Die totale Freizeitgesellschaft; De cultuurexplosie van Frankfurt

Duitsland is het thema van het Holland Festival. Frankfurt is in een paar jaar tijd gegroeid tot een van de belangrijkste kunststeden van Duitsland: lelijke wolkenkrabbers, mooie musea, de eerste postmoderne steeg ter wereld en het nieuwe ballet van William Forsythe, dat op het festival te zien zal zijn. De stad geeft aan cultuur bedragen uit waar verwende steden als Berlijn, Keulen, Hamburg of Munchen alleen van kunnen dromen. Jac Heijer reisde naar Frankfurt, zag tal van Widerspruche en sprak met de scheidende wethouder van cultuur. Het gebeurt in Frankfurt vaak, dat de bezoeker iets heel moois heeft gezien, zich vervolgens, vervuld van schoonheid, omdraait en prompt iets heel lelijks in het oog krijgt. Of iets ergs.

In de pauze van het ballet staat het publiek, vanwege de hitte, voor het theater op straat te praten. Hoe prachtig is toch de nieuwe choreografie Limb's Theorem van William Forsythe, dat kunnen we wel zeggen. Ik meen uit mijn ooghoek iets raars te zien, draai me om en zie het volgende tafereel. Een keurig echtpaar op leeftijd kijkt verbijsterd neer op twee bedelaartjes die zich aan hun voeten hebben geworpen. Het ene jongetje draagt een gescheurd hemdje en het ander zelfs dat niet. Geknield heffen zij hun gevouwen handjes hoog op naar het radeloze paar. De man probeert weg te komen, de vrouw staart gebiologeerd naar de volhardende knaapjes, buigt zich tenslotte naar hen over en probeert hun leed te verstaan.

De smeekhouding van de twee jongetjes heb ik juist die ochtend uitvoerig kunnen waarnemen bij de oude Vlamingen en Duitsers in het Stadel, een museum vol adembenemende topstukken uit de Europese kunstgeschiedenis. Het is in 1815 gesticht uit de nalatenschap van de steenrijke zakenman Stadel en sinds 1878 gevestigd in een pompeuze kunsttempel aan de mooie kant van de Main. De toegangstrappen verplichten tot een nederige entree. Aan de Schaumainkai, bijgenaamd de Museumufer, staan behalve het Stadel nog eens zes prachtige musea, gewijd aan kunstnijverheid, volkenkunde, film, architectuur, antieke beeldhouwkunst en de PTT, alle verscholen onder bloeiend geboomte. Hier gaat de bezoeker zich vanzelf mooi voelen. Wie nu het Stadel uitkomt en een overmijdelijke blik op de overkant van de rivier werpt, ziet hoe de binnenstad onder de duim gehouden wordt door een wijde boog van lompe wolkenkrabbers. Aan de voeten van deze bankkolossen met hun nietszeggende logo's in top slingert zich een plantsoen langs de binnenstad. Frankfurt heeft veel groen, nog van ver voor de oorlog en het wordt gekoesterd. Een oude plataan hoeft maar een gat te vertonen of de bomendokter is er bij met zijn geneeskrachtige zalf. Onder de groene weelde slapen talrijke daklozen. Overdag hangen ze rond aan de kop van de elegante Kaiserstrasse tegenover het station, gedrogeerd en/of dronken. Je bent op je hoede, als je er langs moet. De zwervers zijn dezer dagen in paniek. In het struikgewas waart 's nachts een psychopaat rond met een ijzeren staaf. Hij heeft al vier slapende Nichtsesshaften, zoals ze in de kranten genoemd worden, doodgeknuppeld en een zwaar gewond.

Widerspruche heten zulke Duitse tegenstellingen. Widerspruche roepen Auseinandersetzungen op. Dat woord doet wat het zegt, het haalt de tegengestelde standpunten uit elkaar als vechtende kerels. In Nederland praten we net zo lang tot de tegenstellingen op elkaar gaan lijken, eigenlijk hetzelfde betekenen en daarmee schijnt het conflict dan de wereld uit. In het Duitse blijven ze auseinandergesetzt in afwachting van het wonder der synthese. Het wonder laat doorgaans op zich wachten, maar de gedachtengang imponeert.

Op de een of andere manier zijn de tegenstellingen van Frankfurt te zien in de schilderijen van de expressionist Max Beckmann (1883-1950). Hij heeft er van 1915 tot 1933 gewoond en gewerkt, gul gesteund door de stad en het mecenaat tot hij voor de nazi's moest vluchten en zijn kunst 'ontaard' werd verklaard. Er schuilt een onderhuids geweld in de hoekigheid van zijn stadsgezichten, de bolle kruinen van zijn geknotte boomstammen, de dikke smook die uit lompe schoorstenen stulpt. Zelfs zoiets moois als een bloeiende magnolia krijgt bij hem iets zwaars en smartelijks.

