Oververhitte klas

Het eindexamen Frans dat gisteren in het HAVO werd afgenomen, bevatte teksten over onder meer Canadese eskimo's, toeristische vandalen, lastige muggen en videoclips.

Vier antwoorden en slechts een daarvan is correct. Heel opwindend. Bij een geslaagd item zullen alle antwoorden min of meer gelijkelijk geloofwaardig zijn, maar dat komt zelden voor. Meestal kunnen, zelfs bij gebrekkige kennis, twee of drie antwoorden - de vermaarde 'afleiders' - als onzinnig terzijde worden geschoven. Blijft ten slotte de keus tussen twee antwoorden. Het staat vast dat een het juiste is. De opwinding neemt toe. Rode vlekken in de hals. Hoe groot is de kans op 'goed kiezen' bij niet-weten? Hoe dan ook, zelfs bij blindelings 'kiezen' heeft men vijftig procent kans in de roos te schieten. Laten we gauw gaan kijken. Als elk jaar ben ik weer heelbenieuwd. Het examen telt vijf teksten, die alle over de geruststellende dingen van het dagelijkse leven gaan. Informatieve, luchtige verhalen uit Le Nouvel Observateur, Le Figaro en een televisieblad waarin Canadese eskimo's, toeristische vandalen, lastige muggen en videoclips met Michael Jackson, David Bowie en Kim Wilde figureren. In hetalgemeen goed te begrijpen, al kwamen er vrij veel woorden in voor die voor deze kandidaten te hoog gegrepen zijn. Wat te denken van ces satanees bestioles femelles (die vervloekte vrouwelijke beestjes) om muggen mee aan te duiden? En demoustication (muggenverdelging) is nou ook niet zo'n woord waarvan je direct zegt: aha, aha... Onder elke tekst staan woorden vermeld waarvan men meent dat de kandidaat ze niet zal kennen. Onder tekst drie 'Les moustiques attaquent? Macon attaque les moustiques!' worden de bovengenoemde woorden niet gegeven. Wel la crue de l'eau en dat weet iedere HAVO-leerling die zijn onregelmatige werkwoorden heeft geleerd. Croitre is namelijk groeien, toenemen. La crue de l'eau, juist, het wassen van het water. Nog een woord kregen de kandidaten uit deze tekst toebedeeld en wel: la gite is de verblijfplaats. Twee opmerkingen. Het is onnodig om de betekenis van dit woord weg te schenken en als men het doet moet men het goed doen. Gite is namelijk, en dat weet ook iedere HAVO-kandidaat, een mannelijk woord. La gite somt alleen voor in de uitdrukking: donner de la gite, slagzij maken.

Ik herlees de eerste tekst 'Instituteur chez les Esquimaux' en begin de vragen te maken. De eerste zes waren gemakkelijk, zo gemakkelijk dat ik bij vraag zes opeens ging twijfelen. Ik herlas de vier mogelijkheden, streepte in gedachten weer drie vragen onmiddellijk weg als niet ter zake doende. Toen kwam vraag zeven. Ik zal het hele item voor u vertalen. 7. Waarom gaan de kinderenrusten. A. Ze hebben niet genoeg geslapen vanwege de lange dagen. B.

Ze hebben slaap vanwege de warmte in de klas. C. Ze zijn moe vanwege hetwerk thuis. D. De lessen interesseren hen absoluut niet. C kon ik directwegstrepen, want er werd niet over werken thuis gesproken. D leek me wel wat, want er staat in regel 22 van de tekst: allen hebben constant zin om zich te bewegen, op te staan om een potlood te slijpen... dus een behoorlijk ongeinteresseerd stelletje eskimo-jongeren. Maar bij nader inzien sprak de teneur van de hele tekst dat tegen. Het bleken juist leergierige kinderen te zijn. Bah, weg met antwoord D, een gemene afleider. En antwoord B dan? Daar zat zeker wat in! Stond in regel 15 niet dat de klas oververhit was? 'Une classe surchauffee', duidelijker kon het toch niet. Er stond wel bij dat het buiten dertig graden onder nul was, maar dat doet niets af aan het feit dat een oververhitte klas slaperig maakt. Ik stond op het punt om B aan te kruisen. En A dan? Intuitief had ik A steeds buiten beschouwing gelaten omdat ik aanvoelde dat de computer A nu juist als het goede antwoord zou aanwijzen. Er is namelijk in de tekst de indicatie van nuit blanche, dus een nacht die men zonder slaap doorbrengt. Met mijn aardrijkskundige voorkennis van 'een poolnacht waarin de zon nauwelijks ondergaat' begrijpt men dat de kinderen 's nachts voetballen en dus 's morgens uitgeput op school komen, maar mijn kennis op dit gebied kan ik niet rijmen met het tekstgegeven dat het dertig graden vriest. Ik dacht dat in het poolgebied omstreeks mei - die maand wordt in de tekst genoemd - een kortstondig en fel plantenleven ontstond. Toch niet bij dertig graden vorst? Ik heb alle vragen gemaakt. Samengevat kan ik zeggen datde vraagstelling de op het oog zo heldere teksten vaak duister en complex maakt. In 1847, toen in Nederland het schoolwezen net van degrond begon te komen, schreef een schoolopziener uit Assen in zijn inspectieverslag: '... zoals de examens nu worden gehouden zijn ze doelloos, ja zelfs een nadelig goochelspel. Leerlingen worden lang tevoren gedresseerd en op de bewuste examendag blootgesteld aan de nukken van grillige vragen...'

Jan Siebelink is schrijver en docent Frans.