Strategie van Kasassociatie op vrijere beurs blijft duister

AMSTERDAM, 17 mei - Met het vrijgeven van de beurstarieven die in rekening worden gebracht aan aandeelhouders zal de prijsconcurrentie op de beurs naar verwachting toenemen en de winsten van beurshandelaren verkrappen. Maar wat voor gevolg dit heeft voor de resultaten van de Kasassociatie (Kasass), de bank van de beurshandelaren, bleef ook gisteren op de aandeelhoudersvergadering van de bank onduidelijk.

Hoe de Kasass zijn strategie zal aanpassen aan de veranderende markt en welke winst de bank voor dit jaar verwacht, werd gisteren niet duidelijk. Het kwam niet veel verder dan de verklaring van drs. F. S. von Balluseck, de bestuursvoorzitter van Kasass, dat de verschillende medewerkers van de bank zich over dat probleem zullen buigen en dat de bank zeker in staat is de service te leveren die de klanten vragen. Speciaal in de aandacht stond de juridische procedure waar de Kasass in verwikkeld is. Sinds 1986 ligt de bank in de clinch met de Belgische optiehandelaar Philippe Marcq. Deze stelt het Europtions, een clearingsinstituut voor de optiebeurs en een volle dochter van de Kasass, aansprakelijk voor een schade van op zijn minst 15 miljoen gulden.

De schade zou zijn ontstaan uit een omvangrijke short-positie (waarbij de betrokken stukken nog niet in het bezit zijn maar wel worden verhandeld) van Marcq in Philips-warrants. Europtions meldde Marcq dat de short-positie was afgedekt zodat de optiehandelaar tijdig over de warrants (opties uitgegeven door het betrokken bedrijf) kon beschikken. Dat bleek echter niet het geval en Marcq kwam dan ook in grote problemen toen hij de warrants moest leveren. Aandeelhouders vroegen zich af of de claim van Marcq niet op enige manier in de jaarrekening van de Kasass opgenomen diende te worden. Von Balluseck wilde hier echter niets van weten. 'In dit geval is de claim niet reeel', aldus de bankier, die er verder aan toevoegde dat er een stijgende lijn zit in het aantal juridische procedures waar de Kasass in betrokken is. 'Die nemen we ook niet op, dat wordt heel slecht geinterpreteerd door de aandeel- en certificaathouders', aldus Von Balluseck.

Na afloop van de vergadering verklaarde de bankier desgevraagd dat er op dit moment slechts een vijftal procedures beperkt tegen de Kasass lopen, waarvan geen enkele in de orde van grootte van de claim van Marcq. Tot nu toe zou de Kasass bovendien de procedures doorgaans winnen, zo suggereerde Von Balluseck in de vergadering. De bankier wees er op dat in het onverhoopte geval dat de rechtbank de claim alsnog toewijst, de voorziening algemene bedrijfsrisico's, het stroppenpotje van de bank, ruim voldoende is om de klappen op te vangen.

Scherpe kritiek kreeg de Kasass gisteren te verwerken over de beschermingsconstructies van de bank. De aandelen van de bank zijn voor zestig procent in handen van de Amsterdamse beurs. De overige veertig procent zijn gedeponeerd bij een administratiekantoor, dat voor de aandelen stemrechtloze certificaten uitgeeft. De kritiek richtte zich gisteren tegen de positie van de onafhankelijke leden van het bestuur van het administratiekantoor. Die zijn door de raad van commissarissen van Kasass benoemd, dus van enige onafhankelijkheid kan geen sprake zijn, zo meende een certificaathouder.

Een en ander zou kenmerkend zijn voor het 'binnenkamertjesgedoe', het kleine kringetje waarbinnen de Kasass zijn zaakjes regelt. Geen fraaie zaak voor de dochterbank van de beurs, die zich juist inspant voor een vermindering van het aantal beschermingsconstructies. En bijzonder pijnlijk voor drs. B. Baron van Ittersum, die als voorzitter van de effectenbeurs en commissaris van de Kasass dubbel bij de zaak betrokken is, zo klonk het uit de zaal. De Kasass zou in aanmerking komen voor het wiebertje, het teken in de prijscourant van de beurs dat het betrokken fonds meer beschermingsmaatregelen kent dan is toegestaan, zo merkten enkele aandeelhouders dan ook bitter op. President-commissaris mr. J. Visser wees alle kritiek van de hand. Kasass voldoet volledig aan de vereisten die de beurs stelt op het gebied van de beperking van beschermingsconstructies. En dat de commissarissen uiteindelijk het bestuur van het administratiekantoor benoemen is niet ongebruikelijk, aldus Visser.