Brutaal

In 1922 heeft Beckmann de stalen loopbrug over de Main geschilderd die het stadshart verbindt met het deftiger Sachsenhausen aan de overkant. Deze brug, Eiserne Steg genaamd, vormt een brutale diagonaal over het schilderij. Er varen geen houtvlotten meer over de Main, ook de zandoverslag op de voorgrond van het doek is verdwenen, maar die brug is er nog steeds, plomp en zelfverzekerd. De wandelaar moet er over om de Museumufer te bereiken.

Even verderop, ter hoogte van het Stadel, nadert een nieuwe loopbrug zijn voltooiing, een hangende overspanning tussen hoge buizen die twee aan twee op beide oevers staan. De zware buizen raken elkaar aan de top, ze vormen steile driehoeken die Beckmann onmiddellijk geinspireerd zouden hebben. Het is zelfs voor te stellen hoe bij hem het nieuwe stadssilhouet met de wolkenkrabbers eruit had gezien. De nieuwe brug heet Holbeinsteg, omdat hij uitkomt op de Holbeinstrasse. Eigenlijk had hij naar Beckmann vernoemd moeten worden.

In 1937 haalden de Nazi's de schilderijen van Beckmann, Kirchner en andere 'ontaarde' en/of joodse kunstenaars uit het Stadel weg. Ook het portret van le docteur Gachet van Van Gogh, deze week in New York geveild voor 165 miljoen gulden, werd in beslag genomen en nadien verkocht. Deviezen konden de nazi's wel gebruiken. Vlak voor dat gebeurde, kreeg Benno Reifenberg, toen de belangrijkste kunstcriticus van Frankfurt, lucht van de voorgenomen actie tegen 'entartete Kunst'. In zijn krant openlijk protesteren was door de censuur onmogelijk. Reifenberg volstond met een korte column, waarin hij het doek eenvoudigweg beschreef. Hij citeert wat Van Gogh over het portret van dr. Gachet schreef: 'Zijn gezicht heeft de smartelijke uitdrukking van onze tijd' en Reifenberg voegt daar aan toe: 'Precies deze uitdrukking is door de respect afdwingende kracht van de schilder bewaard gebleven en uit de smart van weleer kunnen de nazaten dankbaar troost vinden voor de eigen verwarring.' Verwarring, dat bestond gewoon niet voor de nazi's. Reifenberg werd meteen gearresteerd en 24 uur vastgehouden.

De 'ontaarde kunst' is, voorzover het nog mogelijk was, teruggekeerd in het Stadel en hangt er bijeen in mooie zalen. Ook Beckmanns Synagoge in Frankfurt am Main uit 1919, hangt er weer, een meesterlijke compositie van driehoeken en bollen en spichtige lantaarnpalen. De rode synagoge met zijn blauwe ui-vormige koepel is in de Kristallnacht van 1938 in brand gestoken en vervolgens zo gauw mogelijk afgebroken. Hij stond aan de Borneplatz. Op die plek, even buiten de oude stadsmuur, begon het getto, waarin sinds de vijftiende eeuw de joden gedwongen waren te wonen. De bankiersfamilie Rothschild komt er vandaan. De lange, nauwe Judengasse was volgebouwd met diepe smalle woningen, overbevolkt en ongezond. Het getto is in de vorige eeuw afgebroken. Joden mochten toen ook elders in de stad wonen. Drie jaar geleden werd de Borneplatz het middelpunt van een rel. Het plein had jarenlang braak gelegen, ten offer gevallen aan nieuwe verkeersaders. De stad wilde er een nieuw kantoor voor publieke werken neerzetten. Het graafwerk begon en men legde, zoals voorzien, de fundamenten bloot van een groot deel van het getto. De joodse schrijfster Eva Demski, gesteund door joodse en christelijke gemeenschappen, begon een actie tegen de nieuwbouw. De fundamenten moesten er zo bij blijven liggen, ter herinnering aan alles wat met de joden van Frankfurt is gebeurd. Maandenlange Auseinandersetzungen leidden tot een compromis. De bouw is doorgegaan, slechts vier getto-fundamenten zullen, netjes afgewerkt, te zien zijn onder in het gebouw en aan de achterkant komt een monument. De Widerspruche blijven daar dus zichtbaar, maar wel erg verborgen. Eva Demski is heel kwaad gebleven.

