Unieke impasse in EG na blokkeren besluit over Oost-Europabank

BRUSSEL, 17 mei - De weigering van de kleinere EG-lidstaten om de Europese Commissie een mandaat te geven voor de ondertekening van de statuten van de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa heeft gezorgd voor een vrij unieke impasse in de Gemeenschap.

Niet dat daar nooit impasses voorkomen, maar die zijn dan vaak terug te voeren op meningsverschillen tussen de meer ontwikkelde noordelijke en de minder ontwikkelde zuidelijke lidstaten en gaan over nauw omschreven standpunten, zoals het begrotingsbeleid. Dit keer betreft het een conflict van de grote versus de kleine EG-landen en, op het oog, gaat het om een procedurekwestie. De scheiding der geesten heeft echter als diepste oorzaak het gevoel van de kleinere landen dat de grotere lidstaten - de Bondsrepubliek, Frankrijk, Italie en het Verenigd Koninkrijk - in laatste aanleg steeds de dienst uitmaken als er belangrijke beslissingen genomen moeten worden.

Het gaat om de beslissing over de vestigingsplaats en de president van de EBRD, zoals de Engelstalige afkorting luidt van wat officieel de European Bank for Reconstruction and Development heet. Tijdens de bijeenkomst vorige week in Washington van de zeven grootste industrielanden (G-7), waartoe behalve de vier grote EG-landen ook de VS, Japan en Canada behoren, was kennelijk overeenstemming bereikt dat Londen de bank zou krijgen en de Fransman Jacques Attali het presidentschap.

Op de vergadering, dinsdagavond, van de permanente vertegenwoordigers (ambassadeurs) van de twaalf lidstaten bij de Europese Commissie (Coreper) besloten de zeven kleine lidstaten - Ierland moest zich afzijdig houden omdat het dit halfjaar het voorzitterschap van de EG bekleedt - op initiatief van Nederland om de voor dit weekeinde voorziene goedkeuring van de statuten van de EBRD tegen te houden. De beslissingen over de bank moeten, aldus Nederland, 'volgens de normale procedures' worden genomen, en dat betekent: op het hoogste niveau en met unanimiteit. De Europese Commissie is een van de 42 aandeelhouders van de bank met een aandeel van drie procent.

Volgens diplomatieke bronnen in Brussel richtte de Nederlandse vertegenwoordiger, daarin bijgevallen door de Belgische, een vernietigende aanval op het 'misbruik' dat de grote vier maken van hun positie in de G-7. In Washington typisch communautaire zaken bekokstoven zoals de EBRD, kwam, zo zei de Nederlandse ambassadeur, neer op het doorbreken van de solidariteit binnen de Europese Gemeenschap. Ook Spanje, dat het als grootste lidstaat onder de kleinere toch al moeilijk kan verkroppen dat het niet bij de G-7 hoort, sloot zich bij de kleine lidstaten aan.

De vier 'schuldige' landen reageerden, zo melden ooggetuigen, nogal zenuwachtig en wisten niet meer te bedenken dan dat ze de onvrede van de andere lidstaten aan hun hoofdsteden zouden overbrengen. Daar wordt nu koortsachtig overlegd wat de volgende zetten moeten zijn in het diplomatieke schaakspel om de EBRD. Voor vrijdag is een nieuwe bijeenkomst van het Coreper in Brussel belegd, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat dan al een oplossing gevonden zal worden. Mogelijk zal zaterdag in Parijs, waar de 42 peetvaders van de bank (40 landen, de Europese Commissie en de Europese Investeringsbank) de statuten moeten goedkeuren, vooroverleg worden gevoerd door de thesauriers-generaal van de twaalf. Diezelfde dag ontmoeten overigens de EG-ministers van buitenlandse zaken elkaar weer eens, dit keer in het Ierse Parknovsilla, maar hun bijeenkomst gaat over iets heel anders, namelijk de voorbereiding van voorstellen voor de Europese politieke unie. Wellicht dat in de marge van die informele vergadering een oplossing voor de bankcrisis wordt bedacht.

Intussen lijken de kansen voor oud-minister Ruding op het presidentschap van de EBRD door de jongste verwikkelingen toch nog niet helemaal verkeken. 'De Fransen hebben hun hand overspeeld', was het commentaar van een Brusselse diplomaat van een kleinere lidstaat, 'ze deden het voorkomen alsof er een open strijd was, terwijl ze alles op alles zetten om Attali op de post te krijgen. Nu zou Ruding wel weer eens in beeld kunnen komen.' Nederland heeft de troefkaart die het achter de hand had gehouden - de aanval op de procedurekwestie - heel behendig uitgespeeld. Het afgelopen weekeinde zijn vanuit Den Haag en Brussel de vertegenwoordigers van de andere kleine lidstaten gemobiliseerd op het thema dat ook vorige maand al tot irritatie had geleid: het eigengereide optreden van de grotere lidstaten zonder overleg met de andere. Het was immers slechts enkele dagen na de verklaring op 21 april in Dublin van de ministers van buitenlandse zaken over hun bezorgdheid naar aanleiding van de situatie in Litouwen dat Kohl en Mitterrand hun beroep op Litouwen deden om het wat rustiger aan te doen? 'Het is een slecht teken voor de toekomst als dat soort dingen gebeurt', meent een Nederlandse diplomaat. 'We moeten er voor oppassen dat de kleinere lidstaten niet worden ondergesneeuwd door dat soort initiatieven.'