met tegenvoorstellen zullen komen.

In de nieuwe regeling zou het Europese parlement bovendien de voorzitter van de Commissie aanwijzen, die vervolgens zelf zijn Commissie samenstelt. Er wordt ernstig overwogen om niet meer een verdeling per land te maken. maar de voorzitter de vrije hand te geven. 'Als hij alleen Fransen zou benoemen, zou het parlement dat vervolgens eenvoudig verwerpen, want dat moet de samenstelling van de nieuwe Commissie goedkeuren', aldus Alman Metten.

    • Rob Meines