SAMMY DAVIS JR 1925-1990; Aanstekelijk entertainer

Sammy Davis jr, die gisteren op 64-jarige leeftijd overleed, omschreef zichzelf het liefst, met bestudeerde bescheidenheid, als een saloon entertainer. 'Ik ben zo gelukkig geweest om Broadway te halen, ik ben zo gelukkig geweest om in films te spelen', zei hij. 'Maar in de clubs heb ik altijd mijn boterham verdiend - waar ik het publiek welkom heet door good evening, ladies and gentlemen te zeggen en waar achterin de zaal een vent staat die roept dat hij Melancholy baby nog eens wil horen.'

Zulke artiesten worden niet vaak meer geboren, met hem sterft ook dat vak een beetje uit.

Hij was de man van wie iedereen wist hoeveel fysieke en racistische hinderpalen hij had moeten overwinnen om in die schijnwerper te staan. 'Ik ben joods en zwart - ik weet wat vooroordelen zijn', zei hij. Geen wonder dat hij het eerste deel van zijn memoires Yes I can (1965) noemde. Zijn moeder kwam uit Puerto Rico en was variete-danseres. Zijn joodse vader, eveneens artiest, zou haar later in de steek laten. Als anderhalfjarige peuter deed Sammy Davis zijn eerste dansje in een variete-voorstelling. Hij trok de aandacht van de grote Bill Robinson, die onder de naam Bojangles het voorbeeld van honderden tap-dansers zou worden. Snel daarna begon zijn carriere als song and dance man, in de voetsporen van Bojangles.

Toen hij 28 was en al behoorlijk bekend, volgde het auto-ongeluk dat hem zijn linkeroog kostte. De publiciteit daarover deed zijn bekendheid stijgen. Een jaar later, in 1955, kreeg hij zijn eerste Broadway-rol in de musical Mr Wonderful. Daarmee begon de nationale roem. Zijn internationale populariteit begon in 1959 met de rol van Sportin' Life in de kleurrijke verfilming van Porgy and Bess. Niemand heeft sindsdien beter die charmante versierder met zijn katachtige bewegingen kunnen spelen als hij dat deed.

Sammy Davis was als solo-artiest veelzijdiger dan boezemvrienden als Frank Sinatra en Dean Martin. Zijn stem klonk onpersoonlijker dan die van de andere twee, maar hij kon - waarschijnlijk juist door dat gebrek aan een markant eigen geluid - zijn collega's schijnbaar moeiteloos imiteren. Toen hij in 1964 voor het eerst in Nederland optrad, stonden sterren als Maurice Chevalier, Frank Sinatra, Nat King Cole, Marlon Brando en Louis Armstrong op zijn repertoire. Toen hij hier vorig jaar voor het laatst was, bleek hij ook Michael Jackson perfect te kunnen persifleren. Daarmee oogstte hij groot succes; bij hem viel meer te lachen dan bij de andere vocalisten.

In zijn eigen wendbare zangstem viel vooral de vlekkeloze timing op: door de routine van decennia kon hij spelen dat hij tot het uiterste ontspannen was, kettingrokend en met een glas in de hand had Sammy Davis nog altijd geen enkele moeite om met aanstekelijke lef en optimaal effectbejag zijn songs te berde te brengen.

Dat hij flonkerende diamanten aan zijn vingers droeg en daarmee graag koketteerde, had alles te maken met zijn gerechtvaardigde trots. Ook toen hij allang een internationale ster was, bleken er in de Verenigde Staten nog gemengde gevoelens te bestaan over zo'n status voor een neger. Zijn tweede huwelijk, met het Zweedse filmsterretje Mai Britt, leidde in Amerika tot racistische reacties. Een paar jaar later zei president Kennedy, voor wie hij campagne had gevoerd: 'Kom maar niet naar het Witte Huis, want dan breng je me in verlegenheid.'

Zijn gemengde huwelijk vormde de verklaring voor die uitspraak, wist Davis. Hij reageerde niet met militant vertoon, hij haalde zijn schouders op en zocht genoegdoening in het zelden verstommende applaus.

Sammy Davis speelde de laatste van zijn twintig filmrollen twee jaar geleden in de geflopte produktie Tap, die bedoeld was als een hommage aan entertainers als hij. De rol was hem op het lijf geschreven: een oudere tapdanser die zijn ervaring overdraagt aan de jongere Gregory Hines. Maar het vak is veranderd en voor entertainers in zijn genre - een lied, een grap en een dansje - bestaat nauwelijks emplooi meer. Hij oefende het op weergaloze hoogte uit.