Aan de Borneplatz ligt vanouds het Dominikanerkloster, beheerd door een protestantse gemeente. Daar wordt juist een discussiedag gehouden over het antisemitisme in de Sovjet-Unie. Daniel Cohn-Bendit, de bekende studentenleider uit 1968 en sinds kort wethouder (Grunen) voor multiculturele zaken, kondigt aan dat sovjet-joden in Frankfurt opgevangen zullen worden als gewone emigranten. Dat is niet de politiek van de Bondsrepubliek; sovjet-joden moeten naar Israel. Een CDU-politicus, tevens voorzitter van de plaatselijke Duits-Israelische Vereniging, noemt Cohn-Bendits maatregel dan ook 'anti-zionistisch', maar andere sprekers blijken heel blij te zijn met het royale aanbod. De CDU zit overigens in de oppositie, nu de stad bestuurd wordt door een rood-groene coalitie.

Verwende ogen

In de afgelopen twintig jaar is Frankfurt uitgegroeid tot een belangrijke kunststad, die een hoeveelheid geld aan de cultuur spendeert, waarvan ze zelfs in Berlijn, Keulen, Hamburg of Munchen met de verwende ogen moeten knipperen. Dit jaar geeft de stad 443 miljoen Mark aan kunst en cultuur uit. Dat komt neer op twaalf procent van de gemeentebegroting 1990. Laat dit even tot u doordringen! 'Als een instituut in onze stad niet opviel, dan lag dat nooit aan het geld maar aan de tekortschietende ondernemingslust van de directeur.'

Dat zegt Hilmar Hoffmann, vanaf 1970 de uitermate ondernemende Kulturdezernent van Frankfurt. Hij heeft het initiatief genomen voor de uitbreiding van bestaande musea en een reeks nieuwe laten bouwen, onder andere het Duitse film- en het architectuurmuseum, het joods museum in het vroegere Rothschildpaleis, de kunsthal Schirn, een museum voor muziekinstrumenten en, als nieuwste pronkstuk, het grote museum voor moderne kunst van architect Hans Hollein, dat dit jaar geopend wordt. Frankfurt heeft nu 45 musea en er komt nog een literatuurhuis, dat met vijf ton jaarsubsidie bedacht wordt.

De nieuwe musea zijn consequent in postmoderne stijl ontworpen. Er is zelfs pal bij de oude marktplaats Romerberg - gereconstrueerde kabouterkitsch - de eerste postmoderne steeg ter wereld te vinden, de Saalgasse. Postmodern, en ook nog geestig. Om die architectuur te bestuderen, moet je in Frankfurt zijn. De kunsthausse heeft ook de universiteit opgepept. Daar hebben ze de fameuze subfaculteit theaterwetenschappen van de universiteit van Giessen gewoon overgenomen. In Giessen kwamen internationale avantgarde theatermakers werken in de op de praktijk gerichte opleiding. Dat konden ze in Frankfurt wel gebruiken, theaterwetenschap wordt daar nu zelfs een hoofdvak.

Hoffmanns museumbeleid heeft geleid tot een verdubbeling van het aantal galerieen, in vijf jaar tijd gegroeid tot honderd. Sotheby's is van Munchen naar Frankfurt verhuisd. De nieuwe kunstbeurs, ART, moet die van Keulen naar de kroon steken. De kunstacademie, verbonden aan het Stadelsche Museum, heeft kunstenaars van internationale faam aangetrokken als docent. De Deense schilder Per Kirkeby bijvoorbeeld, de Amerikaan Thomas Bayrle die zich met videotechnieken bezighoudt, de Duitsers Jorg Immendorf en Ulrich Ruckriem. En wat worden ze in de watten gelegd. De beeldhouwer Ruckriem heeft van de stad een complete fabriekshal gekregen als expositieruimte en atelier. Met de komst van de Weense actionist Hermann Nitsch, ooit hevig omstreden toen hij collectief rotzooide met bloed en kadavers maar tegenwoordig een stuk rustiger geworden, is het bijna misgelopen. De Frankfurtse pers sprak er schande van dat zo iemand als gastdocent was aangesteld.

Pro-semitisch

Hoe controversieel ze ook mogen zijn, kunstenaars kunnen in Frankfurt rekenen op de absolute steun van wethouder Hoffmann. Hij heeft artikel 23 van de Westduitse grondwet, over de vrijheid van meningsuiting, hoog in het vaandel. De kunstenaar is autonoom en censuur is altijd uit den boze. Met die argumenten heeft hij destijds de opvoering van Fassbinders stuk over de Frankfurtse corruptie, Der Mull, die Stadt und der Tod, verdedigd, hoewel ook hij 'antisemitische tendensen' in de tekst constateerde. 'De regisseur heeft er een pro-semitische uitvoering van gemaakt', meent Hoffmann.

