'Algerije kan alleen islamitisch zijn'

ROTTERDAM, 18 mei - 'De vrouw is een fabriek van moslims. Als zij die rol opgeeft, laat zij de bron van de islam opdrogen', schreeuwt een gebedsleider door de luidsprekers van zijn moskee. Moslim-activisten steken woningen van gescheiden vrouwen in brand. Een licht-gedecolleteerde Portugese zangeres mag niet optreden. In universiteitssteden worden studentes verhinderd na zes uur 's avonds uit te gaan: dat doet een eerbare vrouw niet. De 'politiemannen van God' worden steeds actiever in de Algerijnse steden, en de echte politie kijkt vaak werkeloos toe.

Met name in de net afgelopen islamitische vastenmaand Ramadan hebben fundamentalisten geijverd hun orde af te dwingen. Restaurants moesten overdag dicht en ook discotheken, nachtclubs en theaters werden met geweld gesloten. Professor Abassi Madani, het gematigde gezicht van het Front van Islamitische Redding (FIS), sprak nauwelijks verontschuldigend van mensen die 'zich enthousiast tonen om het goede te verordonneren en het kwaad te verbieden, maar de legale islamitische middelen niet eerbiedigen'. Islamitische activisten - les barbus, gebaarden - en hun jeugdige volgelingen uit de uitzichtloze volkswijken in de grote steden worden vanuit de moskee aangemoedigd. 'De weg naar een islamitische staat wordt gemarkeerd met bloed en tranen', aldus de minder gematigde nummer 2 van het FIS, Ali Bel Hadj, op het vrijdaggebed. 'Vrouwen schreeuwen op straat om een vrij en democratisch Algerije. Wij zeggen: Algerije kan alleen maar islamitisch zijn.'

En: 'democratie is blasfemie'. Het FIS werd in september als politieke partij erkend - en werd daarmee de eerste officiele islamitische partij in Noord-Afrika - als resultaat van de geleidelijke democratisering van het Algerijnse bestel. Sommigen geloven dat daarmee tegelijk het doodvonnis van die democratisering werd getekend, verwijzend naar de ogenschijnlijk groeiende kracht van het Front, naar uitspraken als die van Bel Hadj, naar de aanvankelijk aarzelende houding van de autoriteiten en het Front de Liberation Nationale (FLN, nu nog de eenheidspartij) en de versnippering van de seculiere oppositie. De fundamentalisten lijken vanuit het niets te zijn opgekomen: bij de onlusten van oktober 1988 die president Chadli Benjedid noopten zijn democratiseringsmaatregelen te versnellen, speelden zij nog nauwelijks een rol. Maar de moslim-oppositie heeft het in veel Arabische landen altijd veel makkelijker gehad om zich te organiseren en aanhang te winnen dan de linkse, seculiere beweging: zij heeft de moskee als platform waar zij min of meer vrij kan opereren en van waaruit zij met sociaal werk een goede basis kan leggen.

In Algerije heeft zij de laatste jaren in het kader van de arabisering bovendien veel invloed gekregen in het onderwijs. Tegelijk hebben diverse regimes in het verleden wel op de moslim-fundamentalisten gesteund om de gevaarlijker geachte linkse oppositie te bestrijden. Jordanie, Tunesie en Algerije zijn hiervan voorbeelden en zij krijgen nu de rekening gepresenteerd in de vorm van een goed-georganiseerde oppositie die zich bij de eerste de beste verkiezing als een regelrechte bedreiging voor het regime ontpopt. (In Tunesie zijn de fundamentalisten nog niet als politieke partij toegelaten; daar haalden fundamentalisten die zich als onafhankelijke kandidaten presenteerden een jaar geleden met 13 procent van de stemmen het beste resultaat van de hele oppositie.)Honderdduizend fundamentalisten namen op 20 april deel aan een demonstratieve mars naar het presidentieel paleis in Algiers in antwoord op een oproep van het FIS.

Gedisciplineerd marcheerden er, onder toezicht van duizenden leden van de eigen ordedienst, jonge werklozen (meer dan 20 procent van de beroepsbevolking, en bij het uitblijven van belangrijke economische hervormingen zonder enig uitzicht op werk) en andere 'onterfden'. Werkelijke economische veranderingen eisten ze dan ook, en parlementsverkiezingen binnen drie maanden, in plaats van die van 1992, om zo spoedig mogelijk een islamitisch bewind aan de macht te krijgen. Want: 'Er is geen andere oplossing voor onze problemen dan de islam!' Het FLN, dat voor dezelfde dag een tegendemonstratie had vastgesteld, zag er op het laatste moment van af. In het belang van de openbare orde, werd gezegd, maar velen dachten dat de partij vreesde lang niet zoveel demonstranten op de been te kunnen brengen als het FIS en een vernietigend gezichtsverlies te lijden.

De onlusten van 1988, waarbij vooral regerings- en partijgebouwen doelwit vormden, toonden hoezeer de eenheidspartij in de loop der jaren in diskrediet was geraakt, en in die situatie is sindsdien niet veel verandering gekomen. Daartoe is bijgedragen door de tot voor kort aarzelende houding van FLN en autoriteiten tegenover de fundamentalistische uitdaging, volgens sommige speculaties omdat zich in eigen rangen ook veel fundamentalisten bevinden. Anderen echter vermoeden dat men radicale moslims zo tot geweld wilde aanzetten om de zwijgende meerderheid in een klimaat van angst naar zich toe te trekken.

Maar intussen bleek de seculiere oppositie, hoe versnipperd zij verder ook is, op 10 mei ongeveer evenveel demonstranten op de been te krijgen als de fundamentalisten op 20 april. De middenklasse was ruim vertegenwoordigd, evenals de Berbers - die de elkaar versterkende wisselwerking van islamisering en arabisering vrezen - en vrouwen. 'Democratie, Democratie', werd hier gescandeerd, en 'Nee, tegen het fascisme'. De autoriteiten beginnen zich de laatste tijd, nu de lokale verkiezingen van 12 juni, de eerste vrije, naderen, tegen het FIS af te zetten. Chadli zelf, die eerder dit jaar nog het patent fundamentalistisch geweld toeschreef aan 'mensen die zich verzetten tegen hervormingen' en profiteurs, stelde tien dagen geleden dat de 'islam, als heilige godsdienst, niet mag worden vermengd met politiek en het gemanoeuvreer van partijen, om hem niet in zijn waarde aan te tasten'.

'Noch het Algerijnse volk noch het systeem zal dulden dat de macht wordt gegrepen (...) door de sociale of economische problemen van het land te misbruiken', zei hij.

Een verlate, eigen demonstratie van het FLN trok gisteren toch zo'n 200.000 mensen, en toonde aan dat in elk geval de partij-organisatie nog goed werkt. Veel betogers waren met bussen en treinen aangevoerd van het platteland, waar de fundamentalisten traditioneel weinig aanhang hebben en waar nog altijd de helft van de bevolking leeft.

Ook het leger is in de aanval gegaan: 'om redenen van hygiene' werd het verplegend personeel in militaire ziekenhuizen verboden nog langer baarden of islamitische hoofddoeken te dragen. De werkelijke reden was de zendingsijver van verplegers en verpleegsters, die met sinaasappels en andere waar bij de patienten rondgingen om zielen te winnen.