Commissarissen

Het raakt bij ondernemingen die een grootaandeelhouder hebben in de mode om zodra er een commissaris aftreedt snel het aantal commissarisplaatsen met een te verminderen, zodat er niet openlijk hoeft te worden gediscussieerd over de vraag of een grootaandeelhouder in dat college zal worden opgenomen.

Wolters Kluwer deed het na het niet verklaarde aftreden van mr. drs. H. H. Langman. Ze wees Elsevier af hoewel het concern 33 procent van de certificaten Wolters Kluwer bezit en zich contractueel had verbonden niets onvriendelijks te doen. Bovendien had Elsevier Wolters in ruil een commissarisplaats bij Elsevier aangeboden.

Bouwbedrijf IBB-Kondor doet nu hetzelfde en onthoudt zo een commissarisplaats aan Amlyn dat 51 procent van de aandelen bezit en vorig jaar nota bene als een reddende engel werd binnengehaald om overneming van IBB door Van Herk tegen te gaan.

Het Nederlandse structuurregime - waaraan IBB zich vrijwillig onderwierp - onthoudt aandeelhouders invloed op het hoogste orgaan in de vennootschap, de raad van commissarissen die zichzelf op basis van cooptatie benoemt. Maar IBB heeft straks zijn aandeelhouders nodig om de statutenwijziging goed te keuren die uitbreiding van het maatschappelijk kapitaal mogelijk maakt. Dat is onontbeerlijk voor de beoogde fusie met Wessels bouwbedrijf dat - pikant genoeg - al precies tegenover het hoofdkantoor van IBB aan het bouwen is.

Men vraagt zich af waarom IBB Amlyn, dat geen onvertogen woord heeft geuit over de gang van zaken, zo nodeloos bruuskeert. Straks kan Amlyn in de onderhandelingen in ruil voor goedkeuring van de statutenwijziging immers makkelijk een commissarisplaats in de combinatie bedingen. Misschien wil IBB zijn grootaandeelhouder - nu nog met Wessels wordt onderhandeld - niet in de keuken laten kijken. Een goede behandeling van de kleine aandeelhouders is onze eerste prioriteit, zeiden de commissarissen op de jaarvergadering.

Robeco

Robeco is opgericht om er niet te zijn. De Rotterdamse beleggingscombinatie probeert een zo hoog mogelijk rendement te halen voor beleggers en dat na aftrek van zo weinig mogelijk beheerskosten door te geven aan die beleggers.

De Rabobank is opgericht om zo goedkoop mogelijk krediet te verstrekken aan zijn leden. Dat doet de bank door zo goedkoop mogelijk geld aan te trekken van spaarders (die vroeger ook leden waren, maar nu niet meer). Dat maakt in theorie de beoogde samenwerking tussen Robeco en Rabo wat vreemd. De Rabo wil immers geld verdienen op zijn effectenbedrijf, om met die winst de rentetarieven voor zijn leden te drukken. Robeco wil helemaal niets verdienen en moet als beleggingsfonds ook al zijn winsten doorgeven aan beleggers.

In de praktijk is er natuurlijk wel veel voor te zeggen dat de Rabo Robeco, dat veel efficienter werkt, zijn beleggingen laat doen. Eigenlijk zegt de bank met de meeste spaargelden: We hebben niets te zoeken in het effectenbedrijf. Als die spaarders dan toch risico's willen nemen en weglopen naar de effectenbeurs, laat ons ze dan tenminste doorverwijzen naar Robeco. Dan gaan ze in ieder geval niet naar de concurrentie.

Dat is een ommezwaai in het denken van de Rabobank die vroeger Roparco, de geldmarkttak van de Robeco Groep, als een belangrijke concurrent zag, maar zich nu blijkbaar meer bedreigd voelt door andere banken en verzekeraars.