Een van Hoffmanns huzarenstukjes is de aankoop geweest van een belangrijke installatie van Joseph Beuys, Blitzschlag mit Lichtschein auf Hirsch. Die heeft hij voor de neus van andere Duitse steden weggekaapt door net meer geld te bieden. Ter compensatie van de weerzin onder conservatieve kunstminnaars tegen deze aankoop, heeft hij een particuliere ikonencollectie overgenomen en ondergebracht in het oude kloostercomplex waarin zijn eigen afdeling culturele zaken huist. Wie meent dat dit allemaal wel erg elitair op z'n Duits is, moet bedenken dat Hoffmann ook nog het aantal wijkbibliotheken op dertig heeft gebracht en het aantal Burgerhauser op vijftig. Dat zijn ruim opgezette culturele buurthuizen waar bijeenkomsten worden gehouden en waar amateurkoren en dergelijke oefenruimte vinden. Hilmar Hoffmann is nu met pensioen gegaan. Op de dag voor zijn afscheid staat hij me te woord. 'Der Hilmar' is een indrukwekkende man van 64, lang, slank, grijze manen in de nek en borend blauwe ogen onder borstelige wenkbrauwen. In de jaren zestig organiseerde hij opmerkelijke festivals voor de korte Duitse film, kwam in de politiek terecht als cultuurwethouder in het Roergebied. Hij heeft boeken geschreven over cultuurpolitiek, postduiven en de propagandafilms van de nazi's. Hilmar Hoffmann is lid van de SPD, zijn topprestaties heeft hij geleverd in coalitie met de CDU. Zijn politieke uitgangspunt is even simpel als doeltreffend: 'Cultuur voor allen'. Dat klinkt omvattender en liberaler dan het aloude socialistische ideaal 'Kunst aan het volk'. Bij Hoffman omvat het begrip 'voor allen' ook de 'culturele en intellectuele minderheden'. Zelfs de oppermachtige bankdirecteuren in Frankfurt raakten ervan overtuigd dat er met zo'n socialist te werken viel. Toen hij in 1970 aantrad vonden ze Hoffmann maar een extreem linkse rakker met zijn lange haren, die het bestond zijn gezicht te laten zien bij studenten- en krakersrellen. Maar toen hij de reconstructie van de Alte Oper, een initiatief van een bankdirecteur, er bij zijn eigen weerspannige partijgenoten doordrukte, kon Hoffmann ook in hoogburgerlijke kring weinig kwaad meer doen.

Waar in Nederlandse steden zoveel mogelijk beknibbeld wordt op de kunst, is in Frankfurt volop in de kunst geinvesteerd. Daar komt bij dat het particuliere mecenaat er sterk ontwikkeld is, de rijken leggen collecties aan, dat was in de vorige eeuw al zo. Maar toch, een ruime kunstbegroting nog eens verdubbelen, wat Hoffmann heeft gedaan, is geen geringe prestatie. Wat is zijn beste argument geweest om al die honderden miljoenen los te krijgen? Hoffmann: 'In het jaar 2000 is elke derde burger van de bondsrepubliek 65 jaar of ouder, de werkweek bedraagt 35 uur en het aantal werklozen zal zijn gegroeid tot 2,5 miljoen. We stevenen af op Die Totale Freizeitgesellschaft. Wat gaan we daarmee doen!?' Kunstconsumptie als vrijetijdsbesteding, zo simpel en een tikje paternalistisch ligt het in de Frankfurtse cultuurpolitiek.

