Tachtig procent militairen slachtoffer 'lichte' vormengeweld

DEN HAAG, 17 mei - Tachtig procent van het personeel van de krijgsmacht komt in aanraking met geweld. Zwaardere vormen van agressief geweld komen in de krijgsmacht echter niet vaker voor dan in de burgersamenleving. Het macho-gedrag binnen de krijgsmacht, dat de sfeer zeer negatief beinvloedt, geeft reden tot zorg.

Dat zijn de voornaamste conclusies uit het rapport 'Geweld in de krijgsmacht' dat is opgesteld door het Instituut voor Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek (IVA) van de Katholieke Universiteit Brabant. Het rapport is vanochtend aangeboden aan minister Ter Beek (defensie). De onderzoekers noemen het aantal gevallen van geweldpleging hoog. Het gaat meestal om 'lichte' vormen van geweld zoals uitschelden, beledigen, pesten, plagen en onheuse taal. Vormen van fysiek en seksueel geweld komen heel weinig voor. De ondervraagde militairen vinden de meeste voorvallen van geweld niet ernstig maar wijzen op het gevaar van herhaling en het uitgroeien tot zwaarder geweld.

De commissie van Defensie die het onderzoek begeleidt vindt dat bij de opleiding van hogergeplaatse militairen veel aandacht moet worden gegeven aan het voorkomen van geweld. De commissie vraagt zich af of dat nu wel voldoende gebeurt. Leegloop, verveling en opdrachten voor onzinnig werk moeten worden voorkomen. Ook moet Defensie meer aandacht geven aan woon- en werkomstandigheden. De commissie pleit voor het legeren van kleinere groepen. Irritaties en geweld zouden dan minder kans krijgen. Ook zou er meer aandacht moeten zijn voor vrijetijdsbesteding.

Bij de selectie van dienstplichtigen en beroepsmilitairen zou rekening moeten worden gehouden met het strafrechtelijk verleden van kandidaten en zouden strengere toelatingscriteria gehanteerd moeten worden dan nu het geval is. Uit het optreden van commandanten en van de Koninklijke Marechaussee dient duidelijk te worden dat agressie consequent en trefzeker wordt tegengegaan. De mogelijkheden tot beklag zouden een ruimere bekendheid moeten hebben, aldus de commissie.

Minister Ter Beek wil eerst met de belangenverenigingen praten voor hij eventueel maatregelen neemt. Het feit dat in de krijgsmacht veelvuldig sprake is van lichte vormen van agressief gedrag noemt Ter Beek buitengewoon ernstig. Juist de bijzondere omstandigheden waaronder dienstplichtigen onvrijwillig verkeren, zoals kazernering, varen, plaatsing in het buitenland, maken volgens minister Ter Beek voorbeeldgedrag belangrijk. De opleiding voor leiderschap moet voortdurend kritisch worden bezien in het licht van de veranderende samenleving, zo meent hij. Defensie stelt een onderzoek naar verveling en leegloop in. Ook daarvoor zullen maatregelen worden genomen die mede agressief gedrag kunnen voorkomen.