Hulp voor DDR: 115 miljard mark

BONN, 17 mei - Het door Westduitsland gefinancierde Fonds voor de Duitse Eenheid wordt 115 miljard D-mark groot. Details over het voor de periode 1990-94 bedoelde fonds zijn gisteren door minister van financien Theo Waigel bekendgemaakt. Waigel (CSU) spreekt van een 'Duits Marshall-plan' dat volgens hem 'een investering in de Duitse eenheid en de sociale markteconomie' is. Twintig miljard komt uit besparingen in de Westduitse begroting. De overige 95 miljard wordt in de desbetreffende periode bijeengebracht door de bondsregering en de deelstaten, die daarvoor elk de helft van het bedrag zullen lenen op de kapitaalmarkt. Het fonds is vooral bedoeld om Oostduitse begrotingstekorten te helpen dekken en maakt de weg vrij voor het morgen in Oost-Berlijn en Bonn te tekenen staatsverdrag dat de Duitse monetaire en economische unie per 1 juli moet bezegelen.

Dit jaar komt uit het fonds 22 miljard beschikbaar, goed voor ongeveer tweederde van het voorlopig geschatte DDR-tekort. De rest zal Oost-Berlijn zelf moeten lenen.

Jaarlijks moet op de kapitaalmarkt 20 miljard D-Mark worden geleend ten behoeve van het fonds. Volgens handelaren zullen die leningen de rente niet verder onder druk zetten omdat de leenbehoefte al in de huidige hoge reele rente is verrekend. 'Westduitsland exporteert jaarlijks voor 100 miljard D-mark, zodat er genoeg ruimte is', aldus een handelaar.

In regeringskringen in Bonn heet het dat een groot deel van de kosten van Duitse eenheid zal worden gecompenseerd door onder andere het geleidelijk wegvallen van opvangkosten voor DDR-vluchtelingen, deviezenhulp en het aflopen van bestaande steunregelingen voor grensregio's en West-Berlijn. Waigel kondigde aan dat een voor 1992 voorgenomen verlaging van de vennootschapsbelasting (25 miljard mark) zal worden uitgesteld.

Pag.15: Vervolg De deelstaten hebben een eerdere poging van Waigel om hun aandeel (35 procent) in de Westduitse BTW-opbrengst te beperken met het akkoord weten af te weren. Bovendien hebben zij bereikt dat hun financiele verhouding tot de bondsregering onveranderd blijft tot 1995, dat wil zeggen ook nog nadat er straks in het verenigde Duitsland vijf economisch zwakke Oostduitse Lander bijgekomen zijn.

Namens de deelstaten vierde de SPD'er Rau (premier in Noordrijn-Westfalen) de opzet van het Fonds als een succes, als 'een overzichtelijk compromis dat de lasten op verdedigbare hoogte houdt'. Eventuele tegenvallers wegens de kosten van de Duitse eenheid moet Bonn nu verder dragen, er zijn op defensie nog genoeg besparingsmogelijkheden, zei Rau uitdrukkelijk. Ook Raus collega Streibl (CSU, premier in Beieren) waarschuwde Waigel dat hij de komende jaren niet om geld of met belastingmaatregelen hoeft terug te komen als de Oostduitse economie en/of het begrotingstekort tegenvalt. Terwijl de SPD-minister-presidenten van Westduitse deelstaten gisteren akkoord gingen met de instelling en omvang van het Fonds, werd het even later door financiele specialisten van de SPD-bondsdagfractie gekritiseerd als 'onserieuze schuldenmakerij'. SPD-bondsdagspecialiste mevrouw Matthaus-Maier is, net als de Groenen en de Westduitse bond van belastingbetalers, zeer ontevreden over de 'onserieuze' opzet van het gisteren afgesproken Fonds. Waigel heeft nu de vergroting van de staatsschuld via een akkoord met de deelstaten buiten zijn eigen begroting verstopt, was haar verwijt. De bond van belastingbetalers vreest dat de grotere staatsschuld ondanks alle ontkenningen van de bondsregering straks toch tot belastingverhoging zal leiden.

Waigel maakte gisteren ook bekend dat Bonn voor 1990 en 1991 bovendien via aanvullende begrotingen extra bedragen van jaarlijks drie miljard reserveert voor de aanloopfinanciering van een nieuw Oostduits sociaal zekerheidsstelsel. Het bedrag van zes miljard kan, zei hij, gemakkelijk worden gedekt uit hogere Westduitse belastingopbrengsten.

Ook minister van economische zaken Haussmann (FDP) had gisteren behalve het Fonds voor de Duitse Eenheid nog omvangrijke steun voor de DDR te melden. Voor de sanering van 'levenskrachtige' Oostduitse bedrijven en hun aanpassing aan de markteconomie stelt Bonn zeven miljard mark beschikbaar. Bovendien zullen voor nieuwe investeringen in de DDR straks Westduitse overheidspremies van 12 procent in het eerste jaar en acht procent in het tweede jaar gelden. In totaal is zodoende de komende jaren circa 140 miljard D-mark beschikbaar voor economische hulp aan de DDR en de financiering van de Duitse eenheid.

DDR-onderhandelaar Krause, premier De Maizieres staatssecretaris, prees gisteren de gewijzigde tekst van het Duitse staatsverdrag. Er is nu ook, voor rekening van de DDR, een regeling getroffen die alle Oostduitse AOW'ers minimaal 495 mark per maand garandeert. 'De komst van de D-mark en de vrije markt zullen veel verbeteren, ook wat de economische organisatie betreft', zei hij. 'Ook grondstoffen kunnen straks tegen wereldmarktprijzen worden gekocht', zei hij met een verwijzing naar het tot nu toe in het Oostblok geldende rigide prijsstelsel voor grondstoffen.

De Oostduitse regering verwacht dat het verdrag, dat gisteren in Oostduitse kranten is gepubliceerd, een parlementaire meerderheid van tweederden zal krijgen, aldus Krause. Hij sprak ook van de mogelijkheid om de verkiezingen in de weer op te richten vijf Oostduitse Lander niet, zoals eerder deze week nog werd aangekondigd, te houden op 2 december maar enkele maanden eerder. Dan zouden vervroegde gemeenschappelijke Duitse parlementsverkiezingen waarschijnlijker worden en tussen 2 december en 13 januari volgend jaar kunnen vallen. De Westduitse coalitie zou graag zien dat Oost-Berlijn daaraan meewerkt. Namelijk door bij het van kracht worden van het staatsverdrag per brief of communique ook de (snelle) toetreding tot de Bondsrepubliek volgens artikel 23 van de Westduitse grondwet en de eerstmogelijke datum van vervroegde gemeenschappelijke verkiezingen vast te leggen.