Raadsman hekelt 'hetze' in zaak F.

ARNHEM, 17 mei - Tegen de voormalige directeur-psychiater Th. F. (56) van het orthopedagogisch en jeugdpsychiatrisch centrum van de Heldring Stichtingen in Zetten is gisteren voor de rechtbank van Arnhem zes jaar hechtenis geeist. Hij wordt ervan verdacht moeilijk opvoedbare kinderen die in de inrichting waren geplaatst veelvuldig seksueel te hebben misbruikt. 'Gelet op de grove ernst van de feiten en de lange duur ervan, waarbij schending van vertrouwen en misbruik van macht en positie een grote rol spelen, dient de verdachte te worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van lange duur', zei officier van justitie mr. N. Leeman in zijn requisitoir. De begin vorig jaar ontslagen psychiater ontkende elke beschuldiging. De feiten zijn anders dan de aangiften van de ex-pupillen vermelden, zei hij meermalen. Naar aanleiding van het vermeende misbruik van een jongen in 1978/1979 merkte hij op: 'Dat was in een volstrekt medische setting. Als dat nu als ontucht wordt ervaren, dan kan ik daar niets aan doen.' F.'s raadsman mr. E. P. R. Sutorius vroeg het openbaar ministerie in zijn vordering niet ontvankelijk te verklaren. Van een eerlijke beoordeling van zijn client kon volgens hem geen sprake meer zijn na 'de enorme, buitengewoon eenzijdige publicitaire hetze'.

Bovendien trok hij de betrouwbaarheid van de verklaringen van de ex-pupillen ernstig in twijfel. De raadsman sluit vandaag zijn pleidooi af.

Verdachte, vanaf medio 1969 als psychiater en vanaf 1973 tevens als directeur in de Zettense inrichting werkzaam, zijn tien strafbare feiten ten laste gelegd, in ernst oplopend van handtastelijkheden tot verkrachtingen. Voordat hij zich aan pupillen vergreep zou hij ze soms hebben ingespoten, waardoor ze weerloos en willoos zouden zijn geworden.

De rechtbank hoorde geen betrokkenen. Volstaan werd met de oplezing van verklaringen die in het gerechtelijk vooronderzoek bij de rechter-commissaris waren afgelegd. Schuttingtaal, gedwongen masturbatie en naakt zwemmen waren daarin telkens terugkerende onderdelen. 'Je moet je lichaam ontdekken. Daarom moet je ook mijn pik voelen', citeerde rechtbank-voorzitter mr. P. R. Smits uit de verklaring van een meisje dat door F. ontmaagd zou zijn. 'Hij was een soort vader voor me', zei een andere ex-pupil, die in de jaren 1975-1977 in Zetten verbleef, tegen de rechter-commissaris. Een of twee keer in de week zou ze F. hebben bezocht voor behandeling. 'Elke keer ging de deur op slot en de luxaflex naar beneden. Als ze te kennen gaf dat ze niet wilde vrijen of masturberen, dan deed hij heel kil tegen haar. Dan voelde ze zich eenzaam', las mr. Smits voor uit haar verklaring, die correspondeerde met het beklag dat ze in 1983 over het gedrag van F. deed bij haar huisarts.

F. gaf toe dat hij met deze ex-pupil een verkrachting in scene had gezet. 'Het ging slecht met haar. We waren gedwongen haar over te plaatsen. Kort daarvoor kwam ze met een verhaal dat ze verkracht of aangerand was. Ik heb toen een soort emotionele catharsis geensceneerd, zodat ze over die ervaring in de nieuwe situatie niet meteen zou struikelen.' Officier van justitie mr. Leeman zei dat de Inspectie voor de geestelijke volksgezondheid in 1988 justitie inschakelde naar aanleiding van klachten 'met zeer concrete inhoud en zeer ernstig van aard. Het was niet de eerste keer dat bij de Inspectie klachten werden ingediend, maar daarvoor gold dat ze te vaag en anoniem waren', zei Leeman.

In het opsporingsonderzoek dat volgde vroeg de politie bij de gemeente de namen op van pupillen die tussen 1976 en 1986 in de Zettense inrichting hadden verbleven. Dat leverde een lijst op met 300 namen. Met ongeveer 200 oud-pupillen lukte het contact te leggen, van wie er circa 150 zeiden beslist geen slachtoffer te zijn geweest. Van de overige vijftig konden er vijftien tot twintig niet worden benaderd omdat zij door hulpverlenende personen of instellingen werden afgeschermd. Ongeveer twintig ex-pupillen konden of wilden niet spreken over hun verblijf in Zetten. Na het bekend worden van F.'s arrestatie meldden zich nog meer slachtoffers. In het dossier van de officier bevonden zich uiteindelijk 21 aangiften, waarvan er door verjaring negen overbleven voor de strafzaak. 'De toegepaste opsporingsmethodiek is ongebruikelijk en met zekere risico's omgeven', zei Leeman, doelend op het gevaar van suggestieve vragen tijdens de eerste politieverhoren. Maar een beter alternatief was er volgens hem niet. De betrouwbaarheid van de verklaringen stond volgens hem buiten kijf. Hij wist zich daarin gesteund door de seksuoloog dr. J. Frenken, die in het vooronderzoek als deskundige is gehoord. Daarentegen kritiseerde hoogleraar psychologische functieleer dr. W. A. Wagenaar de gevolgde methode, die zich volgens hem kenmerkte door 'onduidelijkheden'. De verdediging uitte kritiek op de rol van politie, pers en kort gedingrechter tijdens de aanloop naar de strafzaak. Raadsman mr. Sutorius sprak van 'een publieke steniging' van zijn client. 'Hij is volstrekt vogelvrij.'

Doordat in kort geding, eveneens bij de Arnhemse rechtbank aanhangig gemaakt, inmiddels voorschotten op schadevergoedingen zijn toegewezen aan vijf oud-pupillen en een ex-patient, is volgens mr. Sutorius 'de schijn van onpartijdigheid die onontbeerlijk is voor een eerlijke beoordeling' geschaad.

Aan het opsporingsonderzoek, door de raadsman als 'schepnetmethode' betiteld, heeft volgens hem niet veel gedeugd. Het is de vraag, zei hij, of er op 300 mensen niet altijd zeven personen te vinden zijn die onder invloed van onbedoeld suggestieve vragen belastende verklaringen afleggen. Mr. Sutorius plaatste dan ook grote vraagtekens achter de betrouwbaarheid van de beschuldigende verklaringen. Als F. in de Zettense inrichting werkelijk gedurende lange tijd seksueel misbruik zou hebben gemaakt van pupillen, dan is het volgens de raadsman 'volstrekt onbegrijpelijk en raadselachtig' waarom niet eerder was ingegrepen.

De administrateur van de inrichting, door de rechter-commissaris als getuige gehoord, zei dat hij altijd vrij in en uit kon lopen bij zijn baas, behalve als die therapie gaf. 'Dan brandde de rode lamp en ging de deur op slot.'

'Het gonsde in de hele inrichting van geruchten', verklaarde een paviljoenshoofd. Een andere medewerker: 'Het was er de tijd niet naar over klachten die de ronde deden vrijuit en openlijk te spreken. F. werd nooit gecorrigeerd.' Ook de officier had op mr. Sutorius vraag waarom niet was ingegrepen geen bevredigend antwoord: 'Het is denkbaar dat sommige signalen niet herkend of gezien werden, andere signalen waren zo volstrekt duidelijk dat men er niet omheen kon. We kunnen slechts concluderen dat niet werd ingegrepen.'