Marathonloper klaagt over rechtsongelijkheid

ROTTERDAM, 17 mei - Harder lopen dan een concurrent en toch gepasseerd worden voor het Europese atletiekkampioenschap. Kim Reynierse, zondag tweede Nederlander in de marathon van Amsterdam, wist al geruime tijd dat er in de top van de Nederlandse atletiek met twee maten wordt gemeten. Gisteren werd bekend dat Gerard Nijboer, John Vermeule en de al eerder aangewezen Marti ten Kate Nederland eind augustus bij het EK in het Joegoslavische Split zullen vertegenwoordigen op de marathon. Niet de afwijzing maar vooral de rechtsongelijkheid bij de selectie stemt Reynierse ontevreden.

De marathonselectie kwam vorig jaar met de KNAU (atletiekunie) overeen dat tussen 25 augustus 1989 en 15 mei 1990 voldaan moest worden aan de limiet van 2.13 die recht zou geven op deelneming aan de Europese titelstrijd. Nederland mag daar op die afstand met drie lopers uitkomen. Alleen Ten Kate voldeed aan die eis. De andere kandidaten doken niet onder die grens. Van hen kwam Gerard Nijboer (2.13,38) er het dichtste bij, gevolgd door Reynierse (2.13,43 vorig jaar in Berghem) en John Vermeule (2.14,08 vorig jaar in Enschede). Dit jaar was Reynierse met zijn 2.14,13 van Amsterdam nog een keer sneller dan Vermeule, die in het Japanse Beppu tot 2.14,42 kwam. Die rangorde bleek bij de definitieve aanwijzing echter een ondergeschikte rol te spelen.

Volgens de 29-jarige Reynierse hadden de voorgeselecteerde atleten van de zogenoemde trainingsgroep I de toezegging van bondscoach Bob Boverman dat voor hen de EK-norm niet zo strikt zou worden toegepast. De toelichting bij de limieten in het 'KNAU-trainingsplan' biedt de keuzeheren de mogelijkheid te jongleren met de toelatingseisen. Daarin wordt gesproken over een eindselectie van drie atleten 'mits deel uitmakend van de voorselectie of indien niet voorgeselecteerd onder 2.13 hebben gelopen in een IAAF-marathon'. Maar ook: 'De drie best presterende atleten zullen worden geselecteerd.'

Daarbij worden ook de omstandigheden waaronder de marathons zijn gelopen in beschouwing genomen.

Sloebers 'Die selectieprocedure is niet in de haak', vindt Reynierse. 'Mensen die in groep I zitten hebben al meer faciliteiten dan sloebers zoals ik, die het zonder die extra hulp moeten doen. Gerard Nijboer werkt maar twintig uur in de week, John Vermeule dertig en de rest wordt aangevuld door de Nederlandse Sport Federatie. Zij hebben meer gelegenheid om te trainen maar moeten desondanks die limiettijd niet lopen, wij wel. Dat vind ik nog het meest schrijnend.' Technisch directeur Arie Kauffman van de KNAU zegt dat juist voor de marathon prestaties die in het verleden zijn geleverd zwaarder worden meegeteld. De 'rechtsongelijkheid' die daardoor ontstaat is een verschijnsel dat zich volgens hem in de hele Nederlandse sport voordoet. 'Ook bij de selectieprocedure voor de Olympische Spelen geldt dat voorgeselecteerden, die daar potentiele kandidaten worden genoemd, meer rechten hebben. Er spreekt geloof en vertrouwen uit in iemand die al een prestatie heeft staan. Het is een feit dat het daardoor moeilijker is om over die drempel te komen dan er over te blijven, maar volgens mij is het de best denkbare oplossing', aldus Kauffman.

Privileges

Reynierse heeft de kritiek op de privileges van de voorgeselecteerden lang voor zich gehouden. Hij is clubgenoot van zijn grootste concurrent Vermeule (beiden zijn lid van Dynamo uit Middelburg) en ze zijn samen als atleet 'opgegroeid'. 'John is een goede loper, ik ken hem van haver tot gort en ik zal hem dan ook niet... Maar het is ook zo dat ik de laatste maanden niet voor hem hoef onder te doen.'

In een gesprek met de atletiekunie heeft hij zich wel loyaal opgesteld ten opzichte van de voorgedragen selectie.

Die progressie was onvoldoende om de voorgeselecteerde Vermeule uit de EK-ploeg te stoten. Reynierse denkt wel dat hij in de rangorde van de bondscoach de Brabander Tonnie Dirks (die wel deel uitmaakt van groep I, maar wel heel erg ver van de limtiettijd verwijderd bleef) is gepasseerd. Hij leidt dat af uit het verzoek van Boverman na te denken over een reserveplaats voor het Europese kampioenschap. 'Maar ik weet nog niet of ik wel wil trainen voor een wedstrijd als voor negentig procent zeker is dat ik er toch niet naar toe ga. Als ik 'ja' zeg tegen dat verzoek moet er wel iets tegenover staan in de vorm van een hoogtestage of iets dergelijks.' Reynierse heeft overigens niet alleen het gevoel dat de Nederlandse marathontoppers in sportief opzicht enigszins boven de wet staan, ook commercieel stellen zij zich als zodanig op. Ten Kate, Nijboer en Vermeule laten hun zaken regelen door het managersduo Wim Verhoorn/Roelof Veld. De werkwijze van het tweetal ondervindt de laatste tijd nogal wat tegenkanting van organisatoren en werd recentelijk ter discussie gesteld in het officiele bondsorgaan Atletiekwereld. 'Ik vind dat een eng groepje', zegt Reynierse. 'Ze willen een zakelijk monopolie krijgen en dat is niet goed voor de organisatoren en niet goed voor ons.'

Kauffman zegt dat die ontwikkeling 'reglementair en emotioneel' niet in banen te leiden is, maar vindt het 'op zich zorgwekkend als er wielertoestanden ontstaan in de atletiek.'