Muzische vorming

Voldaan is Hoffmann beslist niet met pensioen gegaan. Tachtig procent van de scholen heeft geen muzische vorming op het rooster en die is volgens hem hard nodig om kunst te kunnen begrijpen en waarderen. Hij gaat dus de Westduitse Stiftung Lesen leiden, een organisatie die het lezen bevordert. Tevreden is hij over zijn benoemingen bij musea. 'Als je zo lang in de cultuurpolitiek zit als ik, weet je wie wie is en waar de vijf beste museumdirecteuren van het land zitten. Natuurlijk is er een open sollicatie procedure, dat moet, maar ik weet allang wie ik op een vacante post wil hebben.' Iets dergelijks is hem op theatergebied niet echt gelukt, dat geeft hij grif toe. De opera van Frankfurt heeft gouden tijden beleefd toen Michael Gielen haar leidde, die regisseurs als Ruth Berghaus, Luc Bondy en Hans Neuenfels kon aantrekken. Onder de huidige operaleider Gary Bertini is de opera naar Hoffmanns zeggen teruggevallen op 'het culinaire aspect', ten koste van het meer inhoudelijke element. Over het artistieke peil van het toneel is Hoffmann niet tevreden. Hij heeft het af moeten leggen tegen de concurrentie van de Kammerspiele in Munchen en in Hamburg, de Schaubuhne in Berlijn en het Burgtheater in Wenen. Dat ligt volgens hem aan de 'horrende Honorare' voor Duitse topregisseurs, een euvel waaraan hij overigens zelf ook heeft bijgedragen. 'Natuurlijk heb ik lui gekregen door ze duizend mark per maand meer te bieden. Dat is de perversie van de Duitse cultuurpolitiek.' Hoffmann troost zich met de gedachte dat hij toch maar de Amerikaanse choreograaf William Forsythe voor het ballet heeft kunnen aantrekken, 'absolute wereldklasse'. Maar Forsythe gaat dit jaar met zijn groep ook in Parijs werken, raakt Frankfurt hem kwijt? Hoffmann: 'We hebben een contract getekend, het ballet zit twee maanden per seizoen in Parijs, de overige acht maanden in Frankfurt.' In het cafe van de Stadtische Buhnen, waarin het toneel en de opera huizen, begroet ik Robert Wilson. Dit moet typisch Frankfurt zijn: Forsythe in huis, Wilson als gastregisseur en binnenkort nog een festival voor Heiner Muller. Wilson is bezig Koning Lear te ensceneren met de bejaarde topactrice Marianne Hoppe in de titelrol, de premiere is volgende week. Enkele jaren terug hebben ze elkaar ontmoet. Hij wilde 'iets met haar doen', Hoppe met hem. Ze mocht zelf zeggen wat. Ze had vijf droomwensen, onder andere Alice in Wonderland en Koning Lear. Het belooft een geserreerde voorstelling te worden, net als het geval was bij Louis Andriessens opera De Materie in details gestileerd door Wilsons Japanse choreografe Suzushi Hanayagi. Hij heeft zojuist de kostuums afgekeurd omdat ze te omvangrijk en te theatraal zijn. 'Nee, de ontwerper vindt het niet erg, zijn probleem is hoe het de mensen van het atelier uit te leggen. Belichting en decors, dat kan ik, maar van kostuums begrijp ik niets. Ze moeten simpel zijn, zo simpel als Koning Lear zelf.' Ik zie Wilson terug bij het ballet van Forsythe. Hij is enthousiast: 'Die vent heeft iets moois met belichting en van wie is die muziek, is dat geen Hollander, die Thom Willems?' Na afloop van de matinee neemt een meisje van het Muller-projekt ons mee voor het avondeten bij de choreograaf thuis. We wandelen naar de rivier, waar een veerbootje ons over zal zetten. Op de lage kade langs het water een prachtig parkje met bloeiende kastanjes en meidoorns. Er loopt een spoorbaantje door het groen. Duitse bejaarden en Turkse families zitten eendrachtig in de avondzon. Kinderen spelen op klimrekken. Het heet hier 'Nizza', naar Nice aan de Riviera. Beckmann heeft er in 1919 een schilderij van gemaakt, tamelijk vrolijk voor zijn doen.

De woning van Forsythe bevindt zich in een oud, zojuist gerestaureerd flatgebouw in Sachsenhausen aan de overkant van de Main. Een huis vol mensen. De tafel is gedekt, stoelen van allerlei aard zijn langs de tafel gepropt, de gestoofde zalm en de sla worden klaargemaakt, er rennen kinderen en honden rond en aan de wanden hangen rare amateurschilderijen van de rommelmarkt. 'Junk art', zegt Forsythe en stuurt zijn zoontje onder de douche: 'Je stinkt!'.

Wilson en Forsythe wisselen de nieuwste snufjes uit in belichtingstechniek. Thom Willems is er ook; hij wordt ondervraagd door het parmantige zoontje van de logees, dat alles bijna alles al weet van computermuziek. Het bevalt Willems in Frankfurt. 'Hier kan ik goed werken, de dansers houden van mijn muziek, ik woon mooi, verdien goed, ik heb vrienden hier en ik heb veel geleerd van de Duitse manier van denken. Die denktraditie, die hebben wij niet. Alles is hier in het groot. Wat je in Amsterdam hebt, dat je met een stel gekken gewoon iets gaat beginnen en dan maar ziet wat eruit komt, dat heb je hier niet.'