Smit dreigt met vertrek uit berging

ROTTERDAM, 17 mei - Het Rotterdamse bergings- en sleepbedrijf Smit Internationale wil zich 'stap voor stap' uit de berging terugtrekken. Deze branche is door de sterk gedaalde tarieven nog steeds verliesgevend. Dat zei bestuursvoorzitter M. A. Busker van Smit Internationale gisteren bij de presentatie van het jaarverslag 1989. Smit Tak, de sector die zich met de berging bezighoudt, heeft in de vrije wereldmarkt een aandeel van zestig procent. Busker waarschuwde dat het 'tactisch terugtrekken' kan betekenen dat er onvoldoende capaciteit overblijft om milieurampen te voorkomen. Smit is niet van plan om tegen verlies de dure bergingsvloot paraat te houden. Vorig jaar leed het bedrijf in deze branche een verlies van 7 miljoen gulden.

De concernwinst kwam uit op 4 miljoen gulden na twee jaren van forse verliezen. Het bedrijfsresultaat was met 19 miljoen gulden ook weer positief. Verliezen werden nog geleden bij de berging, zeesleepvaart, bevoorrading en de offshore. Smit boekte winst in de overige sectoren waaronder het transport, de civiele dienstverlening, duikactiviteiten, de havensleepdienst en Spido rondvaartboten.

De berging van schepen en scheepsladingen levert volgens Busker steeds minder op. Busker: 'Drie tot vier jaar geleden kregen we gemiddeld twaalf procent van de geborgen waarde, daar kon je het voor doen. Vorig jaar kregen we gemiddeld nog maar vier procent en dat is absoluut onvoldoende. Als er geen passende honorering komt, stoppen we ermee'. Busker: 'De afgelopen vijf jaar is al een derde tot de helft van de bergingscapaciteit naar andere activiteiten doorgeschoven. Er komt een moment dat we grote klussen niet meer aankunnen'.

Door de inkrimping is het verlies in de berging al minder dan de 20 miljoen gulden in 1987 en 12 miljoen gulden in 1988. 'We hebben nu nog vijf grote zeeslepers waarvan er elders op de wereld nog maar een paar andere zijn. Per schip kost het vijf tot zes miljoen gulden om ze 365 dagen paraat te houden', aldus Busker. Deze schepen zijn onmisbaar bij het grote bergingswerk. Smit wil voor 3 tot 4 miljoen gulden een van de zeeslepers ombouwen tot drijvend duikcentrum. De andere schepen zullen in toenemende mate elders worden ingezet.

Busker: 'In het verleden vermeden we zoveel mogelijk lange termijncontracten om die schepen in noodgevallen paraat te hebben. Dat is voorbij'.

Een 'bevriende natie' zou al belangstelling hebben om een zeesleper inclusief bemanning permanent te huren. Dat schip zal overigens voor bestrijding van milieurampen worden ingezet. Busker wees erop dat de bergingsactiviteiten weliswaar spectaculair zijn, maar slechts zo'n tien procent van de omzet van Smit Internationale vormen. De totale omzet van de vrije wereldmarkt voor bergingen is niet meer dan 100 miljoen gulden, waarvan Smit Tak ongeveer zestig miljoen voor zijn rekening neemt. Concurrenten zijn vooral Wijsmuller in IJmuiden, het Westduitse Bugsier en Sesemco in Singapore.

Smit Tak behaalde met 854 werknemers in 1989 een omzet van 167 miljoen gulden, waarvan ongeveer 100 miljoen gulden uit de niet-bergingsactiviteiten zoals de zeesleepvaart. Het bedrijf houdt zich onder andere ook bezig met de plaatsing van bruggen, zoals de Van Brienenoordbrug in Rotterdam. Bij de berging en zeesleepvaart werd verlies geleden, maar dankzij een positief resultaat bij het transport en de civiele dienstverlening maakte Smit Tak als geheel een 'bescheiden' winst. De divisie Smit-Lloyd, met als hoofdactiviteiten bevoorrading en duikondersteuning, behaalde vorig jaar een omzet van 100 miljoen gulden met 542 werknemers. De bevoorrading was nog verliesgevend, de duikactiviteiten leverden een 'klein positief resultaat' op.

Smit Offshore boekte in 1989 een beperkt verlies bij een omzet van 182 miljoen gulden. De Smit-divisie ruimde onder meer het verongelukte produktie platform Piper Alpha op met behulp van speciale werkeilanden. Buskens verwacht dat het bedrijf dit jaar of volgend jaar winst zal maken.

De sector havensleepdiensten behaalde een omzet van 123 miljoen gulden en sloot 1989 winstgevend af, mede door het relatief slechte weer en de toegenomen drukte in de Rotterdamse haven. Voor 1990 verwacht Smit Internationale een gelijkblijvend resultaat.

Van de totale omzet kwam vorig jaar 481 miljoen gulden uit Nederland en 91 miljoen gulden uit de rest van de wereld. De vloot van Smit Internationale bestond eind vorig jaar uit 276 schepen met een boekwaarde van 433 miljoen gulden. Twee jaar geleden schreef Smit eenmalig 200 miljoen gulden op de vloot af. Veertig procent van de aandelen is in handen van het transportconcern Nedlloyd, nog eens veertig procent zit bij Vigilanter en de overige twintig procent is vrij verhandelbaar. De intrinsieke waarde per aandeel bedroeg eind vorig jaar 34,83 gulden.

Buskens toonde zich optimistisch over de toekomst omdat de overcapaciteit verdwijnt en de prijzen zich herstellen. Tot uiterlijk volgend jaar zijn nog 'naijleffecten' merkbaar van oude contracten die nog tegen lage prijzen zijn afgesloten. Buskens gokt daarom voor dit jaar op een verdubbelling van de winst, gevolgd door een verdere stijging volgend jaar. 'Als voorschot op de toekomst' is Smit weer begonnen met de uitkering van dividend: vier dubbeltjes over 1989.