Tandarts verliest werkbevoegdheid

DEN HAAG, 17 mei - De Bredase tandarts die zich jarenlang schuldig maakte aan het boren en vullen van volkomen gave kiezen, is definitief de bevoegdheid ontzegd om de geneeskunde uit te oefenen. De Hoge Raad heeft het beroep van de tandarts tegen de ontzegging verworpen. Het onnodig boren betrof in veel gevallen kinderen. De tandarts heeft aan de door hem behandelde gebitten onherstelbare schade toegebracht. Daarnaast heeft hij zijn patienten en het ziekenfonds financiele schade toegebracht. Verder benadeelde hij het Algemeen Ziekenfonds in Breda door ongesaneerde patienten op te geven als waren zij gesaneerd. De zaak werd in 1984 aanhangig gemaakt door het ziekenfonds. De tandarts, sinds enige jaren zonder werk, heeft jarenlang gestreefd naar eerherstel. Hij handelde naar zijn eigen mening bij al zijn patienten naar eer en geweten. Naast deze tuchtzaak is de tandarts ook betrokken geweest in een strafproces. Het gerechtshof in Den Bosch heeft eind 1989 de tandarts wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken. Hij werd toen wel veroordeeld voor valsheid in geschrifte.